Britse veteranen herdenken met sprong de Slag om Arnhem

In 1944 sprongen er 10.000, afgelopen zaterdag nog vijftien. Zo herdachten de veteranen de Slag om Arnhem in september 1944.

Alleen de slow-motion ontbreekt. De helden zijn er, de filmmuziek, de tranen en de goede afloop. Op de Ginkelse Heide, tussen Arnhem en Ede, kijken op een zonnige zaterdagochtend 20.000 mensen naar vijftien Britse oorlogsveteranen die aan parachutes naar beneden komen. Terwijl de `Ede Brass Band' Spielberg-deuntjes speelt, landen de militairen op de hei – de een wat soepeler dan de ander, maar allemaal zonder problemen. Ze hebben moeilijker sprongen gemaakt.

Het was weer `thrilling', zegt Lew Kemp (75) na afloop. Hij is diep onder de indruk. Zowel van het springen zelf als van de massale belangstelling voor het evenement: veel jongeren, veel mede-veteranen, veel kinderen in camouflagepakken. Met tranen in de ogen kijkt Kemp om zich heen. Het blikje fris trilt in zijn hand. Waarom hij sprong? ,,Uit kameraadschap voor de vrienden en soldaten die hier tijdens de oorlog achterbleven.''

En dat waren er nogal wat. Boven de Ginkelse Heide sprongen vanaf 17 september 1944 in een paar dagen tijd 10.000 militairen uit vliegtuigen en hanggliders. Zo'n 8.000 van hen kwamen om het leven. Ze waren, hangend aan hun parachutes, schietschijf voor de Duitsers die hen vanuit de bossen rondom de heidevelden onder vuur namen of ze werden gedood tijdens de opmars naar Arnhem.

De luchtlandingen bij Arnhem maakten deel uit van Market Garden, het plan van generaal Montgomery om een snelle geallieerde doorbraak te forceren naar het Duitse Ruhrgebied te forceren. Market Garden, de Slag om Arnhem, werd een dramatische mislukking, omdat bij Arnhem onverwachts twee SS-divisies opdoken.

Kemp had min of meer geluk: hij raakte twee dagen later, op zijn twintigste verjaardag, bij Oosterbeek gewond, werd gevangen genomen en naar Duitsland gebracht. Daar maakte hij in mei 1945 als `prisoner of war' de bevrijding mee. Kemp: ,,Ik sprong tijdens de oorlog de tweede dag rond het middaguur. We hadden drie dagen voor die tijd te horen gekregen dat we hier zouden springen. Bij Arnhem. Dat was niet meer dan een stipje op de kaart.''

De andere veteranen hebben vergelijkbare verhalen. Sinds 1994, bij de vijftigste verjaardag van de luchtlandingen, springen ze weer met hun parachute boven de Ginkelse Heide. In het eerste jaar waren er zeventig, en dit jaar nog vijftien. Ze komen met aanzienlijk meer bravoure naar beneden dan in 1944. Sommigen zwaaien uitbundig naar de mensen op de grond. Daar wordt gelachen en teruggezwaaid. Elke nieuwe parachute in de lucht wordt met een enthousiast `ja, ja' ontmoet. Wanneer er 235 Britse para's met de klassieke paddestoelvormige parachutes springen, is de ontroering onder de aanwezige veteranen voelbaar. Op hun stoeltjes zitten ze strak naar boven te kijken. De medailles op de uniformen glimmen.

Van de springende veteranen is Kemp met zijn 75 jaren de jongste. Eerder lieten de veteranen weten dat er dit jaar voor het laatst gesprongen zou worden: het aantal wordt te gering, de kosten te hoog. Maar zaterdag komt een aantal oud-militairen daar al weer op terug. Volgend jaar komen we terug, zeggen ze. ,,We kunnen al deze bezoekers toch niet alleen laten?'' Ze ondergaan de belangstelling als een warm bad.

Geschiedenis wordt gemaakt door mensen, niet door getallen, zegt dominee Ray Bowers tijdens zijn herdenkingspreek. ,,We zijn hier uit respect voor de grote aantal mensen die hier gesneuveld zijn en die nu rij aan rij op vele lokale begraafplaatsen liggen.''

Onze welvaart is op hun offer gebaseerd, zegt commandant Hugo Fletcher van het 4e bataljon; hetzelfde bataljon dat in 1944 boven de Ginkelse Heide sprong. ,,Arnhem is het symbool geworden voor de continue strijd om vrijheid.''