Master of raga

De kennis over de raga, de basis van de Hindoestaanse muziek, verdwijnt. Musicoloog Joep Bor werkte de afgelopen vijftien jaar aan The Raga Guide waarin hij de muziekvorm grondig analyseert.

DE HINDOESTAANSE muziek – de klassieke muziek van Noord-India en de aangrenzende landen – bestaat uit honderden raga's, waarvan er zo'n zestig vaak worden uitgevoerd. Iedere raga heeft zijn eigen melodische basispatroon, dat in het Hindi de chalan genoemd wordt. Het is een reeks van melodische lijnen en wendingen, waarop eindeloos gevarieerd kan worden. Deze chalan bepaalt de specifieke sfeer van de raga.

Je zou verwachten dat de chalan een belangrijke rol speelt in het Indiase muziekonderwijs, maar dat is niet zo. De discipel leert van zijn meester vooral stukjes van bestaande composities: de meester speelt voor, de discipel probeert het na te spelen. Door zich de bestaande composities eigen te maken wordt de beginnende muzikant zich langzaam bewust van de onderliggende melodische patronen.

De omgekeerde weg – de leerling leert eerst het basispatroon en daarna hoe je hierop kunt variëren en improviseren – wordt vrijwel nooit bewandeld. Indiase muzikanten lijken, zoals zoveel muzikanten, afkerig te zijn van een analytische benadering van hun muziek.

``Er zijn maar weinig muzikanten die in een paar frasen de opbouw van een raga kunnen weergeven'', vertelt musicoloog dr. Joep Bor, die gespecialiseerd is in de Hindoestaanse muziek. ``Ze hebben het natuurlijk wel in hun hoofd zitten, maar ze zijn niet zo analytisch ingesteld dat ze het expliciet kunnen maken. Ze geloven er misschien ook niet in, om een raga zo kort weer te geven.''

abstracties

In zijn studie The Raga Guide doet Bor wat de muzikanten liever niet doen: hij analyseert de raga's en geeft de melodische basispatronen. Die chalans schrijf je niet zomaar even op. Het zijn abstracties, ze worden nooit letterlijk gespeeld. Bor is er vijftien jaar mee bezig geweest om ze op papier te zetten. Hij begon zijn onderzoek met de Indiase zang-virtuoos Dilip Chandra Vedi die toen al ver in de tachtig was. ``Hij was een van de grote masters of raga'', zegt Bor. ``Die man had een gigantische kennis van het repertoire. Je hoefde bij hem maar op een knop te drukken en dan kwamen er twintig verschillende composities van een raga uit. Het was mijn bedoeling om de raga-traditie vanuit zijn kennis weer te geven.''

Vedi stond aanvankelijk sceptisch tegenover het idee om de chalans uit te schrijven. ``Hij zei: wat jullie willen kan eigenlijk niet. Zo'n raga moet je leren, die moet je kennen. Wat kan ik nou in een paar regels over die raga openbaren? Daar had hij natuurlijk gelijk in. Er zitten zoveel subtiele dingen in. Maar ik vond toch dat het nut had. Ik zei: De kennis van de raga's verdwijnt, dus laten we proberen om de essentie ervan nu zo goed mogelijk vast te leggen.'' Vedi bleek gevoelig voor dit argument.

Toen de oude muzikant een paar jaar later overleed, op 92-jarige leeftijd, zette Bor het project voort met een klein team van gespecialiseerde musicologen. ``We luisterden naar historische opnames en vergeleken interpretaties. Bij sommige raga's is het niet zo moeilijk de melodische lijnen op te schrijven, die zijn vrij rechttoe rechtaan. Bij andere is het ingewikkelder, die hebben allerlei tussenbewegingen of bewegingen die soms, maar niet altijd voorkomen. We hebben de nodige collegiale vechtpartijen gehad over wat er wel en wat er niet in hoorde. Uiteindelijk moest iemand de knopen doorhakken en dat heb ik gedaan.''

Nu de studie gepubliceerd is, verwacht Bor veel kritiek en commentaar. Die ziet hij overigens met genoegen tegemoet. Hij vindt dat er te weinig gediscussieerd wordt in de Indiase muziekpraktijk. ``Het eerste wat een beginnende muzikant leert is dat hij trouw moet zijn aan zijn leermeester, dat alleen hij de waarheid in pacht heeft. Dat leidt tot verarming. Kijk je naar de geschiedenis, dan zie je dat de echt grote figuren juist heel kritisch waren. Die zeiden misschien wel `dit heb ik van mijn leermeester geleerd', maar zodra ze op het podium zaten deden ze heel andere dingen. Vaak zonder zich ervan bewust te zijn. Een prachtige paradox.''

Maar waarom analyseren en opschrijven, als de muziek het eeuwenlang zonder die benadering heeft kunnen stellen? ``Omdat er veel kennis verdwijnt'', zegt Bor. ``Het is elite-cultuur, maar de elite is nu aan het verdwijnen. Die muzikanten hadden vroeger een baantje aan een of ander hof. Ze hadden de tijd, ze konden zich met de muziek bezighouden, ze konden een paar leerlingen opleiden. Op die manier konden deze dingen bestaan. Dat is voorbij. In Bombay moet je nu drie uur in een vieze trein zitten om je leraar in een of ander klein rotappartementje op te zoeken.''

De meester-leerling traditie, de motor die de Hindoestaanse muziek draaiende hield, staat in het moderne India zwaar onder druk. Daarnaast hebben grammofoonplaten, cassettes en cd's ertoe geleid dat er steeds meer wordt nagespeeld zonder dat er een leermeester aan te pas komt. Bor: ``Vaak luister ik naar jonge musici en denk ik: die plaat ken ik. Letterlijk: die plaat ken ik. Ze missen iets. Het commentaar en de diepgang ontbreken. Daarmee wordt de basis van deze muziek aangetast. Als je niet meer de kennis hebt van de manier waarop je zo'n raga opbouwt, mis je een belangrijk fundament. Je loopt het gevaar dat het een hutspot wordt en dat het bouwwerk in elkaar stort.''

super-conservatorium

Bor denkt dat de Hindoestaanse muziek alleen nog kan overleven als er in India een hoogwaardige muziekopleiding komt. ``Een soort super-conservatorium, met al het toptalent.'' Hij ziet een parallel met de geschiedenis van de Europese klassieke muziek, waar het conservatorium in de vorige eeuw ook vanuit een noodzaak ontstond. ``Zie jij Leopold Mozart anno 1999 nog in zijn buitenhuis aan een aantal discipelen les geven? Ik niet. Het past niet meer in deze wereld.''

Zelf heeft Bor aan het Rotterdams Conservatorium een niet-westerse afdeling opgezet, waar het onderricht in onder andere Hindoestaanse muziek gecombineerd wordt met theoretische vakken als muziekanalyse. ``Er is niks op tegen om ook dat stukje van je hersenweefsel te gebruiken'', vindt hij. En natuurlijk zal het gevolgen hebben voor de muziek. ``Muziek zal altijd veranderen en moet ook blijven veranderen. Anders wordt het een ritueel, dan sterft het.''

Omdat een raga meer is dan alleen zijn melodische essentie, nodigde Bor voor The Raga Guide vier gerenommeerde muzikanten uit om de raga's te spelen en te zingen. Hun interpretaties zijn te horen op de vier goed gevulde cd's die het boek vergezellen. Normaal duurt een raga een kwartier of langer, maar voor deze gelegenheid beperkten de muzikanten zich tot een paar minuten. Bor vroeg hun te spelen in de stijl van de oude 78-toeren platen, waarop een raga niet langer kon duren dan drie of vier minuten.

De intro van iedere opname, waarin de zanger of instrumentalist het melodische materiaal verkent, werd uitgeschreven en naast de chalan afgedrukt. Daarnaast bevat het boek ragamala's, oude schilderijen waarop de sfeer van een raga symbolisch wordt weergegeven. Door deze prachtige illustraties en door de fraai gestileerde opnamen is The Raga Guide ook aantrekkelijk voor de geïnteresseerde leek.

Joep Bor e.a. - The Raga Guide. A survey of 74 Hindustani ragas. Boek met vier cd's. Uitgave: Nimbus Records (Nederlandse uitgever: Harmonia Mundi Nandi, Den Haag). Prijs: ƒ120,-