Bescheiden DDR-symbool

Hij heeft niet de swing van Lance Armstrong, de Amerikaanse winnaar van de Tour de France. Hij heeft ook niet de Schwung van Didi Thurau, de Duitser die in de jaren zeventig tot Übermensch werd verheven. Jan Ullrich is gewoon Jan Ullrich, een jongen uit de voormalige DDR, ook een mensenkind dat ondanks zijn bijzondere talenten als wielrenner heeft geleerd gewoon te blijven en zich niet te buiten gaat aan de allures van een sportheld.

Wie 25 jaar geleden is geboren in Rostock, zal hebben begrepen dat er meer is dan sterrendom. Rostock aan de Oostzee, een stad die voor de Wende van 1989 een vreselijk oord was. Toen ik er begin jaren tachtig na een lange reis over een kaarsrechte weg van een paar honderd kilometer aankwam, trof ik er een sfeer van troosteloosheid, wanhoop en paranoia. Mannen en vrouwen die zopen en zochten naar houvast.

Rostock stond vol met blokkendozen van een DDR-statuur waarin mensen als vee waren samengedreven. Sport bood er een vluchtweg. Wie kon hardlopen, boksen, voetballen, zwemmen of wielrennen, had kans aan de Verelendung te ontsnappen. Aangedreven door een systeem waarin kinderen werd wijsgemaakt dat zij en vooral hun land door middel van sportsuccessen aanzien in de wereld konden verwerven. Scholen waarop kinderen naast taal en rekenen werden onderwezen in topsport, waren de opleidingen voor de uitverkorenen. In het Westen wordt nog altijd kritiek geleverd op dat systeem. Maar wie zijn ogen de kost geeft, ziet dat de manier waarop hier het bedrijven van sport aan de man wordt gebracht nauwelijks nog afwijkt van het DDR-systeem. Sportverdwazing heeft ook hier bedenkelijke afmetingen aangenomen.

Maar als Ullrich dan het bewijs is dat sport goed is voor de mens en zijn natie, waar praten we dan over? Zo'n bescheiden jongen die de Tour wint, daarin twee keer tweede wordt en vervolgens ook nog de Ronde van Spanje gaat winnen. Is dat niet waar volksgenoten trots op willen zijn? Een jongen die niet gek werd van de Ullimania waardoor de Duitsers zich lieten bedwelmen nadat Ullrich in 1997 de Tour had gewonnen. Een hele televisieomroep, de ARD, die hem op de voet volgt – blijf daar eens nuchter onder.

Niemand die een ster is geworden, ontsnapt aan de media. Ze liggen op de loer omdat ze denken dat alle mensen willen weten wie, wat en hoe de ster is. Of het nu de bijslaap van de kroonprins is of de vriendin van de Tour-winnaar. Dan toch liever een bestaan aan de donkere kant van de maan, waar geen hijgerige journalistiek heerst.

Dit jaar kon Ullrich na een zware val in het voorjaar niet aan de Tour meedoen. Hopelijk is hij er volgend keer wel bij. Moge hij dan asjeblieft weer de Tour de France winnen. En niet die Amerikaan Armstrong die op de geneeskrachtige golven van God, CNN en de hyperactieve media kanker overwon, of die Italiaan Pantani wiens haarloze hoofd het gevolg is van een te hoge hypocrietwaarde. Gewoon op een normaal, licht verzet van 39x21, Alpe d'Huez oprijden en de wereld tonen wat een normale wielrenner kan.

Wanneer Ullrich de Ronde van Spanje wint, straks het wereldkampioenschap en volgend jaar weer de Tour, zou dat een eerbetoon zijn aan de DDR-jongens en -meisjes die meenden dat ze er goed aan deden aan sport te doen. In dagen van retrospectie, waarin wat zich in het DDR-systeem heeft afgespeeld als onmenselijk wordt bestempeld, zou het menselijk zijn Ullrich te prijzen. Het besef dat de wil om de beste te zijn en bescheidenheid een symbiose kunnen vormen, verdient waardering.

    • Guus van Holland