De Scardanelli-cyclus

,,Friedrich Hölderlin is voor mij het grootste genie van de Duitse letterkunde. De sensibiliteit van zijn gedichten is zo puur, dat evenaart zelfs Goethe niet. Het is taal als de muziek van Webern - een kristal onaangetast door het dagelijks leven. Dat `noli me tangere'-karakter van Hölderlins poëzie wilde ik in een compositie opnemen.''

Heinz Holliger (60), hobovirtuoos, dirigent en componist, dirigeert morgen in het Amsterdamse Concertgebouw het Nederlands Kamerkoor, het Ensemble MusikFabrik en fluitiste Helen Bledsoe in een integrale uitvoering van zijn Scardanelli-cyclus voor koor a cappella, klein orkest, toonband en solo-fluit. De Scardanelli-cyclus is geïnspireerd door twaalf late gedichten van Hölderlin over het verloop van de seizoenen en net zo oneindig: de losse deeltjes ontstonden in een tijdsbestek van vijftien jaar en nog steeds componeert Holliger verder aan zijn cyclus met een voorlopige duur van tweeënhalf uur.

,,De laatste 37 jaar van zijn leven was Hölderlin waanzinnig en woonde hij bij zijn arts in een toren van de stadsmuur van Tübingen. In de gedichten die hij toen schreef, trad hij onder de schuilnaam Scardinelli uit zijn normale gedaante. Scardanel is de plaats waar de Rijn ontspringt, in symbolische zin ook de Westerse beschaving en Hölderlins eigen ontwikkeling. Als Scardanelli beschreef Hölderlin zijn wereld in de taal van een buitenstaander. Hij ruikt de bloemen niet meer, voelt de kou van de wind niet meer. Die afstandelijkheid heb ik geprobeerd uit te drukken in muziek.

,,De cyclus gaat terug op een andere compositie. In de vroege jaren zeventig was ik bezig met een instrumentaal stuk in uitsluitend natuurlijke harmonieën, maar het lukte me niet de bevroren atmosfeer die me voor oren stond te treffen. Toen dacht ik opeens aan Hölderlin – zijn werk ademt immers precies de sfeer die ik zocht. Ik begon met een vocale versie van de ideeën die ik eerst instrumentaal had uitgewerkt. Toen vond ik wél de juiste toon.

,,Uiteindelijk werden het drie maal vier liederen over de seizoenen voor koor a cappella, steeds met één basisidee voor elk seizoen. De zomermuziek is steevast canonisch. De instrumentale stukken die de koordeeltjes afwisselen, fungeren als spiegels. Zo klinkt in Winter 1 voor koor op de achtergrond versluierd een koraal van Bach mee. In het instrumentale deel dat daarbij aansluit, gebruik ik vervolgens exact Bachs basisharmonie, maar je herkent er niets van. Wat ik daarmee wil zeggen? Ik wil helemaal niets zeggen als ik componeer. Ik hoop dat het stuk iets zegt tegen iedereen die ernaar luistert.",,De fluit speelt een belangrijke symbolische rol in de cyclus. Hölderlin was zelf een uitmuntend fluitist en daarnaar verwijs ik in het deeltje (t)air(e). `Air' in de betekenis van lucht, adem, lied, wordt ingesloten door `taire', het zwijgen. De muziek die daarbij hoort is heel dramatisch, met veel expressieve technieken om het karakter van een instrument te vervormen.

,,Ik wilde een onbenaderbaar, in zichzelf gekeerde muziek componeren. In Frühling 1 moeten de zangers zingen zolang hun adem duurt, om vervolgens uit lege longen nog een hele mooie cantabile zanglijn te persen. Wat klinkt is de vervormde klank van een verwond lichaam, maar de muziek veroorzaakt tegelijkertijd een gevoel van afstand. Het is muziek onder een laagje ijs, zoals de dichter zich in zijn teksten verbergt achter een masker van afstandelijkheid.

,,Hölderlins late poëzie is ook wars van tijdsbesef. Soms gebruik ik extreem langzame tempi die de ritmische puls versluieren en de woorden onverstaanbaar maken. Ergens anders laat ik vrouwen zingen in de maat van hun hartslag, waardoor de muziek onderdeel wordt van de natuur. Het heeft ook geen zin de tijd normaal te behandelen wanneer je een stuk schrijft van tweeëneenhalf uur. Muziek is de enige kunstvorm waarin je met tijd kunt spelen. Het is het medium waarmee je als een Orpheus hogere dimensies kunt bereiken.''

Scardanelli-cyclus: 21/9 20.15 uur Concertgebouw Amsterdam.