EEN DRIEBANDER IN WEER EN WIND

De rentree van driebander Rini van Bracht mag eigenlijk niet worden gerapporteerd. Hij wil geen ruchtbaarheid geven aan zijn terugkeer. Ruim drie jaar na zijn afscheid heeft hij de keu voorzichtig weer ter hand genomen. Maar hij wil geen pottenkijkers. ,,Je komt toch zeker niet met een bus vol mensen kijken?''

De oogartsen noemen zijn prestaties op het groene laken een medisch wonder. Rini van Bracht ziet slechts een gedeelte van het speelveld als hij de eerste bal in het vizier heeft. De tweede bal en de derde bal liggen meestal buiten zijn gezichtsveld sinds hij in 1979 betrokken was bij een verkeersongeval. Hij raakte blind aan zijn rechteroog (,,voor de kijkers links'') en keerde na vier operaties terug aan de wereldtop. Hij vertrouwt bij de afstoot op zijn gezonde linkeroog, dat door een contactlens van een privé-sponsor optimaal wordt gebruikt. Hij rekent op zijn balgevoel en zijn biljartinstinct. ,,Knallers en rammelaars lopen er al genoeg rond'', meent de 52-jarige Van Bracht.

In het rokerige café De Windhoek raken de toeschouwers niet uitgepraat over de cycloop met de lamme arm. Van Bracht speelt in Utrecht met pijnstillers in verband met een valpartij tijdens een partijtje tennis met zijn echtgenote. Zijn linkerschouder is uit de kom geraakt en vooral bij hoge series voelt hij regelmatig aan zijn gekwetste arm. In de veredelde kleedkamer – een hoekje van de speelzaal - toont hij na afloop de pillen waarmee hij de dopingcontrole moeiteloos zou omzeilen. Van Bracht wijst naar het etiket. ,,Een homeopathisch middeltje. Maar mijn ogen worden er helaas niet beter van. Ik blijf een halve blinde.''

Gehandicapt door twee zware blessures blijkt Van Bracht op deze broeierige zaterdagavond een maatje te groot voor zijn tegenstander in de eerste divisie. Hij helpt zijn nieuwe club Châteaux d'Ax aan de derde opeenvolgende competitiezege. Zijn ploeggenoten Dick van Uum en Richard Bitalis zijn eveneens te sterk voor de spelers van de Tilburgse club Méditerranée. De sponsors in de biljartsport zijn gezien hun naamgeving behoorlijk internationaal georiënteerd.

De Milanese meubelfabrikant Châteaux d'Ax, beter bekend als sponsor in de Italiaanse wielersport, staat garant voor enkele tienduizenden guldens. Het drietal Bitalis, Van Uum en Van Bracht krijgt de benzinekosten uitbetaald en gratis consumptiebonnen uitgereikt. De driebanders kiezen niet voor de eer of voor het geld maar voor de gezelligheid. Ze swingen na afloop van de wedstrijd in een aangrenzende feestzaal.

Van Bracht noemt zichzelf geen stapper, maar als een plaatselijke schone hem ten dans vraagt, kan hij moeilijk weigeren. ,,Niet alle biljarters zijn stijve harken'', zegt hij ironisch. ,,Maar die biertjes laat ik toch mooi staan. Ik ken mijn verantwoordelijkheden.''

Van Bracht is al meer dan dertig jaar bevriend met de Fransman Bitalis. Ze speelden voor dezelfde clubs. Ze vieren met hun families gezamenlijke vakanties. Toen Bitalis afgelopen zomer te kennen gaf dat zijn club dringend om een sterke speler verlegen zat, hoefde Van Bracht niet lang na te denken. ,,Een huisvriend heeft me over de drempel geholpen. Niemand anders was het gelukt. Maar ik ben nog lang niet begeistert. Beschouw het als een aardigheidje. Tussen de oren ben ik nog steeds met pensioen.''

Rini van Bracht behoort in Nederland tot de vijfhonderd beste sporters van deze eeuw. Hij was afgelopen vrijdag verhinderd om het gala in Leusden bij te wonen. Drukke werkzaamheden vormen wel vaker een excuus voor de kasteleinszoon uit Waalwijk. Hij is verkoper en verbouwer van biljarttafels. Tussen de bedrijven door behaalde hij met driebanden acht nationale titels, twee Europese titels en twee wereldtitels. De andere disciplines heeft hij nooit erg serieus genomen. De erelijst werd vóór het ongeluk opgebouwd en na het ongeluk uitgebreid. ,,Ik kreeg minder zicht, maar meer routine'', verklaart hij de opmerkelijke curve in zijn lange biljartloopbaan.

Van Bracht verwijst fijntjes naar de minder imposante palmares van zijn streekgenoot Dick Jaspers, die als pure professional weinig EK's en WK's heeft gespeeld. Tussen de oude en de nieuwe biljartkampioen heeft het nooit geboterd. Er lijkt sprake van een Brabantse vete, hoewel Jaspers nooit op een onvertogen woord te betrappen valt. En dat is precies wat Van Bracht zo dwars zit. ,,Ik houd niet van jaknikkers. Jaspers moet meer zijn mond opendoen. Er worden zoveel smerige spelletjes gespeeld. Bobo's die snoepreisjes maken. Collega's die elkaar afvallen. Ik had niet verwacht dat de wereld zo rot in elkaar steekt.''

Jarenlang was hij een luis in de pels van de biljartsport, die naar zijn mening werd gedomineerd door ijdele bestuurders en kritische journalisten. ,,Ik haat stereotype gelul'', zegt Van Bracht tegen de interviewer. Hij wil liever geen verhaal in de krant, want hij heeft louter slechte ervaringen met de pers. Bij een proftoernooi op Mallorca trok hij ooit de pluggen uit het stopcontact tijdens een rechtstreekse televisieuitzending met commentator Ben de Graaf. ,,Ik wil wel mijn verhaal vertellen, maar dan het echte verhaal'', doet hij deze avond water bij de wijn. In een telefonisch voorgesprek had hij nog gezegd de pottenkijkers te willen weren. ,,Je komt toch zeker niet met een bus vol mensen kijken?''

In 1992 beschimpte hij de Duitser Werner Bayer, die als voorzitter van de Billiard Worldcup Association (BWA) de beloofde geldbedragen niet kon nakomen. Van Bracht noemde Bayer ,,een smerige oplichter'' en ,,een vuile leugenaar''. Ondanks een openlijke spijtbetuiging en een verzoeningspoging van zijn advocaat kreeg hij in 1993 een schorsing aan zijn broek. Hij mocht niet meer deelnemen aan de BWA-toernooien en besloot zijn loopbaan af te bouwen in het amateurcircuit. In 1996 nam hij onaangekondigd afscheid. Hij miste motivatie en verdween via de achterdeur.

,,Ze waren mij liever kwijt dan rijk'', herinnert hij zich zes jaar later. ,,Iedereen hield zijn ogen gesloten voor de wantoestanden bij de BWA. Ik vertelde de waarheid. Wij deden ons stinkende best, maar hielden geen rooie rotcent over. Ik moet nog steeds een hoop geld beuren van meneer Bayer. Ik werd als een lastpost beschouwd, net als Anton Geesink, Johan Cruijff en Bettine Vriesekoop. Toevallig allemaal topsporters met een grote staat van dienst. Zij hebben ook veel kwaaie vliegen weggeslagen. Nee, ik wil niks meer met dat wereldje te maken hebben. Ik kan een boek vol ergernissen schrijven. Ik heb me bont en blauw geërgerd aan de randverschijnselen. Mijn spel heeft er behoorlijk onder geleden. Ik kon die wantoestanden niet van mij afzetten.''

In de schaduw van de topsport heeft hij deze maand een voorzichtige rentree gemaakt in de eerste divisie. Terwijl de fullprofs een bescheiden prijzengeld bij elkaar sprokkelen, verdient Van Bracht zijn brood met zakendoen. Het werk is zwaarder dan de sport. Door zijn schouderblessure heeft hij problemen met het tillen van de leistenen platen en het spannen van de groene lakens. Tijd voor een paar trainingsuurtjes heeft hij in deze drukke werkperiode helemaal niet gehad. Maar hij zoekt niet naar excuses.

,,De mensen in de zaal willen mij zien schitteren'', beseft Van Bracht. ,,Ongeacht mijn blessures en mijn drukke werkzaamheden. Gelijk hebben ze. Als je Van Bracht in huis haalt, wil je waar voor je geld. Een voetballer wordt niet opgesteld als hij aan de diarree is. Een biljarter speelt in weer en wind.''