Maastricht krijgt kunstenaarssocieteit

De kunstenaars van Maastricht krijgen eindelijk hun ontmoetingsplaats: kunstcentrum Marres, dat vandaag wordt geopend.

Na dertig jaar aandringen is het nu zover: de gemeente Maastricht geeft gehoor aan het verzoek van haar kunstenaars om een eigen, centrale ontmoetingsplaats. Al in de jaren zestig voelden de Maastrichtse kunstenaars zich `ontevreden over de culturele gang van zaken' in hun gemeente, aldus kunstcriticus Willem K. Coumans in De Nieuwe Limburger (1964). De stad had twee kunstopleidingen (de Academie voor Beeldende Kunsten en de post-doctorale Jan van Eyck Academie), maar er werd door de gemeente niets gedaan om het plaatselijke artistieke klimaat te bestendigen. Kunstenaars voelden weinig binding met elkaar en met hun stad, en zwierven na voltooiing van hun opleiding alle kanten op.

De oprichting van kunstcentrum Marres, dat vandaag wordt geopend, moet hierin verandering brengen. In dit door de gemeente gesubsidiëerde centrum kunnen kunstenaars uit Maastricht en omgeving voortaan bijeenkomen om te praten, te werken èn te dansen in een ouderwetse `kunstenaarssociëteit'. Het vier man sterke programmateam verzint thema's voor tentoonstellingen en nodigt kunstenaars uit om werk te komen maken; zo nodig kunnen ze op zolder blijven slapen. Lezingen en films moeten voor verdere inspiratie zorgen. Hoewel Marres dus in de eerste plaats in een lokale behoefte voorziet, koestert de leiding van het centrum internationale ambities. Piet Vanrobaeys, adviseur van Marres: ,,Maastricht is vanouds een stad met een internationale oriëntatie. Aken, Hasselt en Luik zijn allemaal vlakbij; de kunstenaars hier zijn goed op de hoogte van wat hun Duitse en Belgische collega's doen. Bij de huidige generatie doet de woonplaats er trouwens steeds minder toe. Ze trekken allemaal de wereld rond van de ene tentoonstelling naar de andere, en houden via e-mail contact met elkaar.''

Coördinator Frederique Bergholtz is zeer te spreken over de locatie van Marres: een 18de-eeuws, neo-klassiek pand op 150 meter van het Vrijthof. Het huis behoorde toe aan de Waalse bierbrouwersfamilie Marres, waar het centrum zijn naam aan ontleende. ,,De gemeente bood ons aanvankelijk een gerenoveerd kerkje op het Kruisheren-kloostercomplex aan. Toen dat niet op tijd af was, kwamen we hier terecht. Nu wil ik eigenlijk niet meer weg. Dit is een echt huis, waarin werd geleefd, gevochten, de liefde bedreven... Dat past veel beter bij wat Marres moet worden: een plaats waar kunst kan worden gemaakt en aangeraakt. Van de traditionele opzet van een museum, waar de toeschouwer geacht wordt vol bewondering langs de kunstwerken te lopen, willen we juist af.''

De openingstentoonstelling De onzichtbare stad weerspiegelt dit streven. In het huis zijn kunstwerken te zien van Jimmy Durham (VS), Honoré d'O (België), Voebe de Gruyter en Desirée Palmen (Nederland), maar er zijn ook historische rondleidingen door het pand en langs de Maas. Op zondagmiddag worden, in de vooralsnog totaal verwilderde tuin, lezingen gegeven door onder anderen architect Matthijs Bouw en stadssocioloog Arnold Reijndorp. Het tuinhuisje is door Mike Tyler (VS) ingericht als `sense deprivation room': hier kan de bezoeker een halfuur lang in eenzaamheid `floaten' in zout water, en zo de totale rust bereiken. Badjas en slippers krijg je er van Marres bij. Vanrobaeys: ,,De stad is de sociale omgeving waar kunstenaar en toeschouwer beiden deel van uitmaken. De kunst op de tentoonstelling is bedoeld als handreiking om de verhouding tussen mens en stad nader uit te diepen; kunstenaar en toeschouwer staan hierin op hetzelfde niveau.''

Tentoonstelling `De onzichtbare stad' in Centrum voor beeldende kunst Marres, Capucijnenstraat 98, Maastricht. Opening op 18/9, 17 uur; daarna elke donderdag t/m zondag van 13-18 uur te bezichtigen. Toegang gratis.