In Ballingschap

Overdag zijn ze Nederlander, na werktijd zijn ze onder ons. Ze zitten op designbanken, dragen dure zonnebrillen en lopen zich warm voor een strijd waaraan ze niet zullen deelnemen. Maar hun hart ligt op Ambon. `Wij zijn gewóón Molúkkers.'

Van het trainen.'' Tjalie Latuperissa laat de donkere eeltplekken op de knokkels van zijn handen zien. Elke dag maakt hij push-ups op zijn gebalde vuisten. Om fit te blijven. Om elk moment te kunnen strijden voor zijn ideaal, de onafhankelijkheid van de Zuid-Molukken.

Tjalie heeft tien jaar vastgezeten voor zijn ideaal. Hij gijzelde twintig jaar geleden met twee vrienden het provinciehuis in Assen, waarbij hij mensen gevangen nam. Allemaal voor de RMS, de vrije Republik Maluku Selatan die in 1950 op Ambon werd uitgeroepen, nadat president Soekarno de federatieve staat Indonesië liquideerde. Ambon is thuis, zegt hij. Al heeft hij nog nooit een voet op Molukse bodem gezet en weet hij niet of de werkelijkheid met zijn droombeeld overeenstemt.

Als een echte RMS-er heeft hij uit principe noch een Nederlands, noch een Indonesisch paspoort - de trotse, Molukse volksaard laat geen ruimte voor compromissen. ,,Als ik ga, ga ik voorgoed - naar een vrij Ambon.'' Zijn collega's weten niets van zijn verleden, maar binnen de Molukse gemeenschap geniet hij waardering.

,,Ik heb diep respect voor wat Tjalie en zijn vrienden voor onze gemeenschap hebben gedaan'', zegt Augustinus Tuparia, coördinator van het regionale overheidsadviesorgaan `Institut Maluku di Drenthe'. Net als Tjalie Latuperissa behoort hij tot de tweede generatie Molukkers, en legt hij dezelfde trouw aan de dag voor het gedeelde ideaal. Hij voelt zich één met `de jongens' uit de wijk. Maar daarnaast is de Molukse voorman lid van de Provinciale Staten voor de PvdA.

Onlangs maakte hij deel uit van de Molukse delegatie die een onderhoud had met de ministers Kok, Van Aartsen en Van Boxtel. Evenals Tjalie Latuperissa is Tuparia met zijn vrouw op bezoek in de Molukse wijk 1 in Assen, waar zo'n honderdzeventig gezinnen bijeen wonen in blokken gerenoveerde eengezinswoningen rond het moderne, bakstenen gebouw van de protestantse kerk. Enkele woningen verkeren nog in de oude staat. De verweerde stenen vormen een schril contrast met de frisgepleisterde buurwoningen. Zes manshoge, plastic kokospalmen sieren het tuinpad naar een voordeur. `Leve het bruidspaar', staat erboven. Afgelopen weekend was er een trouwerij met zevenhonderd gasten.

,,Dat is bij ons heel gewoon'', zegt Tuparia, oom van de bruidegom. Zelf woont hij buiten `de wijk', maar hij is er als lid van de wijkraad, een afdeling van de Molukse eenheidspartij Badan Persatuan, actief bij betrokken. De in driedelig blauw gestoken voorman zit achterovergeleund op de designbank in de ruime huiskamer van de familie Helaha, de buren van het bruidspaar. Het is er de zoete inval - familieleden en vrienden lopen in en uit. De situatie op Ambon is voortdurend onderwerp van gesprek. De televisie staat aan, CNN en teletekst wisselen elkaar af. Het nieuws over Oost-Timor wordt op de voet gevolgd. ,,Over Ambon hoor je niets'', klinkt het verontwaardigd. ,,Eerst was het Kosovo, nu is het de aardbeving in Turkije waar al weken de aandacht naar uitgaat.''

,,Het geweld op Ambon houdt de Molukse gemeenschap in de greep'', licht Tuparia toe. Na een aantal weken van betrekkelijke rust zijn op het Molukse eiland de gevechten tussen christenen en moslims deze zomer weer hevig opgelaaid. Grote delen van Ambon-stad en veel dorpjes in de omgeving zijn verwoest. De scholen zijn gesloten, de voedselvoorraad raakt uitgeput. ,,We hebben deze week recente videobeelden gezien'', vertelt Tuparia, ,,van christenen die van achteren werden doodgeschoten. En van mensen met afgehakte ledematen die zonder verzorging in ziekenhuizen liggen te wachten op de dood.''

De stemming is dan ook teneergeslagen bij de Nederlandse Molukkers, die voor 97 procent christelijk zijn. Iedereen heeft verwanten op Ambon of de omliggende eilandjes. De families zijn extended, de banden hecht. Dat er 12.000 kilometer tussen zit, doet daar niets aan af. Vanuit de dorpen die nog bereikbaar zijn, brengt de telefoon de nood naderbij. Lidya Helaha, een jonge Ambonese, verblijft tijdelijk bij haar familie in Assen en kan vanwege de situatie niet naar huis terugkeren. Het afgelopen weekend heeft ze gebeld met haar zus. ,,Mijn familie heeft de klewang en de pijl en boog klaar liggen'', vertelt ze bedrukt, ,,om zich te verdedigen. De haven en het vliegveld zijn afgesloten, de bevolking kan geen kant op.'' Ze heeft door de onlusten al twee neven verloren.

Bloedbroederschap

De militairen zijn overwegend islamitisch en komen veelal van Java. Of de Molukkers zich met de Javanen verwant voelen? Er stijgt een hoongelach op. ,,Ab-so-luut niet'', scandeert Tuparia met nauw verholen dedain. ,,Je ziet meteen het verschil, Javanen zien er heel anders uit dan wij.'' Zijn vrouw Nel vult hem aan: ,,Wij voelen ons met geen enkel volk verwant. Wíj zijn gewóón Molúkkers'', zegt ze langzaam en nadrukkelijk. ,,Overdag, op ons werk zijn we geïntegreerd in de Nederlandse samenleving, maar 's avonds zijn we onder ons. Het cultuurverschil is enorm. We hebben onze goede tradities behouden. Andere hebben we afgezworen, zoals de Spartaanse opvoeding, die de tweede generatie nog heeft genoten.'' ,,We zijn een hard volk'', valt haar man haar bij, ,,wreed zelfs. Als ik onze cultuur vergelijk met de Nederlandse, gaan jullie veel harmonieuzer met elkaar om.''

In de koloniale tijd waren de Molukkers solidair met de Nederlanders, hier houden ze hun enclave in stand. `Belanda's' komen er moeilijk binnen, en op hun beurt staan Molukse jongeren niet te trappelen om de Nederlandse samenleving te bestormen. ,,Dat moet veranderen'', zegt Tuparia, die de jongeren stimuleert om te studeren en vooruit te komen. ,,Het lijkt heel wat, die Molukse jongens met hun dure zonnebrillen en kekke spijkerjasjes, maar als het erop aankomt hebben ze te weinig durf.'' Toch moet je integratie niet opleggen, vindt de politicus. ,,Onze kinderen zijn op de eerste plaats Molukkers - bruine Nederlanders - en die lopen vast. Dat bewustzijn is gelukkig heel sterk, ook bij de derde generatie. Sinds mijn kinderen op Ambon zijn geweest, voelen ze dat daar hun roots liggen.''

Zoals de meeste Molukse jongeren, zijn de kinderen Tuparia opgevoed volgens de adat, de Molukse traditie. Daar wordt in Nederland nog veel strakker de hand aan gehouden dan op het hedendaagse Ambon. ,,Een volk in ballingschap houdt zijn tradities in ere'', licht de Assense Jan Helaha toe. ,,Op Ambon zeggen ze: ga maar naar Nederland als je iets over onze cultuur wilt weten, die is daar goed bewaard gebleven.'' De wetten zijn hier nog streng, de hoeders ervan onverbiddelijk. Zo is er de wet van de pela (spreek uit: pella): een bloedbroederschap die Molukse voorouders uit verschillende kampongs met elkaar gesloten hebben. Binnen de pela mag niet gehuwd worden, daar zouden `ongelukkige kinderen' uit voortkomen.

In Nederland lijken deze voorouderlijke zeden uit hun voegen te barsten. ,,Het wordt een probleem'', zegt Jan Helaha, ,,langzamerhand valt er weinig meer te huwen in Nederland. We worden zoetjesaan één grote pela.'' Of daar een oplossing voor is? Jan Helaha haalt zijn schouders op. Molukse ouders zien hun kinderen niet graag trouwen met Nederlanders, maar alles beter dan breken met de Molukse mores - daar valt niet mee te spotten. Iedereen kent wel voorbeelden van mensen die tegen de regels in toch trouwden en een doodgeboren kind kregen, van wie het kind gehandicapt was, `of homoseksueel'. ,,Het is een schending van het verbond dat onze voorouders hebben gesloten'', legt hij uit. ,,Daardoor roep je hun vloek over je af.'' Zelf zorgt hij dat zijn kinderen op voorhand weten met wie ze wel en niet kunnen trouwen. ,,Anders heeft je opvoeding gefaald.''

Nel Tuparia heeft haar dochter `moeten vermanen' omdat ze verkering met een pela had. ,,Als ze ermee doorgegaan was, had ik haar uiteindelijk het gat van de deur gewezen. Het is heel moeilijk om dat als moeder te moeten doen, kéihard. Maar als er in de toekomst iets gebeurt, zijn wij verantwoordelijk.'' De dochter had het geaccepteerd, maar ook gezegd: dan begin ik nooit meer iets met een Molukker. ,,Dat is de prijs'', zegt Nel Tuparia enigszins spijtig. ,,Nu is ze heel gelukkig met een Fries.''

Hanenpoot

Afgezien van de beperkingen, leveren de tradities ook veel op. Daar zijn allen het over eens. Ze zijn altijd verzekerd van elkaars hulp en solidariteit. Maar zijn er spanningen, dan worden dezelfde tradities ingezet om elkaar te bestrijden. Dan komt de guna-guna, de zwarte kunst eraan te pas. Ook daarvan kent iedereen voorbeelden in de familie, hoewel de meesten zich haasten te zeggen dat ze er niets mee te maken willen hebben. Erin geloven willen ze ook liever niet, ,,maar als je het hebt meegemaakt, kun je er niet langer nuchter onder blijven.'' Ook Augustinus Tuparia niet - ze hadden hem flink te pakken gehad. Op een dag had zijn dochter haar ouders niet meer herkend, en ze zag voortdurend dode mensen voor zich. De psychiater kon er niets van maken, maar de Molukse medicijnman had onder een stoeptegel in de tuin een hanenpoot gevonden die er eerder niet gelegen had. Dat wees op guna-guna: zwarte kunst.

Augustinus Tuparia was er een halfjaar door van slag geweest. Hij heeft niet alleen maar vrienden in de wijk, vertelt hij. ,,Ik heb er als voorzitter van de wijkraad voor gezorgd dat de huizen werden gerenoveerd.'' Niet iedereen had het hem in dank afgenomen - de niet-gerenoveerde huizen zijn er het bewijs van. ,,Er is veel jaloezie onder Molukkers'', vult een buurtbewoner aan. Tuparia: ,,Ik heb ervoor gezorgd dat niemand meer dan driehonderd gulden hoeft te betalen. Zodat er meer geld naar Ambon kan. En dan vinden ze me hard als ik zeg dat wanbetalers eruit gegooid moeten worden. Ik roep dan: doe maar wat minder gel in je haar en koop niet zo'n dure auto. Ik vind niet dat mensen zich nu nog kunnen beroepen op de diensten die hun ouders de KNIL hebben bewezen.'' De waanbeelden van zijn dochter waren uiteindelijk zonder medicijnen overgegaan. ,,Zwarte kunst verdrijf je door te bidden'', verklaart zijn vrouw, die in haar gebed een ongepleisterd huis had zien opdoemen. ,,Dat hebben we gedaan, we wilden ons niet wreken.''

Het geloof is ieders houvast. Op zondagochtend om half tien stroomt de kerk vol. Op weg ernaar toe wordt er door de kerkgangers al op zachte toon gesproken. De jongeren zijn volgens de laatste mode gekleed, een jongetje van een jaar of acht heeft een RMS-t-shirt aan. De oude vrouwen dragen een sarong en kebaja en het haar in een wrong. Sommigen zijn in het zwart. ,,Uit traditie, maar ook als teken van rouw'', legt Nel Tuparia uit, ,,omdat ze hier onvrijwillig verblijven.'' De dienst wordt grotendeels in het Maleis gehouden. De dominee memoreert de situatie in het vaderland en roept de gemeenschap op om de actie `Ambon in nood' te steunen. Het zwartfluwelen collectezakje gaat tweemaal rond.

Wapenhulp

Binnen de Molukse gemeenschap in Huizen circuleert een brief waarin wordt gewaarschuwd voor provocateurs. De aanstichters van het geweld die eerst in Jakarta en vervolgens op Ambon zouden hebben huisgehouden, zijn volgens het bericht in Nederland gearriveerd met de opdracht om hun gewraakte acties voort te zetten. Ze zouden zijn gesignaleerd door de Molukse inlichtingendienst in Den Haag, die werkt voor de Molukse regering in ballingschap. ,,We hebben hier alles wat een normale regering ook heeft, dus ook een veiligheidsdienst'', legt het hoofd van de inlichtingendienst John Latumaerissa uit. De dienst is een onderdeel van de ordedienst die bij demonstraties wordt ingezet. ,,Wij zorgen ervoor dat de Molukse gemeenschap niet wordt geplaagd. Onze aanwezigheid moet afschrikken.''

De aanwezigheid van provocateurs is niet de enige zorg van de Molukse gemeenschap. De veiligheid van hun verwanten op Ambon houdt hun minstens zo sterk bezig, te meer daar de christenen in de minderheid zijn. Dat is ook de indruk van de islamitische Umar Santi: ,,Ik krijg de indruk dat de christenen het afleggen tegen goedbewapende islamitische milities die van buiten komen.'' Onlangs is er in de Molukse wijken in Moordrecht, Huizen en Assen een brief rondgestuurd waarin wordt opgeroepen om geld te geven. Daarin wordt gesproken van een `ongelijke strijd (..) van automatische geweren en handgranaten tegen parangs, tumbaks (speren) en zelfgemaakte bommen.' En: `Omdat het lijkt of onze leiders in Nederland zich geen raad hiermee weten heeft het volk besloten om alvast actie te ondernemen.' Het geld zou bedoeld zijn voor wapens op Ambon, zo valt er tussen de regels door te lezen. De ondertekenaars van de brief ontkennen dat. ,,Het geld is voor medicijnen'', haast een medewerker van de Actiegroep Moordrecht zich te zeggen.

Neya Tatipikalawan, secretaris van de Molukse eenheidsorganisatie Badan Persatuan in Den Haag, wil ,,ontkennen noch bevestigen'' dat er vanuit Nederland geld voor wapens naar de Molukken wordt gestuurd. Anies de Lima van de Molukse Raad in Moordrecht wil er wel iets over kwijt. ,,De jongens die deze actie hebben georganiseerd, waren zo emotioneel dat ze wat onvoorzichtig te werk zijn gegaan door zo'n brief rond te sturen. Die had niet uit mogen lekken. Het geeft aan hoezeer de situatie op Ambon ons raakt. Ik was altijd tegen geweld, maar je wordt vanzelf militant als je ziet dat niemand iets doet. Inmiddels zijn we bereid om elke vorm van hulp te bieden, ook wapenhulp.'' Hoe die wapens er komen? Een oudere RMS-er, die anoniem wil blijven, zegt dat het mogelijk is om wapens uit Europa naar Ambon te smokkelen - zelfs nu. De Lima: ,,En ze kopen ze van de militairen, net als op Atjeh.''

Meer dan met Oost-Timor, dat tegen de wil van de Verenigde Naties is geannexeerd, voelen de Molukkers zich verwant met het opstandige Atjeh, dat zich aan de Indonesische republiek tracht te ontworstelen. ,,Ook op Ambon leeft de aspiratie om onafhankelijk te worden'', zegt Umar Santi. ,,Niet noodzakelijkerwijs als RMS, er zijn ook andere vormen denkbaar.'' Zijn broer, advocaat en PvdA-Tweede Kamerlid Usman Santi, is onlangs teruggekeerd uit Oost-Timor waar hij als onafhankelijk waarnemer de verkiezingen bijwoonde. ,,De Timorese situatie illustreert dat Indonesië haar buitengewesten, zoals Ambon en Atjeh, niet meer in zijn greep heeft'', zegt het kamerlid. Hij sluit niet uit dat zich op termijn een federatieve staat zal vormen, waarin ook de Molukken een grote mate van autonomie zullen krijgen. ,,Het zou goed zijn als Indonesië nu de dialoog hierover aan zou gaan met de Molukkers.'' Zijn broer, de Waalse welzijnswerker Umar Santi is vertegenwoordiger van het Democratische Molukse Eenheidsfront in Indonesië, dat zich bezighoudt met autonomie en onafhankelijkheid van de Molukken. ,,Niet hier, maar dáár'', benadrukt hij. ,,Uiteindelijk moet de Molukse regering in het land zelf ontstaan, het is van de zotte dat die hier zit tussen de klompen en de windmolens.'' Hij erkent dan ook niet de Molukse regering in ballingschap van president F.L.J.Tutuhatunewa. ,,Dat weten ze'', zegt Umar Santi. ,,Ik hoor het voor het eerst'', reageert Tutuhatunewa. ,,Ik heb er moeite mee dat de moslims zich van ons distantiëren. Ik heb al bij mijn aantreden gezegd dat de regering zich uiteindelijk op de Molukken moet vormen. Daar bestaat geen twijfel over. Wat mij betreft wordt dat de regering van de RMS, ik wijk niet af van mijn ideaal.'' Dat laatste geldt ook voor Tjalie Latuperissa. Hij komt niet terug op de keuze die hij ooit heeft gemaakt, zegt hij, ook niet als zijn ideaal een illusie blijkt te zijn. ,,Molukkers zijn trouw tot in de dood.'' Hij heeft geen spijt van zijn actie. Tijdens de kaping van het provinciehuis zijn twee doden gevallen, hij heeft zelf gericht geschoten. ,,Bij elke oorlog vallen slachtoffers'', zegt hij terwijl het zweet in straaltjes van hem afloopt.

,,Het ligt gevoelig'', verontschuldigt hij zich. ,,Ik praat hier nooit over, ik ben een binnenvetter.'' Zijn gezicht krijgt een zachte glans. ,,Ik heb het gedaan voor mijn ouders. Ze waren hier diep ongelukkig. Ik zag het aan het gezicht van mijn moeder, aan haar houding. Altijd dat verdriet. Tot het moment dat mijn oudste broer in 1970 in Wassenaar meedeed aan de eerste gijzelingsactie, van de residentie van de Indonesische ambassadeur. Toen fleurde ze op - eindelijk gebeurde er iets voor de RMS.'' Drie jaar later stierven zijn ouders, ze hebben zíjn kaping niet meer meegemaakt. ,,Ik droom nog vaak over mijn moeder, dan zie ik weer haar verdrietige gezicht. Mijn hoop is dat ze nog eens lachend in mijn droom verschijnt.''

De naam van Tjalie Latuperissa is gefingeerd