Zwitserland koploper in treintarieven

Het opbreken van (staats)monopolies en het bevorderen van concurrentie leidt in theorie tot prijsdalingen. Zoniet bij de spoorwegen. In landen waar het spoor geprivatiseerd is, zoals Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk, liggen de prijzen relatief hoog. In Nederland, waar de NS met het verdwijnen van concurrent Lovers hun vertrouwde monopolie weer terughebben, blijken de tarieven vrij laag.

Veel landen kennen de kortingskaart voor reizigers. Zo biedt de Nederlandse voordeelurenkaart 40 procent korting na de ochtendspits. Buitenlandse kaarten zijn duurder, maar bieden vaak meer korting en zijn de hele dag geldig. De Fransen en Britten kennen geen algemene kortingskaart: alleen jongeren, senioren en invaliden kunnen er met korting reizen.

In Zwitserland liggen de treintarieven het hoogst: de Schweizerische Bundesbahnen vragen ruim 60 gulden voor een rit van 150 kilometer.

Particuliere maatschappijen zijn nog duurder: een ritje van tien kilometer tussen Kleine Scheidegg en het hoogst gelegen station ter wereld, op het Jungfraujoch, kost ruim 80 gulden.

Maarten Boddaert