Grachtengordel

Gelukkig was er op de avond van de Champions League ook nog AZ. De ploeg uit Alkmaar speelde tegen Utrecht. De jongens gingen er voor. Ze beukten op paal en lat. Hadden op een royale fooi na niets te verliezen, en dat zag je aan de Boussatta's van Noord-Holland. Zeg maar: Willem II-voetbal.

Nog een genot: bij AZ zit Gerard van der Lem op de bank. De coach ziet er zo gezond uit als kool in de koelhuizen van het landschap. Niet die uitgewoonde kop van Leo Beenhakker, niet de jichtige kaken van Herbert Neumann, niet de Vlaamse kermis in het gezicht van Eric Gerets. Een solide blik en af en toe een grijns, meer niet.

Twee avondjes Champions League: er kwam geen einde aan de maskerades. Spelers, trainers, hostessen en sponsors, verenigd in een orgie van fake, maakten de dienst uit. Er was laatst meer opwinding te beleven rond het hockeyveld dan deze week in de voetbalstadions van de zogenaamde Europse top. Een beetje gezond kind blijft niet een hele avond van zijn moeder af voor dat ene hoogstandje van Paulo Sergio. Dan nog liever de luwte in met Karel Aalbers, de gruwelijkste kermisbaas die ooit op een ereterras heeft gezeten. Terloops, om Jorien van den Herik te kopiëren, is er meer water dan luwte nodig. En volgens mij heeft Aalbers noch het geld, noch het verstand om met een zeiljacht van schiereiland naar schiereiland te toeteren.

PSV, Willem II, Feyenoord – waren zij nu de parel aan de kroon van het Nederlandse voetbal? Ik heb alleen drieëndertig angsthazen op het veld gezien, zij het dat de Tilburgers nog een paar vlaagjes van lef vertoonden. Dartelend in de wei? Niet de schaduw van de schaduw van één speler wekte de illusie. Van de eerste tot de laatste minuut: systeemvoetbal. Er zit op Europese avonden meer leven in de grimassen van de stationschef van Emmen dan in het voetenspel van Iwan, Cruz en Bombarda. Nog zo een paar stillevens en de EO komt, voor middernacht, met een noodlijn voor suïcidale hooligans. Andries Knevel kan zich rijk rekenen: 75 cent per wanhoopskreet.

Geen mens in de samenleving heeft het nog over de vloek van het kapitalisme. Dat hoef je dus ook niet van voetbalorganisaties te verwachten. PSV-voorzitter van Raaij is het eerlijkst in zijn honger naar geld: Van Nistelrooij mag geen trap meer geven voor het Nederlands elftal zonder dat de KNVB eerst heeft afgerekend met de clubkas. Van Praag en Van den Herik zwijgen overdag, maar knikken hun collega bij valavond bemoedigend toe. De Europese hold-up op het nationale voetbal gaat nog verder: de hele Champions League is een commerciële striptease. Sport is kunst? Ho maar, sport is business. En dus juicht Leo Beenhakker na een troosteloos gelijkspel tegen de staalarbeiders van Dortmund alsof hij de Vuelta heeft gewonnen.

Ik hoorde dat Feyenoord weer op weg was een instituut te worden. De kampioenstitel had de legioenen bewapend met vreugde en trots. Baby's waren er weer om de voornamen van Van Vossen, Van Gastel en Konterman te dragen. Sigarenboeren boden tegen elkaar op om prominent in het clubblad te staan. Minder gefortuneerde Rotterdammers leerden op latere leeftijd zingen. En in de scholen werd op maandagochtend een gebed gepreveld, niet voor de Koningin, voor Dudek. Kortom, de Kuip dreigde zo stilaan een ouderwetse oase van liefde en verlangen te worden. De swing zat er goed in.

Dat kapitaal van vertrouwen werd bijeengespeeld in de wedstrijden tegen RKC, AZ, Vitesse en sinds kort zelfs tegen Ajax. Voetballers en hun gevolg zijn dorpsnationalisten: niet in overzeese gebieden, op de dagelijkse horizon wordt het verlangen gevoed om groots en meeslepend te leven. Daarom: Feyenoord moet schitteren in Arnhem, in Alkmaar en, nog liever, in Amsterdam. Het Ruhr-bekken is voor dagloners al te ver weg om grandeur en staatsie te ontlenen. Milaan, Valencia en Glasgow zijn de bush.

Ooit zal blijken dat de Champions League – het Las Vegas van Europa – de geliefde voetbalsport heeft vermoord. Dan is het te laat. Hoe meer internationalisering, hoe kwetsbaarder de liefde. Het Europese voetbal heeft zijn eigen grachtengordel gecreërd. Nou, daar heerst dus afgunst in de plaats van cohesie, gloriegekte in de plaats van idealisme. Ordinaire liefde voor wat dan ook is er al helemaal een ongekend begrip.

In Alkmaar weten ze beter.

    • Hugo Camps