Worm

Het artikel `Worm om een stokje' (W&O, 14 augustus) sprak ons op de ambassade in Khartoem bijzonder aan, omdat Nederland hier in Soedan de belangrijkste financier is van het Amerikaanse Carter Centre in zijn strijd tegen deze afschuwelijke ziekte. Het artikel vermeldt terecht dat in Soedan de burgeroorlog een effectieve aanpak verhindert. Niettemin wordt ook hier het probleem zo goed mogelijk aangepakt en een aantal bemoedigende aspecten mogen worden genoemd.

Allereerst werkt het Carter Centre (via de organisatie `Global 2000') aan beide kanten in de burgeroorlog, dus zowel in gebied dat door de SPLA/M beheerst wordt als in door de regering beheerst gebied. De aanpak is dezelfde en resultaten worden met elkaar vergeleken en, waar mogelijk, onderling afgestemd. In principe wordt gewerkt met de plaatselijk voor `gezondheid' verantwoordelijke autoriteiten en via of met deze personen wordt een netwerk van vrijwilligers opgebouwd die voorlichting verzorgen en eenvoudige middelen (met name de in het artikel genoemde fijne zeefdoekjes om de kreeftjes uit het drinkwater te filteren) ter beschikking hebben. In `stabiele' gebieden (die vast in handen van de ene of andere partij zijn) heeft dit reeds geleid tot duidelijke afname van het aantal ziektegevallen. Zodoende wordt de ziekte toch verder teruggedrongen en wel naar de `onstabiele' gebieden, die regelmatig van bezetter wisselen.

De voornaamste reden dat wij thans nog niet durven zeggen, dat ook in Soedan het aantal nieuwe gevallen daalt, ligt in het gevaar van herbesmetting. Telkens weer moet worden geconstateerd dat mensen zich tijdens hun vlucht voor de strijdende partijen, niet kunnen of durven houden aan regels van hygiëne en gezondheid. Niet alleen wordt er dan van mogelijk besmet water gedronken, maar onder zulke omstandigheden heeft men ook de tijd of het geduld niet om de worm netjes om het houtje te wikkelen. Ook zijn in zulke omstreden gebieden geen `medische autoriteiten', zelfs geen hulpverplegers, gevestigd die een betrouwbare registratie van ziektegevallen verzorgen.

Tijdens een inspectie eind juli troffen de vertegenwoordiger van `Global 2000' en schrijver dezes in een dorpje, bewoond door vluchtelingen uit SPLA/M-gebied, dan ook besmetting aan bij minstens de helft van de bewoners. De lange incubatietijd maakt het voor deze mensen ook niet eenvoudig zich te herinneren waar de besmetting vandaan zou kunnen zijn gekomen. Hoewel dus ook in Soedan de strijd tegen dracontiasis gevoerd wordt, en een zekere hoop op resultaat is, zal het niet eenvoudig zijn om die te winnen als niet ook de burgeroorlog tot een einde komt!