Slechte tijden

Er zijn momenten dat je denkt in een aflevering van `Goede tijden, Slechte tijden' verzeild geraakt te zijn, waarin de scenarioschrijver ook niet meer wist hoe het verder moest. Luister: Vorig jaar kocht ik een nieuwe laptop, om ook ver van huis `Chips' te kunnen maken. Het was een kostbaar juweeltje met een hypermodern PCM-CIAmodem erin (dat is zo'n soort creditkaart, een wonder van techniek), dat voor ruim negenhonderd spijkers zowel analoog als per ISDN kon telefoneren. Mij kon niets meer gebeuren, dacht ik. Maar dat was mis, want eenmaal diep in de binnenlanden van Verweggistan bleek het ding niet te willen e-mailen en de batterij akelig snel leeg te lopen, ook als hij uit stond. Precies de twee dingen die essentieel waren, werkten niet goed.

Afijn, je verzint alternatieve oplossingen, en na thuiskomst ga je naar de handelaar terug, die het apparaat naar de importeur stuurt, die er een nieuwe accu ingooit en denkt dat ie klaar is. Dat denk je zelf natuurlijk ook. Pas maanden later, als de laptop weer eens echt dienst moet doen, dat wil zeggen: zonder stopcontact werken en e-mailen, blijkt dat er niets is opgelost. Dus weer noodoplossingen verzinnen, en later weer terug naar de handelaar.

Deze keer gaan ze het beter aanpakken, beloven ze. Dan belt, na een week, zo'n laconieke technische-dienst-puber met de vraag of ik mijn modem wil komen inleveren, want ze willen het e-mailen testen. `Modem?' vraag ik. `Dat zit erin, natuurlijk. Je denkt toch niet dat ik een apparaat inlever omdat het niet wil mailen en dan het modem eruit haal?' Maar in welk sleufje het joch ook kijkt, geen modem. `Dan heeft u een probleem, en een duur ook', zeg ik, not amused. `Ga maar zoeken.'

Een week later belt er een andere jongen. Of ik mijn modem wil komen brengen, want... Ik leg uit dat het modem bij hen is zoekgeraakt, en dat ik het wel raar vind dat er kennelijk niets gebeurd is. De jongen belooft dat het nu echt allemaal goed komt. Ik word in de twee maanden die volgen nog een keer of twee gebeld of ik mijn modem wil komen brengen, ik bel een keer of vier om te vragen of ze het ding eindelijk boven water hebben, maar we schieten niets op. Dit is `Goede Tijden, Slechte tijden': eindeloos onwaarschijnlijk gedonderjaag waar geen enkele ontwikkeling in zit. Tijd voor actie. We vragen de chef!

De chef hoort het hele verhaal aan en belooft het uit te zoeken. Twee dagen later belt hij terug, met de mededeling dat het modem er niet is, en of ik het even wil komen brengen.

Wat doe je dan? Dan schrijf je een brief aan de directie, en je gaat meteen op vakantie, weg van dit gedoe. En jawel, als je thuiskomt ligt er een antwoord van de directie op de mat. Dat maak je toch wel wat gespannen open, op veel voorbereid, maar niet op wat erin staat.

Want wat is het geval? Na uitvoerige excuses voor al het ongemak komt schoorvoetend het hoge woord eruit. Inmiddels is niet alleen mijn modem nog altijd zoek, maar inmiddels blijkt de hele machine pleite. En het is niet de enige die bij hun technische dienst verdwenen is. Om het goed te maken bieden ze een complete nieuwe machine aan, equivalent aan de oude. Of ik hem maar wil komen halen.

Eind goed, al goed, zou je denken. Klauwend personeel, of wat het ook geweest was, dat kan immers iedereen een keer gebeuren, en ze hebben het toch uiteindelijk netjes naar vermogen rechtgezet. Maar dan bedenk je dat een nieuwe machine maar de helft van het verhaal is, want er zaten ook allerlei gegevens in. Die ben ik niet alleen kwijt, maar Joost mag weten waar ze zich nu bevinden. Wie er in mijn persoonlijke spullen zit te graaien.

Een kapotte computer is iets fundamenteel anders dan een wasmachine of cd-speler. Vaak zitten er in ter reparatie aangeboden apparaten immers dingen die niet voor ieders ogen bestemd zijn. Vertrouwelijke zaken. Privé, maar ook van het werk. Verkoopgegevens, marketingplannen, overnameplannetjes, administraties, begrotingen, polisgegevens, kredietrapporten, cliëntendossiers, patiëntendossiers, pornografie en ander chantabel makend spul, je kunt het zo gek niet bedenken of het zit in die gammele laptopjes. Wie is daarvoor eigenlijk verantwoordelijk als de machine voor reparatie in andere handen komt?

Dat ben je in eerste instantie natuurlijk zelf. Je kunt je immers redelijk eenvoudig indekken tegen het verliezen van grote hoeveelheden belangrijke gegevens door regelmatig reservekopieën te maken, en tegen pottenkijkers kun je een wachtwoord gebruiken. Toch is daarmee de kous niet af.

Het verhaal over reservekopieën gaat alleen op als die kopieën op een andere machine of op losse dragers als tapes of CD-tjes gemaakt worden. Bij laptops zal dat wel altijd zo zijn, die dienen immers doorgaans als mobiel verlengstuk van een gewone computer. Maar als er een tweede harde schijf in dezelfde machine voor gebruikt wordt, een soort automatisch meelopend schaduwarchief, heb je, als de machine uitvalt, wel weer een probleem. Tegelijk is dat nu juist de gemakkelijkste en zekerste methode om reservekopieën bij te houden die er is.

Erger is het gesteld met de pottenkijkers. Natuurlijk kun je alles met wachtwoorden beveiligen, maar die beveiligingen zijn in veel gevallen met wat kennis en kwade wil wel te kraken. En zelfs met goede wil. Een reparateur kan immers vaak weinig uitrichten als hij geen toegang tot de machine heeft. Eén — nogal contra-intuïtieve — mogelijkheid is om je harde schijf te wissen voor je de boel ter reparatie inlevert. Als het weigerachtige apparaat dat tenminste nog toelaat. En ook dat is geen garantie. Ook gewiste gegevens kunnen nog heel goed gered worden, en als het om de computer van bijvoorbeeld een advocaat, arts of concurrent gaat, kan dat zeer de moeite waard zijn.

Een kapotte machine is dus in zekere mate een geval van overmacht. Je kunt als eigenaar eenvoudig niet meer waken over de vertrouwelijkheid van je gegevens, je moet er anderen wel de beschikking over geven. Maar of die anderen daarmee ook je verplichtingen inzake vertrouwelijkheid overnemen, daarover is bij mijn weten niets geregeld. Dat zou wel moeten. Als we voor elke simpele brief de PTT verplichten tot vertrouwelijkheid, kan het niet zo zijn dat je digitale doopceel bij ongelukjes de status van oud vuil heeft.