Informatie over komst zedenplegers

Een commissie van burgemeesters wil dat burgemeesters ingelicht worden over de komst van vrijgelaten zedendelinquenten naar de eigen gemeente en dat zij de wettelijke bevoegdheid krijgen om hen te weren als in hun gemeenten slachtoffers wonen.

Dit staat in een notitie die de burgemeesters naar het ministerie van Justitie en naar de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hebben gestuurd. Voorzitter van de commissie is H. Zomerdijk, burgemeester van Echteld. Tot die gemeente behoort de plaats Ochten, waar vorig jaar grote onrust ontstond toen een zedendelinquent terugkeerde in de buurt waar hij kinderen had misbruikt.

Volgens de notitie moeten burgemeesters wettelijk verregaand bevoegd worden om bij gemelde terugkeer van een zedendelinquent in een gemeente sturing te geven aan de politie, RIAGG, reclassering en andere instanties. Daarbij zou ,,de wet rampen en zware ongevallen'' een voorbeeld moet zijn. Desgevraagd bevestigt Zomerdijk dat de burgemeesters daarbij vergelijkbare bevoegdheden voor ogen staan als bij de afkondiging van de noodtoestand.

Een Kamermeerderheid stelt in reactie op de notitie dat zedendelinquenten vaker tot tbs veroordeeld zouden moeten worden. M.Barth (PvdA) kan zich voorstellen dat burgemeesters over de komst van een ex-delinquent worden geïnformeerd maar wijst de overige voorstellen van de hand. ,,We moeten de discussie bij het beginpunt leggen: waarom komt iemand vrij? Nu hoor je vaak dat rechters geen tbs opleggen, omdat verdachten niet gemotiveerd zouden zijn tot een behandeling.'' Barth vindt dat zwaarder meegewogen moet worden of de kans op herhaling groot is. ,,Kan iemand terug de samenleving in, dat zou het criterium moeten zijn.''

Met het Kamerlid A. Nicolaï (VVD) pleit Barth ervoor gevaarlijke zedendelinquenten zo nodig langer in zogenoemde `long stay'-afdelingen gevangen te houden, een streng beveiligde psychiatrische kliniek waar de behandeling minder intensief, dus goedkoper, is dan in een dure tbs-voorziening.

Nicolaï pleit voorts voor ,,drang-medicatie'', waarbij de veroordeelde zedendelinquent voor de keuze komt te staan tussen opsluiting of het slikken van medicijnen die zijn driften beïnvloeden, zoals bij de zogenoemde `chemische castratie' het geval is.

Een wetswijziging die een veroordeling tot tbs verregaander mogelijk maakt, gaat NicolaÏ vooralsnog te ver: ,,Het eerste oordeel is aan de rechter, en die is in de regel goed in staat rekening te houden met gevoelens in de samenleving.''