Catalogus

Nr. I-1960-I: Lach. Aanstekelijk, sprankelijk gelijk champagnebubbeltjes. Soms kirrend of ademloos koerend. Begint onverwacht en kan urenlang aanhouden (slappe –). Maskeert van alles en nog wat: opperste vrolijkheid tot verbazing door onverwachte gedachtegang – nooit als lach van de spreekwoordelijke kiespijnboer. Lijkt soms op nachtegaalriedel of lamgemekker, dan weer op klaterende waterval.

Nr. I-1960-II: Mond. Framboosrood. Smaakt verrukkelijk. Verandert voortdurend van vorm. Kan ongegeneerd gapen, lieftallig glimlachen, tergend geopend of gesloten zijn. Snurkt niet. Zeer expressieve lippen, verzot op zoenen. Hagelwitte tanden; complete set met gevulde kiezen. Spitse tong. Mond is niet geschikt voor karnemelk, witlof, spruitjes, gember, kerrie. Dol op vis en biologisch-dynamisch brood met rozijnen. Brengt keur aan geluid voort: tinkelende lach, gefluisterde toverwoorden (g en o worden verhaspeld), meestal klinkklankend als strijkkwartet van Mozart, bij tijd en wijle parelend als prelude of fuga van J.S. Bach of Shostakovich.

Nr. I-1960-III: Twee knieholten (doublet). Tint gelijk aan die van pareloesterschelp. Reageren op vederlichte liefkozing met onderhuidse rillingen.

Nr. I-1960-IV: Twee achterwangen (zitvlak). Uit- en ingang plus in model geknipt bontmutsje. Fraai voorbeeld van klassiek wensjuweel uitgevoerd in wit gepoederd roze marmer. Zoenbestendig. Kunnen onafhankelijk van elkaar kwispelen. Verwant stuk bevindt zich in het Hallwylska Museet te Stockholm.

Nr. I-1960-V: Navel. Smartelijk buiksieraad. Stofvrij. Behoort tot erogene zone. Geeft licht in het donker. Bevallig geprononceerd. Gegoten in de techniek van de verloren wasvorm. Begin van vigerende jaartelling treffend bezongen door anoniem auteur: `Uw navel is een welgerond bekken, waaraan geen gemengde wijn ontbreke' (Hooglied 7: 2). Opm: het voetstuk met adorant hoort niet bij het beeld en is van later datum.

Nr. I-1960-VI: Twee oksels. Ongeschoren en ongeparfumeerd. Perzikzacht. Geuren naar melk en honing, vers gemaaid gras, vleugje ozon. Het schoonzoenen der oksels is een hemelse delicatesse. Moeten vorstvrij overwinteren.

Nr. I-1960-VII: Talent. Groot beeldend vermogen. Vloeit de ene keer moeiteloos, andere keer na weken wanhopig peinzen en vruchteloos schetsen. Beseft dat alles anders en beter kan, gekanteld of tegengesteld. Komt uiteindelijk tot ontwapenend dromerige beelden. Is vertrouwd met archetypen, mythologie, iconografie, legendes van Ovidius tot de gebroeders Grimm. Vindt immer een dartele oplossing voor sculptuuropdracht: tegelijk sensueel en concreet. Dient gekoesterd en met poëzie gevoed, gelaafd door stevige omhelzing en met in Bach gedrenkte pecunia.

Nr. I-1960-VIII: Neus. Fraai gevormde luchtgaten en beweeglijke neusvleugels, gebeeldhouwd naar Gulden Snede. Haat sigarettenrook, barbecuegeur, parfum. Doet denken aan eeuwenoud porseleinmodel. Tijdens schaterlach krult neusbrug op, lieftallige rimpeltjes verschijnen. Puntje koelt snel af. Tegeltableaus met vergelijkbare neuzen zijn de laatste decennia gevonden in graven uit de Jin- en Yuan-dynastieën (12de - 14de eeuw) te Shanxi, Volksrepubliek China.

Nr. I-1960-IX: Ogenpaar. Inclusief ongeëpileerde wenkbrauwen en lange wimpers zonder mascara. Onbesuisde opslag. Beginnen te glanzen bij aanblik van taartjes. Kennen het verschil tussen brand- en dovenetel, es en esdoorn, lange en ronde zonnedauw. Beide zijn onpeilbaar, kunnen vuur schieten en boeren en buitenlui in verwarring brengen. Lezen graag sprookjes, Rilke, romantische Duitse poëzie. Toeschrijving aan bepaalde stijlperiode is niet mogelijk. Vergelijk dit ogenpaar met strekking van het middeleeuwse versje: `Altijd weer speuren mijn ogen benard/ waar of ze mijn lief ontwaren mogen,/ want zij alleen bezit heel mijn hart;/ daarom mag zij ook op mijn ogen bogen'.

Nr I-1960-X: Orenpaar. Sierlijk als aronskelken. Linker- en rechteroor zijn gelijk van formaat, tevens elkaars spiegelbeeld. Geperforeerde oorlellen, overdag voorzien van grote gouden gordijnringen. 's Zomers tijdelijk gesierd met dubbele kersen (hedelfingers). Gevoelig voor door de bocht gierende trams, gitaarsolo's van Todd Rundgren, onwelvoeglijke taal. Zijn gewend aan stadsgedruis, klassieke muziek gespeeld in grote en kleine zalen, voorkeur gaat uit naar krakende grammofoonplaten. Niet vorstbestendig.

Nr. I-1960-XI: Stem. Meisjesachtig. Subtiel wat betreft intonatie, muzikaliteit. Verraadt gelijk een barometer geestesgesteldheid, wel of geen hoofdpijn, kalmte of geagiteerdheid. Kan verleidelijk giechelen, bloedsomloop versnellen en hartslag opjagen. Lispelt tussen neus en lippen door toverformules: `Du mußt dein Leben ändern', `Living well is the best revenge'.

Nr. I-1960-XII: Handen. Ongelakte nagels. Geen ringen. Deze set is immer bezig. Overdag voorzien van witte katoenen handschoentjes – allergie? Gewend aan tekenstift, kleikneden, polijsten van grote en kleine bronzen beelden, lauwwarme was boetseren, pianotoetsen. Houden niet van huiskuisen, kokkerellen, afwassen. Niet bestand tegen nikkel. Prima onderhouden, regelmatig in het vet gezet, gelucht en gereinigd.

Nr. I-1960-XIII: Haar. Lichtbruin, sluik, halflang, zijdeglans. Gracieuze coupe. Weerbarstige lok wordt regelmatig door mondbriesje uit rechteroog geblazen. Soms voorzien van haarband, madeliefjeskrans, elastiekje, los haarstuk; 's winters door veelkleurig, handgehaakt kapje. Geurt naar lelietjes-der-dalen, vanille met zweem jasmijn. Gewend aan liefkozing door wind.

Nr. I-1960-XIV: Linker- en rechtervoet. Schoenmaat 36. Ongelakte nagels, geen verkalking of ingroeiing. Fijne botstructuur. Hielen en wreven in ongeschonden staat. Sierlijke enkels, te danken aan regelmatig rolschaatsen. Voetzolen zijn niet streelbestendig. Te verwaarlozen eeltvorming aan buitenkant der grote tenen. Kleine tenen licht vervormd, wellicht door te krap schoeisel.

Nr I-1960-XV: Vaardigheden. Tekenlesbevoegheid, zwem- en reddiploma, cum laude kunstacademie, rijbewijs. Beheerst Nederlandse, Duitse en Engelse taal in woord en geschrift. Kan breien en taarten bakken, tekenen en schilderen, beeldhouwen en rolschaatsen, fietsen en pianospelen. Speelt Schuberts `Die schöne Müllerin' zonder bladmuziek. Herkent taal- en beeldclichés op grote afstand. Verorbert moeiteloos twee citroentaartjes. Associeert en analyseert kwikzilversnel. Kan geen vlieg kwaad doen: `Ook muggen hebben een moeder!'