Achter de decoder

OMROEPLAND IS WEER EENS volop in beweging. De publieke zendgemachtigden zijn het eindelijk eens geworden over een duidelijker profilering van hun drie netten. Minstens zo opmerkelijk: Joop van den Ende beklaagt zich openlijk dat de programmering van de commerciële omroep te grof en te plat is. Aan de vooravond van het nationale Omroepcongres verklaarde de ongekroonde koning van de vrije producenten zich voorstander van regulering door de overheid. Net zoals de publieke omroep hebben de commerciëlen behoefte aan een programmavoorschrift met vaste percentages cultuur en informatie. Staatssecretaris Rick van der Ploeg (Mediazaken) deelt de zorgen en de wens, maar ziet pas kans daar iets aan te doen als ontvangsttoestellen op grote schaal zijn voorzien van decoders.

De reacties op de ontboezeming van de Aalsmeerse pulpproducent waren voorspelbaar: je moet maar durven. Van den Ende heeft echter wel gelijk met zijn diagnose. Het is af en toe bar en boos wat de commerciële zenders te bieden hebben. Het is echter naïef te denken dat daarin valt te voorzien met een overheidsdirectief. Dat is zelfs gevaarlijk, want het gaat om de inhoud van de meningsuiting. En daar horen overheden zoveel mogelijk buiten te blijven. Commerciële omroep dient bovendien strikt gescheiden te blijven van de publieke en niet met de gezamenlijke deken van een programmavoorschrift te worden ingepakt. Er bestaat een alternatief, zo leert Groot-Brittannië. Daar heeft de commerciële omroep een eigen, onafhankelijk bestuur, dat bij de uitgifte van zendvergunningen kwaliteitseisen kan stellen.

NEDERLAND HEEFT de kans op een werkelijk duaal bestel welbewust laten lopen. Jarenlang was commerciële televisie onbespreekbaar in Den Haag. De verdediging van het eigen Hilversumse omroepbestel had absolute voorrang. Ook al was het een kwestie van tijd dat commerciële omroep toch zou moeten worden toegelaten. Toen dat gebeurde, was het te laat: de commerciële televisie kwam met behulp van een juridische inbraak, in de vorm van een buitenlandse (Luxemburgse) omroep, het omroepbestel binnen. Deze variant is onttrokken aan Nederlandse zeggenschap. Het Commissariaat voor de Media probeert koortsachtig met behulp van Europese regels alsnog greep te krijgen op de RTL-zenders. Maar dat is geen waarborg voor kwaliteit. De overheid heeft de commerciële omroep in dit land zelf op het verkeerde been gezet. Ook voor het decoderplan van Van der Ploeg geldt: je moet maar durven.

Er zijn subtielere instrumenten denkbaar. Zo heeft Van der Ploeg al eens geopperd de commerciëlen te laten meedelen in overheidssubsidiëring van culturele producties en deze niet te beperken tot de publieke omroep. Het blijft de vraag of de commerciële omroep toehapt: publieke subsidies leiden al gauw tot publieke verplichtingen. Het publieke bestel reageerde in elk geval geheel naar gewoonte, namelijk als door een adder gebeten. Maar het beroep van Hilversum op de speciale relatie met de overheid is ook niet zonder consequenties.

DE HERINDELING van de zenders is daarvan een voorbeeld. Voor de niet-ingewijde lijken de verschuivingen nogal mee te vallen, maar er is in Hilversum niet voor niets zo lang over gevochten. Zenderprofilering betekent een wezenlijke omslag, heeft de Raad van State gewaarschuwd: kijk- en luistercijfers als belangrijkste legitimering van de publieke omroep en niet meer de verenigingsstructuur van de zendgemachtigden. De Raad van State doet daar overdreven dramatisch over. De verenigingsstructuur is volstrekt gedenatureerd door de kunstmatige koppeling van het lidmaatschap aan een abonnement op de omroepbladen. Het is hoog tijd dat daar een eind aan komt.

Het is ook niet het geval, zoals de Raad klaagt, dat een helder perspectief voor de publieke omroep ontbreekt. Dat perspectief is er wel degelijk: de vervanging van de achterhaalde verenigingsstuctuur door een breed, professioneel en onafhankelijk bestuur. Er zullen echter nog heel wat zender-herindelingen overheen moeten gaan voordat het zover is.