Het boek der boeken in vrouwenliteratuur

Wat zou het vreemd zijn als een literair tijdschrift als ondertitel voerde: `voor literatuur van mannen'. Het tegendeel bestaat. Surplus, `tijdschrift voor literatuur van vrouwen', is aan haar dertiende jaargang toe. Nodig is de exclusiviteit, van en door vrouwen, denkelijk niet (meer). Maar de onderwerpen in het blad, een interview met Maria Stahlie, een bespreking van de laatste roman van Kristien Hemmerechts, zijn divers en maken nieuwsgierig, ongeacht welke ondertitel dan ook.

`Och Here!' staat er op het omslag van het laatste nummer van Surplus. Obligaat stelt het redactioneel dat het `Boek der Boeken een van de grootste inspiratiebronnen is van de westerse kunst en literatuur.' Omdat dat ook de `mening' is van Tamarah Benima, voormalig hoofdredacteur van het Nieuw Israeli√ętisch Weekblad, columniste en slaapverwekkende zomergast bij de VPRO deze zomer, opent het blad met een interview met haar. Daarin uitspraken als: `(-) De Bijbel is natuurlijk ook vergelijkbaar met een hedendaagse krant. Het is allemaal net zo gruwelijk, en net zo verrassend, en net zo verbijsterend (-).' Nee maar. Met concentratiekampen heeft God, aldus Benima, `geen bal te maken'.

De besprekingen zijn gewijd aan uiteenlopende boeken. Uitstekend is de recensie van de biografie over Maria Montessori van Marjan Schwegman. Er is aandacht voor een recente studie over Madonna en voor een inleiding op twee bijbelboeken door Fay Weldon en Doris Lessing. In de lezenswaardige rubriek `De boekenroute' licht Rascha Peper toe hoe het allemaal zo gekomen is, met haar, als schrijfster.

Helaas is de toon van Surplus schools, soms op het saaie af, vooral in de besprekingen van op zichzelf interessante prozatitels. In een groot gedeelte staan stoplappen zoals `het resultaat mag er zijn'. De recensies beginnen dikwijls met een keurig zinnetje waarin auteur en titel van het te bespreken boek genoemd worden: `Onlangs verscheen Dat en Dat van Die en Die'; `Huppeldepup, zo luidt de titel,'; `De hoofdpersoon van Dit en Dat Boek is Dingetje.' Aan het eind van de korte recensies wordt het oordeel nog even netjes samengevat: `Wie daar doorheen prikt, kan genieten van een sfeervol verhaal, dat met prachtige zinnen is verwoord.' Surplus onderschat haar lezers.

De recensies blijven hangen in weinig zeggende bijvoeglijke naamwoorden. Debuten zijn warrig, verhaallijnen grillig, proza is vervreemdend, of sfeervol of spannend. Het is alsof de recensenten te weinig ruimte krijgen, of teveel haast hebben, om aan de hand van voorbeelden duidelijk te maken wat ze bedoelen. In aanzet lijkt hun mening wel degelijk interessant, maar blijft dan steken in onmachtig gemompel of het slaken van loze kreten.

De presentatie, een enkele redigeerfout daargelaten, is daarentegen een hele opluchting, vergeleken met veel andere literaire tijdschriften. Net als de prijs. Surplus is geen dor, te duur boekje, waarin al te kleine of al te kunstige lettertjes de pagina's volfriemelen of juist griezelig leeg laten. Surplus is gewoon een blad, op A4-formaat, met een heldere opmaak en een wat wonderlijke ondertitel.

Surplus, Tijdschrift over literatuur van vrouwen. Jaargang 13, nr.5, september/oktober. Uitgeverij stichting Surplus/Biblion. Fl.8,50.