Warme metabletica

Jan Hendrik van den Berg: Twee wetten; de twee hoofdwetten van de thermodynamica. Geïll., 64 blz., Pelckmans-Agora 1999. Prijs: ƒ19,90. ISBN 90 391 0778 5.

Dit weekend wordt in Maastricht het tiende Europese congres van sceptici gehouden. Thema is het scepticisme in de 21ste eeuw, en de deelnemers zullen zich buigen over de vraag hoe uitingen van pseudo-wetenschap en rapportages van wonderen in een tijdperk van globalisering en individualisering het beste gepareerd kunnen worden.

Op de valreep van de 20ste eeuw laat een oude bekende in de pseudo-wetenschap nog eens van zich horen: Jan Hendrik van den Berg, psycholoog en fenomenoloog te Leiden. In 1956 publiceerde hij zijn Metabletica of Leer der veranderingen, een boek dat inmiddels een cultstatus geniet. In de metabletica draait alles om synchroniteit: ontwikkelingen in wetenschap, kunst en godsdienst staan niet op zichzelf maar hangen ten nauwste samen met zaken die op hetzelfde moment elders in de maatschappij spelen, ook al hebben die er ogenschijnlijk niets mee te maken. Zo legt van den Berg een verband tussen de in 1871 ontstane mode van de cul-de-Paris (het kussen op het damesachterwerk dat de rok doet welven) en de vernietigende nederlaag van de Fransen tegen de Pruisen in Sedan een jaar eerder. Reden voor Matthijs van Boxsel om Van den Berg op te nemen in zijn bundel Morosofie, een inventarisatie van `dwaze wijzen en wijze dwazen in Nederland'.

In Twee wetten past Van den Berg zijn metabletica toe op de thermodynamica of warmteleer. De ontdekking in 1842 dat warmte gelijkwaardig is met mechanische energie wordt toegeschreven aan Jules Robert von Mayer, maar onafhankelijk van de apothekerszoon uit Heilbronn kwam een dozijn wetenschappers binnen een paar jaar tot dezelfde conclusie. Hoe kan dat? Volgens Van den Berg ligt het antwoord op die vraag niet besloten in de ontwikkelingen van het specifieke vakgebied, maar moet het vizier gericht zijn op gelijktijdigheden in alle gebieden van menselijke activiteit. Van den Berg wijst naar Proudhon, die in 1840 in zijn boek Qu'est-ce que la propriété? tot de conclusie kwam dat eigendom diefstal is, en naar Marx. Door de opkomende industrie met zijn stoommachines was hakhout een stuk duurder geworden. Daardoor, aldus Van den Berg, voltrok zich in de substantie van de stof een metafysische verandering, een transsubstantiatie. Hakhout was niet meer wat het geweest was. En zonder die verandering was de ontwikkeling van de thermodynamica niet mogelijk geweest.

De `ziener' Mayer kwam op de gedachte van de eerste hoofdwet toen hij als arts in Batavia waarnam dat bloed in de tropen helderder (zuurstofrijker) naar het hart terugkeert omdat er door de hogere temperatuur minder verbranding nodig is. En tijdens de terugreis kwam hij op het idee dat een door storm gegeselde oceaan warmer wordt omdat de wind aan de golven energie afgaf. Waarom zag hij dat? Omdat de politiek-culturele situatie in Europa elk ding, dus ook bloed en zeewater, naar zijn wezen veranderd had. Mayer, aldus Van den Berg, duwde op zijn beurt `zijn verbazing, zijn verwachting, zijn bevestiging in het aanschouwde, op uitnodiging van het aanschouwde zelf'. Van beide kanten komt elke ontdekking.

Op vergelijkbare wijze koppelt Van den Berg de ontdekking van een kwantitatief verband tussen warmte en energie, door Graaf Rumford in 1798, aan de Franse Revolutie. Die had het metaal van het kanon waarin Rumford in het arsenaal te München gaten boorde (om vervolgens te meten hoeveel warmte erbij vrijkwam) tot een ander metaal gemaakt. En bij de ontdekking van de Tweede Hoofdwet, die onder andere zegt dat een machine nooit warmte volledig in arbeid kan omzetten, is de synchrone schakel de uitvinding van de fotografie, symbool van het teveel. Dat hij nog altijd geldig is komt `omdat de mensheid verkeert in de toestand van de nu universeel krioelende menigte, die midden negentiende eeuw alleen op de grens van land en zee dissipeerde'.

Zo geformuleerd krijgt de metabletica een welhaast literaire kwaliteit. Maar Van den Bergs metabletica zou aanzienlijk aan kracht winnen wanneer hij een natuurwet wist te noemen die door een politiek-culturele ommezwaai het loodje heeft gelegd.