De trouwste trouweloze charme van Jan Mulder

Zijn rol van voetbalvedette ruilde hij moeiteloos in voor die van veelgevraagd columnist en commentator. Stelt allemaal niks voor, suggereert de alomtegenwoordige Jan Mulder graag. `Maar intussen'.

Jan Mulder (1945) ontsteekt makkelijk in woede, maar kalmeert ook weer snel.

,,Op weg naar een voorleesavond werden we aangehouden door een agent'', vertelt zijn collega-columnist bij de Volkskrant, Remco Campert. ,,Jan trok meteen een grote bek open. Maar plotseling zag ik hem het besluit nemen dat het onzin was. Het gesprek eindigde heel vriendelijk en beleefd.''

Midvoor Jan Mulder moest het als profvoetballer hebben van de momenten. Hij was een publieksverleider die schitterde door onverwachte acties. Sturm und Drang op het veld. Bij een vrije trap zo hard tegen de keeper schreeuwen dat hij wit wegtrekt. En dan scoren.

Als topspeler bij de Belgische voetbalclub Anderlecht viel Mulder op door zijn sterk wisselende temperament, zegt ex-ploeggenoot Rob Rensenbrink. ,,Hij kon zich geweldig opwinden over de kleinste dingen. Kousen die knelden, loudspeakers die niet goed waren. Maar het was ook altijd snel weer over.''

Achter de boosheid van Jan Mulder gaat geen diepgravende wereldbeschouwing schuil. Principes lacht hij weer even makkelijk weg als hij ze verkondigt. Zijn doel als schrijver van columns – eerst bij De Tijd, de Volkskrant en Playboy, later bij Elsevier en tegenwoordig bij de Volkskrant - verschilt niet van wat hij destijds als voetballer beoogde. Hij wil niet de wereld verbeteren, maar het publiek verleiden. Zijn enige broer, de elf jaar jongere voetbaljournalist Henk Mulder: ,,Eerst was het: schieten en de tribune veerde op. Daarna werd het: een woord in het midden gooien.''

Volgende week begint een nieuwe serie van 177 afleveringen van het televisieprogramma Barend & van Dorp, waarin Jan Mulder optreedt als commentator. Vorige zomer beleefde hij bij de voetbaltalkshow Villa BVD, `live' vanuit het Franse plaatsje Roquebrune, zijn finest hour. Scoren met meningen-recht-uit-het-hart. De kijkcijfers schoten de lucht in. ,,Als hij `s ochtends om negen uur wakker werd, stonden er al 500 fans op ons te wachten'', zegt Frits Barend, een van de makers van Villa BVD. Mulder is meer een observator dan een journalist, zegt Barend. ,,Hij heeft een instinctieve hekel aan VVD-fatsoen. Maar hem beweegt geen grote woede over de wereld. Als Hedy d'Ancona wordt beschuldigd van sjoemelen met presentiegeld heeft hij al snel iets van: pak ergere dingen aan. Hij wil haar de volgende avond in een café weer aardig kunnen begroeten.'' Volgens Barend is Mulders ,,romantische kijk'' op de wereld zijn kracht. ,,Hij kan een dromerig voetbalelftal samenstellen dat elke wedstrijd zou verliezen, maar wel een fantastisch team is.''

Vorm is alles voor Jan Mulder. Hij wil niet worden beoordeeld op wat hij zegt, hij wil worden bewonderd om hoe hij het zegt. ,,Mijn mening is mijn stijl, niet de inhoud'', zei hij in 1994 tegen Het Parool.

Jan Mulder groeide op in het Groningse stadje Winschoten. De ,,anarchistische inslag'' die Jan volgens zijn broer Henk heeft, nam hij mee uit het noorden. Tegen het gezag, ver weg in de randstad. Bij de jeugd viel Jan op door zijn fantastische doelpunten, vertelt het ex-bestuurslid van voetbalclub WVV, H. Weerts. ,,Iedereen wist: die houden we hier niet.'' Een gymclub voor de meisjes, een voetbalclub voor de jongens, meer was er in die tijd niet in Winschoten. ,,Als je iets voorstelde in het voetbal, stelde je iets voor in de gemeenschap'', zegt Henk Mulder. Aan die bijzondere positie in de gemeenschap is Jan Mulder gehecht geraakt. ,,Aandacht vindt hij heerlijk'', merkte Frits Barend.

Jans vader, Geert, was temperamentvol, dominant maar zachtaardig, zegt Henk Mulder. ,,Die neiging om flink door het burgermansfatsoen heen te trappen, even wat fosfor aan de lucht te zetten, hebben we van hem.'' De dood van Geert Mulder na een hartinfarct in 1969 was een zware klap voor Jan, weet Henk. ,,Hij was zijn klankbord kwijt.'' De moeder van Jan Mulder leeft nog. Zelf afkomstig uit een gezin met alleen broers weet zij alles van voetbal.

Jan Mulder was negentien toen hij naar Anderlecht vertrok voor een carrière als profvoetballer. Met honderdduizend gulden op zak en een witte sportwagen voor de deur die de transfer opleverde. De wereld lonkte. ,,Hij ging na de wedstrijd nooit mee een biertje drinken'', zegt Rob Rensenbrink ,,Hij ging zelf de stad in.'' Zijn status als voetballer en zijn nieuwsgierigheid openden in Brussel alle deuren. Kunstenaars, schrijvers, nachtclubeigenaren, iedereen omarmde de jonge ster. In die tijd ontstond het patroon dat de komende jaren niet zou veranderen: Jan Mulder was de vedette, zijn jeugdliefde Johanna van der Wal die uit Groningen was meegereisd, zorgde dat hij in Brussel overleefde. ,,Jan kan niks zelf'', zegt Mulders goede vriend, kunstenaar Jeroen Henneman ,,Johanna is het genie dat alles mogelijk maakt.''

Een knieblessure maakte in 1973 een einde aan zijn voetbalcarrière. Hij liep hem op bij Anderlecht, maar kreeg er pas last van toen hij al bij Ajax speelde. In 1975 stopte hij.

Mulder is goed in afscheid nemen. ,,Het verbaasde mij hoe radicaal hij brak met het voetbal'', zegt Henk Mulder ,,Hij wilde zelfs niet meer bij de amateurs spelen.'' Stoppen met voetballen is een soort midlife crisis, filosofeert Henk, die zelf nog altijd in het tweede speelt van W.V.V., ,,Je klimt de zandbak uit.'' Maar Jan Mulder had een nieuw spel ontdekt: taal. Dat zat in de familie. Moeder was ook altijd met taal bezig. Fouten in het Nederlands werden door haar meedogenloos gecorrigeerd.

De omschakeling van voetbal naar het intellectuele milieu was niet zo groot, constateert Piet van der Eyk, ex-redacteur bij De Tijd die Mulder in zijn eerste jaren als columnist begeleidde. ,,Als voetballer kwam hij al met de Observer op zak naar besprekingen.'' Zijn entree in de Amsterdamse intellectuele `scene' verliep moeiteloos. ,,Jan is een zondagskind'', zegt journaliste Hanneke Savenije die sinds 1984 met Mulder is bevriend. ,,Alles wat hij wil, lukt.''

Jan Mulder hoefde niet te leuren, hij werd gevráágd om te schrijven. Een Hollands Dagboek dat hij, toen nog Ajacied, in november 1973 schreef voor NRC Handelsblad had bij de redactie van weekblad de Tijd diepe indruk gemaakt. Ze zochten nog iemand voor de sportcolumn en zagen: deze voetballer kan schrijven. Ex-redacteur Van der Eyk: ,,Jan zei: waarom vragen jullie mij? Ik heb alleen nog maar brieven geschreven.'' Typisch Jan, zegt Savenije. ,,Hij zegt altijd: wat ik doe, stelt niks voor. Maar ondertussen.''

Kunstenaar Jeroen Henneman werd eind jaren zeventig aan Jan Mulder voorgesteld door voetbaljournalist Nico Scheepmaker. ,,Hij viel op door zijn heldere kijk en grote nieuwsgierigheid'', zegt Henneman. Zijn onbevangenheid - in het Hollands dagboek schreef hij over apparaten-kunstenaar Jean Tinguely: ,,Zou zo'n man daar nou veel mee verdienen?'' - was zijn grootste charme. Maar toch voelde Mulder ook aan wat in intellectuele kring `bon ton' was. Henneman: ,,Bij hem thuis lag `Kinderjaren' van Jona Oberski op tafel. Dat duidde toch op kennis en relaties.''

Wat Jan Mulder eind jaren zeventig in het Amsterdamse kunstenaarsmilieu wel een vreemde maakte, was het gezapige familiebestaan dat hij tot dusver had geleid. Hij had een echtgenote die hij trouw was, en twee kinderen. Volgens Henneman was dat eind jaren zeventig nogal uitzonderlijk. ,,Er lag een groot ego-strelend avontuur te wachten. Dat kon hij niet laten schieten''. Mulder koketteert in het openbaar met zijn veroveringen. Maar hij is bij zijn vrouw, Johanna, nooit weggegaan.

,,Jan heeft het raffinement van het hof maken nooit helemaal onder de knie gekregen'', zegt Henneman. ,,Hij wil altijd weer terug kunnen.''

Winschoten verlaten voor het `echte leven', maar met zijn familieleden wel Gronings blijven spreken. De versierder uithangen, maar wel bijna veertig jaar bij dezelfde vrouw blijven. De schijnbaar onmogelijke combinatie van trouw en trouweloosheid is tekenend voor het karakter van Jan Mulder. Hij is trouw, zeggen zijn vrienden, omdat hij vriendschappen niet loslaat. Maar hij is trouweloos, zeggen diezelfde vrienden, omdat hij zich nooit wezenlijk engageert.

Toen het weekblad Elsevier Jan Mulder het dubbele bood van wat hij bij zijn `ontdekker' De Tijd kreeg, wisselde hij van broodheer. Tony van der Meulen, destijds hoofdredacteur bij De Tijd: ,,Hij zei: Dit is net zo moeilijk als toen ik van Anderlecht naar Ajax ging. Ik antwoordde: Maar je kunt het best, want je hebt het toen ook gedaan.''

,,Ik ga half verdoofd door het leven'', zei Jan Mulder in 1982 in een interview in NRC Handelsblad. ,,Soms is hij heel ver weg'', merkte ook Remco Campert ,,Dan roep ik: Jan, word eens wakker!'' Maar voor een dromer weet hij de werkelijkheid wel goed naar zijn hand te zetten, zegt Savenije. ,,Zijn leven is een film die hij zelf regisseert. Wie in het scenario past, mag meespelen.'' Hij mist het talent om iets te regisseren, zegt daarentegen Jeroen Henneman. ,,Hij zou het wel willen, maar hij kan het niet. Jan is onschuldig als een 14-jarig meisje. Ongevoelig voor de gevoeligheden van anderen, maar zonder slinks te zijn.''

Tijdens zakelijke onderhandelingen is hij in iedergeval wakker, zeggen zijn (ex-)werkgevers. Een boekje over mobiel telefoneren voor Libertel, een column voor de internetsite van Nationale Nederlanden, Jan Mulder doet het graag. Met zijn televisieoptreden bij Barend & van Dorp dat hem een flinke gage oplevert, is hij een van de weinige columnisten die miljonair is. Maar het maakt hem ook kwetsbaar. ,,Een tragisch geval van overexposure'', meent de vroegere hoofdredacteur van De Tijd, Arie Kuijper, die overigens nog altijd grote bewondering heeft voor Mulders schrijftalent. ,,Maar niemand kan vijf goede columns per week schrijven en dan ook nog elke avond op tv zijn.''

Jan Blokker noemde Jan Mulder in 1996 de ,,Joop Braakhekke van de Olympische Spelen'' naar aanleiding van zijn tv-optreden in Atlanta. In een zeldzaam vileine column sloeg Mulder een maand later terug. Hij zou meisjes voor Jan Blokker hebben moeten versieren omdat hij zelf niet durfde. Kritiek verdraagt Mulder slecht, weet Savenije. ,,Jan heeft altijd gelijk. Als je het niet met hem eens bent, roept hij: `Herneem je!', of `Scheer je weg!'. Toch geeft hij veel, zegt Savenije. ,,Hij maakt het leven kleurrijk.'' ,,Tranen van het lachen'' bezorgt hij Remco Campert. Maar, zeggen vrienden, hij heeft weinig zelfreflectie en wil over wezenlijke dingen niet praten.

Je bombardeert niet. Henk Mulder herkent dat standpunt. ,,De overtuiging: `Zoiets doe je niet. Punt uit'. Daarin herken ik onze vader.'' Het familietrekje is Mulder duur komen te staan. In een uitzending van Barend & Van Dorp zei Ed van Thijn - voorstander van de bombardementen op Joegoslavië - dat als in de Tweede Wereldoorlog niet was gebombardeerd, hij en Frits Barend er niet meer zouden zijn geweest. ,,Nou en?'' antwoordde Jan Mulder toen. Het moment was pijnlijk, ook voor Mulder zelf. Zo had hij het niet bedoeld. Hij heeft na de uitzending zijn excuses aangeboden. Jan Mulder voelt zich niet lekker als onderwerp van controverse. Urenlang heeft Henneman na het `nou en?-incident' met hem aan de telefoon gezeten. ,,Jan wil dat er onder alle omstandigheden van hem wordt gehouden'', zegt Henneman. ,,Hij smacht naar harmonie'', zegt ook zijn broer, Henk.

Wat is de ambitie van Jan Mulder? Het boekenweekgeschenk van vorig jaar dat hij samen met Remco Campert schreef, illustreert het verschil tussen beide Volkskrant-columnisten. Campert schreef een doorwrocht ontroerend verhaal over zijn vader, Mulder maakte zich ervan af met half ironische weergaven van gesprekken met zijn zoons. Campert wil schrijven, Mulder wil spelen. ,,Hij heeft maar een ambitie'', zegt Henneman ,,het mooiste en avontuurlijkste leven leiden.''

Sinds Mulder ophield met voetballen, is zelfrelativering zijn wapen. Hij kan en weet zogenaamd niks, maar doet intussen van alles. Met schilderen is hij een paar jaar geleden ook begonnen. Maar toen het wonder dat bij het schrijven geschiedde, uitbleef, hield hij er mee op. Jan Mulder houdt niet van zwoegen. Hij wil scoren, nu meteen. En dan zeggen: Ach, het stelt niks voor.