Fietsles

Zeg mij hoe autoloos uw zondag was, en ik zal zeggen wat u bent: een lawaaischopper of een stillever.

Of ligt het niet zo eenvoudig? Ik vrees het. Na een middagje in het Amsterdamse stadscentrum belandde ik gisteren bij `de ideeënmuur' in de Raadhuisstraat, waar voorbijgangers hun papieren boodschappen mochten ophangen. Op een briefje stond: `Waar was de stilte? Er was meer lawaai dan ooit'.

Het was een tikkeltje overdreven, maar echt niet meer dan een tikkeltje. Autovrij bleek inderdaad niet synoniem met geluidloos. Op menige straathoek stond een podium opgesteld vanwaar de muziek je agressief tegemoet trad. Arme bewoners. Eerst moesten ze hun auto laten staan, vervolgens werden ze gedwongen mee te swingen op de salsa van de straat.

Toch had het ook wel iets, deze autovrije dag. Zomaar op Rokin en Damrak in de ruimte van het volledig leven te mogen stappen, alsof het nooit anders was geweest! Het gaf een vreemde tinteling aan de ledematen.

Op één plek was en bleef het rustig: het Waterlooplein. Daar kreeg een handjevol migrantenvrouwen fietsles van vrijwilligers. Het bleek voor de meeste vrouwen zo ontmoedigend moeilijk dat het me niets zou verbazen als ze te zijner tijd eerder een auto dan een fiets aanschaffen.

Van mijn eerste fietslessen is mij niet veel bijgebleven. Je leerde het spelenderwijs van een broertje, zusje of vriendje. De tragiek van de mislukking lag niet op de loer. Hoe anders is dat voor een Marokkaanse of Turkse vrouw van middelbare leeftijd. Sommigen meldden zich in lange rok en met hoofddoekje op het Waterlooplein voor het grote gevecht.

Opstappen, dat ging nog wel. De eerste trapbewegingen waren ook snel gemaakt, maar kort daarna kapseisden de meeste vrouwen reddeloos. Worstelend met de zomen van hun jurk probeerden ze hun val te breken. Een weinig elegante struikelpartij was op zulke momenten het hoogste wat nog te bereiken viel.

Het kwam ook voor dat een vrouw als een roekeloze rodeorijder in het zadel bleef. Maar toen! Een mens krijgt vaart en beseft dat er geen weg terug is. Dat grote Waterlooplein komt vanuit alle hoeken op hem afgestormd. Wat te doen? Aan de kant hielden wij onze adem in. Hoe roep je `remmen!' in het Berbers?

Grote ongelukken zijn er gelukkig niet gebeurd. Een geschaafde knie, een omgeslagen voet, blauwe plekken op een heup, meer zal het niet zijn geweest.

Naast me zat een vrouw uit dezelfde leeftijdscategorie empathische gilletjes te slaken. Ze bleek uit Israel afkomstig te zijn. Ze had destijds op 24-jarige leeftijd in Nederland moeten leren fietsen. `Het heeft me maanden gekost', vertelde ze, `jullie hebben geen idee hoe moeilijk het is. Het moeilijkste is het afstappen en langzaam fietsen.'

Toen ik naar huis terugfietste, voelde ik me voor het eerst van mijn leven een acrobaat.