Het Spaanse paard

Het winnen van een Gouden Kalf voor een korte film in een vroeg stadium van je carrière kan de voorbode van een Oscar zijn, zoals in het geval van Mike van Diem (Alaska, 1989), maar ook tot totale vergetelheid leiden. Van winnaars als Sjef Lagro (Requiem, 1986) of Paolo Pistolesi (Schrödingers kat, 1990) werd nadien weinig meer vernomen; Elbert van Strien, die in 1993 zijn voortreffelijke eindexamenfilm De marionettenwereld bekroond zag worden, duikt zes jaar later pas weer op, met de Lolamoviola-aflevering Het Spaanse paard. De op een scenario van Scato van Opstall gebaseerde korte speelfilm is vooral een gemiste kans, en geen bevestiging van het originele talent van de regisseur.

Het uitgangspunt is zonder meer interessant: een schrikachtige ambtenaar van Bouw- en Woningtoezicht (Victor Löw) wordt nog steeds geplaagd door herinneringen aan de zwem- en gymnastieklessen uit zijn jeugd. Hij besluit verhaal te gaan halen bij zijn beul, nog steeds een sadist met een fluitje in de mond, die falende leerlingen mishandelt, kleineert en voor mietje uitmaakt.

Het scenario van Het Spaanse paard maakt een nogal schoolse indruk, met de overbodige verwijzingen naar de macho-cultuur op het kantoor van de hoofdpersoon, en bevat pijnlijk veel onwaarschijnlijke wendingen, die slechts één kant opwijzen. Het acteren in de bijrollen is soms uitgesproken zwak en veel te nadrukkelijk. Dat geldt ook voor de vormgeving, die er, ondanks de inventieve cameravoering van Guido van Gennep, te veel schepjes bovenop legt.

Van Strien lijkt krampachtig te willen bewijzen wat hij zoal vermag en schiet daarmee zijn doel voorbij. Een slechterik van onderen filmen of een kil kantoor consequent in blauwgrijs licht zetten, dat zijn trucjes die slechts averechts effect sorteren. Als Van Strien meer kansen gehad had, de afgelopen zes jaar, zou hij meer ontspannen kunnen laten zien wat hij waard is.

Het Spaanse paard (Elbert van Strien, Ned.'99), zondag, Ned.3, 20.50-21.40u.