Water in Cité Soleil

De verstedelijking in ontwikkelingslanden is onstuitbaar. Dus is het maar het beste daarop met goed beleid in te spelen, bijvoorbeeld door grotere nadruk op lokaal bestuur; pogen het urbanisatieproces te stoppen is zinloos. Dat was kort gezegd deze week de boodschap van de Wereldbank in haar jaarlijkse World Development Report.

Volgens het Wereldbank-rapport was in 1950 het aantal stadsbewoners in industrielanden en ontwikkelingslanden nog gelijk: 300 miljoen. Op de drempel van de 21-ste eeuw tellen de steden in arme landen al twee miljard bewoners, twee keer zoveel als het aantal stadsbewoners in de rijke industriële wereld.

In de industrielanden ging de verstedelijking gepaard met economische groei en een transformatie van de economie. Maar arme regio's als Sub-Sahara Afrika en Zuid-Azië, waar de groei van het inkomen per hoofd gering of nihil was, hebben de grootste moeite de stedelijke migranten op te vangen.

De migranten die van het arme platteland kwamen leefden in de verwachting dat stedelijke centra betere toegang boden tot essentiële voorzieningen als water, riolering, gezondheidszorg en onderwijs. De kwaliteit van het leven in steden werd traditioneel weerspiegeld in lagere ziektecijfers, verminderde kindersterfte en een hogere levensverwachting. Maar volgens het World Development Report zijn de voordelen van het leven in stedelijke gebieden van arme landen - vooral in grote steden - sinds het midden van de jaren tachtig minder groot. In Sub-Sahara Afrika zijn de sterftecijfers op het platteland en in kleine steden bijna even hoog - negentig per duizend - en in grote Latijns-Amerikaanse steden is het sterftecijfer gestegen tot het niveau van dat in kleine stedelijke gebieden. Volgens het World Development Report hebben ongeveer honderd miljoen mensen, waaronder veel kinderen, hebben geen dak boven hun hoofd. In veel stedelijke gebieden, vooral in Latijns-Amerika maar ook in Zuid-Azië, gaat groeiende maatschappelijke ongelijkheid gepaard met een toenemende gewelddadigheid. Het World Development Report schetst een beeld van steden in de Derde Wereld, waar rijken steeds meer in afgeschermde enclaves gaan leven en hele buurten aan de armen overlaten. In veel van die steden gaan essentiële publieke voorzieningen achteruit. Volgens het Wereldbank-rapport vertonen de steden in de Derde Wereld overeenkomsten met de stedelijke gebieden in West-Europa in de eerste helft van de vorige eeuw. In de tweede helft van de eeuw volgde een ommekeer als gevolg van de snelle industrialisatie.

Of dit patroon kan worden herhaald in ontwikkelingslanden hangt volgens de Wereldbank vooral af van de kwaliteit van nationaal en lokaal bestuur en van nationale en internationale ontwikkelingsinspanningen, die meer moeten inspelen op het urbanisatieproces. In het World Development Report worden vele succesvolle voorbeelden genoemd. In Karachi (Pakistan), Haiphong (Vietnam) en Curitiba (Brazilië), Jakarta (Indonesië) werd grote vooruitgang geboekt op het gebied van transport, sanitaire voorzieningen, aanvoer van schoon drinkwater en huisvesting door versterking van lokaal bestuur, grotere betrokkenheid van de lokale bevolking en non-gouvernementele organisaties en privatiseringen.

Maar wat wanneer er geen goed, of helemaal geen bestuur is of wanneer onveiligheid ontwikkelingsinitiatieven vrijwel onmogelijk maken? Het meest sprekende is misschien wel dat nog altijd meer dan 220 miljoen mensen in steden in de Derde Wereld geen toegang hebben tot goed drinkwater. Nu moeten volgens de Wereldbank veel armen in Derde-Wereldsteden bij particuliere verkopers 25 tot 30 keer zoveel voor water betalen dan de middenklasse en de rijken die hun gesubsidieerde leidingwater thuis bezorgd krijgen. ,,Het resultaat is een zware, informele belasting op degenen die het het minst kunnen betalen,'' zo constateerde de Wereldbank enkele jaren geleden. Volgens een ander cijfer van de Wereldbank gaat een vijfde (!) van het inkomen van veel armen in de Haïtiaanse hoofdstad Port au Prince op aan het kopen van veilig drinkwater. Een drinkwaterleidingproject in Cité Soleil, een van de armste en gewelddadigste krottenwijken op het Westelijk halfrond, mislukte omdat het water werd gestolen voor eigen gebruik of om door te verkopen. De Nederlandse tak van Foster Parents verliet de wijk twee jaar geleden, toen het lokale Haïtiaanse personeel door (drugs)bendes werd bedreigd. Cité Soleil (200.000 inwoners) dreigt binnenkort geheel van veilig drinkwater verstoken te raken, omdat twee Vlaamse Salesianer paters wegens gezondheidsredenen hun werk moeten opgeven. De broers Joseph en Luc Lannoo hebben jarenlang met vrachtwagens dagelijks 500.000 liter uit een bron opgepompt water aangevoerd voor zo'n 30.000 gezinnen. ,,We kunnen geen opvolgers vinden, want niemand durft hier te werken'', zegt Joseph Lannoo.

De broers Lannoo zeggen graag in contact te komen met organisaties die hun werk kunnen (durven) over te nemen.

Buddingh@nrc.nl