GEHEIMZINNIG GEN WAART DOOR EEN ITALIAANSE FAMILIE

Hemochomatose, ook wel ijzerstapelingsziekte genoemd, is de meest voorkomende erfelijke aandoening onder blanken. Ongeveer één op de 250 heeft de ziekte. Hun darmen nemen te veel ijzer op. Er ontstaat een overschot dat onder andere wordt opgeslagen in het bloedplasma en de lever. Te veel ijzer is toxisch voor veel organen en veroorzaakt allerlei symptomen, tot levercirrose, hartfalen en hartritmestoornissen aan toe. Regelmatig aderlaten is een effectieve behandeling vanwege de grote hoeveelheid ijzer in bloed.

De aandoening erft recessief over: zij ontstaat alleen als iemand het gemuteerde gen in tweevoud bij zich draagt. Het betrokken gen (HFE) is in 1996 ontdekt op chromosoom 6. Er zijn van dit gen twee mutaties bekend, waarvan er één (Cys282Tyr genaamd) de ziekte kan veroorzaken, terwijl de tweede alleen maar het effect van de eerste versterkt. Niet iedereen met twee Cys282Tyr-mutaties krijgt hemochromatose. Echt opzienbarend is dat niet, want het is een grondregel in de genetica dat omgevingsfactoren van invloed zijn op de manier waarop de genetische aanleg tot uitdrukking komt. Interessanter is het als een groep mensen, allemaal familie van elkaar, hemochromatose heeft zonder dat de Cys282Tyr-mutatie in de familie voorkomt.

Italiaanse internisten beschrijven zo'n familie, waarvan 53 leden werden onderzocht nadat bij één van hen hemochromatose was vastgesteld (New England Journal of Medicine, 2 sept). Vijftien van de 53 familieleden bleken de ziekte te hebben: de eerste patiënt, vier van zijn zes kinderen, drie van zijn vijf kleinkinderen en zijn oudere zus met twee van haar vijf kinderen. De resterende vier waren kinderen van twee overleden broers van de eerste patiënt. Het lijdt geen twijfel dat hier sprake is van een erfelijke ziekte, ook al ontbreekt de essentiële mutatie Cys282Tyr. De enige mutatie die in de HFE-genen in deze familie voorkwam was de tweede. Die vond men bij vijf hemochromatose-patiënten en bij vijf gezonde familieleden, steeds in enkelvoud. Dit gen speelt dan ook geen rol bij de ziekte in deze familie, concluderen de onderzoekers.

Een aanknopingspunt voor een verklaring vonden de artsen in een nauwkeurige vergelijking van de symptomen binnen de familie. Bij enkele nakomelingen van de oorspronkelijke patiënt werd een atypisch patroon van symptomen gevonden, terwijl het patroon bij de zus en haar kinderen nagenoeg normaal was. De onderzoekers wagen zich dan ook aan de speculatie dat in deze familie twee andere erfelijke ijzerstapelingsziekten voorkomen als gevolg van mutaties in twee anders dan het HEF-gen. De mutatie bij de oorspronkelijke patiënt erft dominant over (ook mensen met één kopie worden ziek), vanwege het grote aantal getroffen nakomelingen. De ziekte van de zus lijkt eerder het gevolg te zijn van een recessieve mutatie.