Kruisbestuiving van noorden en zuiden

De Nijmeegse kunsthistoricus Bernard Aikema stelde in Venetië een unieke tentoonstelling samen over de wisselwerking tussen 15de- en 16de-eeuwse noordelijke en Venetiaanse schilders.

Albrecht Dürer was 23 jaar toen in 1494 de pest uitbrak in zijn woonplaats Neurenberg. Net terug uit het Rijnland, was hij weliswaar getrouwd met de vrouw die zijn ouders hadden uitgezocht, maar hij voelde er niets voor om zich al te vestigen. Hij wilde nog meer leren, en greep de pestepidemie aan als excuus voor zijn eerste reis naar het zuiden, de Alpen over, met als eindbestemming Venetië, toen de rijkste stad van Europa. Dürer bleef ongeveer een jaar weg en zijn werk zou nooit meer hetzelfde zijn. Hij raakte er diep onder de indruk van de anatomische studies van schilders als Andrea Mantegna en bij een tweede bezoek, twaalf jaar later, was het vooral Giovanni Bellini, van wie hij in de ban raakte. Het prachtige Portret van een jonge Venetiaanse vrouw laat zien hoe groot de invloed van Bellini's kleurgebruik en classicisme zijn geweest. Dürer op zijn beurt zou een bron van inspiratie gaan vormen voor Italiaanse schilders als Lorenzo Lotto. Genietend van de erkenning die hem als kunstenaar ten deel viel, schreef hij naar huis: `Wat zal ik het koud hebben na deze zon. Hier bin ich ein Herr.'

Deze ontwikkeling is vrijwel stap voor stap te volgen op een unieke tentoonstelling in Palazzo Grassi in Venetië. Over een periode van anderhalve eeuw, van 1450 tot 1600 is in kaart gebracht hoe Venetiaanse schilders en kunstenaars uit Vlaanderen en `Oberdeutschland', het huidige Zuid-Duitsland, elkaar over en weer beïnvloedden. Naast elkaar hangen werken waarin schilders elkaar citeren. Soms is een landschap vrijwel volledig overgenomen. Dan weer is de houding van een geportretteerde figuur identiek of zijn er opvallende overeenkomsten in de manier waarop de kruisiging van Christus wordt afgebeeld.

,,Het is een een heen en weer golven van invloeden op verschillende niveaus'', zegt Bernard Aikema, de Nijmeegse kunsthistoricus met een passie voor de Venetiaanse schilderkunst die een van de twee conservatoren van de tentoonstelling is. ,,Veel tentoonstellingen zijn monografieën. Wij wilden nu juist de dwarsverbanden laten zien, de relaties en de dialogen uit die tijd.''

Aikema wijst erop dat de beeldcitaten en overgenomen motieven indruisen tegen de huidige notie van originaliteit, maar ze passen wèl in de manier van denken in de Renaissance. ,,Er bestond een strak kader waarbinnen je moest werken, en daarbinnen golden twee kernbegrippen: imitatie en emulatie. Je moest imiteren, maar dan wel op een manier die het voorbeeld overtreft.''

Oude meesters als Hans Memling, Jan van Scorel, Rogier van der Weyden, Lucas Cranach, Carpaccio, Titiaan en Campagnola vertellen zo met hun werken het verhaal over de culturele kruisbestuiving in de vijftiende en zestiende eeuw, via de handels- en pelgrimsroutes. De invloedslijnen zijn niet overal even helder, en soms blijft de vraag of hier sprake is van voorbeeld en navolging, of dat er een gemeenschappelijke of gelijktijdig optredende bron voor visuele en technische vernieuwingen is.

Maar de verbanden zijn onmiskenbaar. ,,De tentoonstelling moest visueel begrijpelijk zijn,'' zegt de Amerikaanse kunsthistorica Beverly Louise Brown, de andere conservator. ,,We hebben ervoor gekozen om schilderijen per koppel te laten zien. Omdat we daarvan niet wilden afwijken, moesten we soms afzien van schilderijen, omdat we het bijbehorende voorbeeld niet konden krijgen.'' Dat dit concept veel musea heeft aangesproken, blijkt uit het grote aantal meesterwerken dat in bruikleen is afgestaan.

Symbool van de tentoonstelling is het prachtige San Girolamo in zijn studio van Antonella da Messina, een Italiaanse schilder die de Vlaamse schildertechnieken in Italië introduceerde. Het doek stamt uit 1473 en hangt naast een veel kleiner werk met dezelfde titel uit de school van Jan van Eyck, gedateerd 1442. ,,Het is een tekstboekvoorbeeld van beïnvloeding,'' zegt Brown. San Girolamo is in beide afgebeeld zonder baard en zit in tegenstelling tot de gangbare iconografie niet te schrijven, maar te lezen. ,,Voor het eerst zijn deze werken nu samen te zien.''

Aanvankelijk lopen de invloedslijnen vooral van noord naar zuid. De Venetianen zijn onder de indruk van de olieverftechniek, zoals onder anderen Jan van Eyck die verfijnde. Daarmee werd een precisie en scherpte bereikt die voor Italianen een openbaring was. Ook de manier waarop Vlamingen en Zuid-Duitsers interieurs en landschappen weergaven, had invloed op Italiaanse kunstenaars. Tintoretto nam speciaal Vlaamse schilders in dienst om de landschappen op de achtergrond te maken, omdat zij daar zo goed in waren.

Gaandeweg groeide de invloed van de Venetiaanse stijl. De noordelingen werden gegrepen door de manier waarop de Venetianen met licht en kleur speelden. Ze namen ook thema's over, zoals Jan van Scorel die landschappen met naakten bevolkte. Dat was destijds nieuw voor het noorden.

Een belangrijke rol in deze informatie-uitwisseling speelden de nieuwe druktechnieken. Noord-Europa liep daarbij voor op Italië. Zo komt het dat Titiaan in 1565 de Hollandse kunstenaar Cornelis Cort opdracht geeft om een reeks etsen te maken van zijn werk, om beter reclame te maken. Ook hiervan zijn enkele mooie voorbeelden te zien in Venetië.

Titiaan is de eerste grote Venetiaanse kunstenaar die naar het noorden trekt, als hij wordt uitgenodigd aan het hof van keizer Maximiliaan in Augsburg. Hij ontpopt zich als een uitstekend cultureel ambassadeur. Mede door hem raakt de Venetiaanse stijl ook ten noorden van de Alpen in zwang. De tentoonstelling sluit dan ook af met een aantal werke die door de rijke, 16de-eeuwse bankier Hans Fugger zijn gekocht. Ze zijn gemaakt door de Vlamingen Pauwels Franck en Lodewijk Toeput die zich de Venetiaanse stijl volledig eigen hadden gemaakt. En zo was de cirkel weer rond.

Palazzo Grassi, Venetië. T/m 9/1. Dag. 10-19 uur. Catalogus ƒ 115,-. Inl. 0039-041.5231680 en www.palazzograssi.it