`Indonesië verkeert in een machtsvacuüm'

De Indonesische publicist J. Soedjati Djiwandono schaamt zich Indonesiër te zijn. De gebeurtenissen in Oost-Timor tonen aan dat Indonesië dringend behoefte heeft aan een nieuwe president met gezag.

Indonesiërs hebben nog niet geleerd te verliezen, zegt J.Soedjati Djiwandono. ,,Verliezen levert altijd gezichtsverlies op en dat wil men in Indonesië uit alle macht voorkomen.''

Djiwandono, politiek analist en columnist van onder meer The Jakarta Post, houdt dan ook zijn hart vast als mogelijk morgen al de voorhoede van een internationale vredesmacht arriveert in Dili, de hoofdstad van de omstreden Indonesische provincie Oost-Timor. Zij moeten een eind maken aan de door Jakarta georkestreerde en door plaatselijke milities uitgevoerde moordpartijen die, sinds de uitslag van het door de Verenigde Naties georganiseerd referendum twee weken geleden bekend werd gemaakt, volgens sommige bronnen aan duizenden mensen het leven hebben gekost.

Het Indonesische Nationale Leger (TNI) heeft gisteren bij monde van woordvoerder generaal Sudradjat gezegd dat de Indonesische troepen zich de komende week zullen terugtrekken uit de voormalige Portugese kolonie. Maar tegelijkertijd houden de Australiërs, die met 4.500 militairen de vredesoperatie zullen leiden, rekening met guerrilla-activiteiten en met meer slachtoffers.

Bijna tachtig procent van de bevolking van Oost-Timor, dat in 1976 door Indonesië werd geannexeerd, stemde vorige maand tegen het autonomievoorstel van de Indonesische regering en gaf daarmee te kennen onafhankelijk te willen worden. Die uitslag was, zo oordeelde de heersende militaire en politieke elite in Jakarta, ,,een slag in het gezicht'' van Indonesië. Vervolgens zwichtte president B.J. Habibie voor de zware druk van de internationale gemeenschap om een multinationale vredesmacht toe te laten die de orde en veiligheid in Oost-Timor moet herstellen. De komst van zo'n buitenlandse vredesmacht wordt uitgelegd als `een inbreuk op de nationale soevereiniteit'.

Djiwandono (66) glimlacht. ,,De kern is dat de buitenwereld nimmer de Indonesische soevereiniteit over Oost-Timor heeft erkend. Dus dat argument is onzinnig'', zegt hij. Eerder was er sprake van dat het Indonesische leger zou assisteren bij de vredesoperatie, omdat het volhoudt een buitenstaander te zijn in een burgeroorlog. Tegelijkertijd beschuldigen topofficieren en politici de VN, en met name de Australiërs, ervan niet neutraal op te treden. Djiwandono: ,,Als het gaat om mensenlevens en mensenrechten kun je helemaal niet neutraal zijn. Die mensen moeten beschermd worden.''

Gelooft u dat de nationalistische sentimenten die op dit moment de overhand lijken te hebben, breed gedragen worden?

,,Nee, de meeste mensen sympathiseren met het droevige lot van het volk van Oost-Timor. De militairen trachten alleen een bekrompen en misplaatst gevoel van nationalisme te exploiteren om de eigen positie te rechtvaardigen en te versterken. En dat is in ons land helaas nog goed mogelijk. Indonesiërs hebben vaak nog steeds een ambivalente houding ten opzichte van buitenlanders en helemaal als het gaat om blanke westerlingen. Dat heeft misschien met het koloniale verleden te maken. Maar het zorgt er wel voor dat militairen het acceptabeler vinden wanneer de vredesmacht zou bestaan uit Aziatische troepen.''

,,Een andere reden voor de felle reactie tegen wat gezien wordt als Australische inmenging in Indonesische aangelegenheden, is de eilandmentaliteit die dateert van de tijd van onze eigen feodale vorsten, waarbij het kwaad altijd van buiten komt. In de koloniale periode kwam het kwaad vanzelfsprekend van de Hollanders. Die hadden hun politiek van verdeel en heers. Een vriend van mij zei laatst: `Dat is fout. Het waren onze eigen Javaanse koningen die verdeeld waren, terwijl de Nederlanders heersten.' Dat kun je doortrekken naar de huidige tijd met civiele politici die verdeeld zijn en daardoor zwak, waardoor de militairen een te belangrijke rol kunnen spelen.''

,,Bovendien is het Indonesische nationalisme kwetsbaar. Veel mensen ontlenen hun identiteit eerder aan de plaats waar ze vandaan komen, aan hun godsdienst, of aan de bevolkingsgroep waartoe zij behoren. Men is in de eerste plaats moslim, of Chinees of Boeginees en dan pas Indonesiër. We lijken wel verenigd, maar dat zijn we niet echt.''

De legertop is bang dat `Oost-Timor' mensen in Atjeh en Irian Jaya zal aanmoedigen ook onafhankelijk na te streven.

,,Niets is onmogelijk. Natuurlijk is de geschiedenis van deze provincies geheel anders dan die van [de vroegere Portugese kolonie] Oost-Timor omdat zij deel uitmaakten van Nederlands-Indië. Maar voor de eenvoudige mensen die naar onafhankelijkheid streven maakt dat niet uit. Ik denk dat bewegingen in die andere gebieden in wezen streven naar een rechtvaardige behandeling. Wie wil er nu deel uitmaken van een groep die onrechtvaardig is? Ik voel me beschaamd om Indonesiër te zijn.''

Gezegd wordt dat de kwestie Oost-Timor het einde van Habibie heeft ingeluid.

,,We hebben feitelijk te maken met een machtsvacuüm. Twee voorbeelden: deze week werd door coördinerend minister van Politieke en Veiligheidszaken, generaal Feisal Tandjung, het militaire samenwerkingsverdrag met Australië opgezegd. Maar hij was helemaal niet gerechtigd om dat te doen: dat verdrag werd in 1995 gesloten tussen de Australische premier en oud-president Soeharto. Alleen de president kan het verdrag opzeggen. En eerder was het generaal Wiranto die de staat van beleg afkondigde in Oost-Timor. Hij deed dat nadat eerder civiele leden van het kabinet besloten hadden dat juist niet te doen. Vandaar dat ik instem met mensen zoals Akbar Tanjung, de voorzitter van regeringspartij Golkar, die zeggen dat de [voor november aangekondigde] presidentsverkiezing moeten worden vervroegd, zodat we weer een president hebben die beschikt over voldoende legitimiteit om het land te leiden.''