Extra zorg nodig voor personeel in de zorg

Het personeelstekort in de gezondheidszorg begint ernstige vormen aan te nemen, aldus de Inspectie voor de Gezondheidszorg in het jaarverslag dat eerder deze week verscheen.

,,Het personeelsbeleid in de gezondheidszorg moet moderner. Alleen als daarin rekening wordt gehouden met de wensen en capaciteiten van de ouder wordende werknemers kan het hoge verloop in de sector worden teruggedrongen en zal het ziekteverzuim dalen.''

Dr. J. Pool, senioradviseur personeels- en arbeidsvraagstukken bij het Utrechtse NZi (het voormalige Nationaal Ziekenhuisinstituut) gaat met deze uitspraak een stapje verder dan de Inspectie voor de gezondheidszorg. Pool deed onderzoek naar innovatief arbeidsmarktbeleid. De resultaten daarvan zijn verwerkt in het advies dat de Raad voor de Volksgezondheid het kabinet onlangs gaf over het arbeidsmarktbeleid.

Het verloop in de zorgsector is 'zorgwekkend' hoog: in ziekenhuizen vertrekt jaarlijks bijvoorbeeld 10 procent van het personeel, in verzorgingshuizen 15 procent. Op een totaal personeelsbestand van zo'n 800.000 is een paar procent minder verloop al bijna een oplossing voor het dreigende personeelstekort. Iets dergelijks geldt voor het ziekteverzuim. Ook dit ligt met bijna 8 procent fors boven het gemiddelde van 5 procent elders op de arbeidsmarkt. Het terugdraaien van het ziekteverzuim levert volgens Pool de premiebetaler bovendien nog eens een aardige besparing op. Een groot deel van de vier miljard gulden die de sector nu aan het ziekteverzuim en de WAO kwijt is, hoeft dan niet meer te worden uitgegeven.

Het ontbreken van een behoorlijk loopbaanperspectief en de onmogelijkheid de eigen capaciteiten behoorlijk te kunnen ontplooien worden als de belangrijkste redenen genoemd om op te stappen, zo blijkt uit de enquêtes die het NZi onder vertrekkende medewerkers heeft gehouden. Hoe ouder de vertrekker is, hoe doorslaggevender deze grieven blijken te zijn voor de beslissing om op te stappen. Een belangrijke gegeven nu het personeelsbestand snel `vergrijst'. Tot voor kort was de gezondheidszorg een `groene' sector waarin jong personeel domineerde, een categorie die lichamelijk zwaar werk redelijk goed aankan.

Dit verandert dus, en in hoog tempo: 50-plussers vormen een snel groeiend deel van het personeelsbestand. In 1995 was in de ziekenhuizen bijvoorbeeld 10 procent 50-plusser, in 2005 maken ze 28 procent uit van het personeelsbestand.

Verpleeghuizen en inrichtingen laten een soortgelijk beeld zien. De gemiddelde leeftijd stijgt dan ook: lag die in 1995 halverwege de dertig, in 2005 ligt dat gemiddelde zo'n acht jaar hoger.

Het zijn factoren die aanpassing van het personeelsbeleid nodig maken. Een modern beleid maakt bovendien de sector aantrekkelijk voor schoolverlaters. Het kan bovendien helpen tegemoet te komen aan de wens van de werkgevers die, net als elders, behoefte hebben aan flexibel en gemotiveerd personeel dat breed inzetbaar is.

De werknemers van hun kant wensen – zeker als ze ouder worden – werk dat meer rekening houdt met hun sterke en zwakke kanten en hun leeftijd en dat hun de mogelijkheid biedt zich breder te ontplooien. Dit komt erop neer dat de werkgever meer geld maar ook faciliteiten (bijvoorbeeld in de vorm van meer vrije tijd) steekt in de opleiding en bijscholing van zijn personeel. Hij moet daartoe de afdelingen een een hoger budget geven, zodat die er met hun personeelsbezetting rekening mee kunnen houden dat mensen op cursus zijn of op een andere manier bezig zijn met `,,het plegen van onderhoud aan zichzelf'', zoals Pool dat noemt.

Zeker de oudere medewerkers beseffen dat zij ,,veel gevraagd maar schaars zijn'' ' en dus hun capaciteiten als een ondernemer steeds `duurder' proberen te verkopen. ,,De moderne werkgever speelt er op in en trekt dus 5 procent van het budget uit voor de ontwikkeling van zijn personeel. Dat is heel wat meer dan de huidige, krappe 1 procent.''

Pool wil dat minister Borst de werkgevers meer ruimte geeft voor een modern personeelsbeleid. Er zou dus de eerste jaren geld bij moeten, maar hij beseft dat zo'n verzoek voorlopig weinig kans van slagen heeft. De instellingen hoeven daar ook niet op te wachten. ,,Als ze beseffen dat ook hier de 'cost voor de baet' uitgaat, zullen ze uit hun reserves geld halen om afdelingen wat ruimer in het personeel te steken en het budget voor scholing te vergroten. Zij verdienen dat geld ruimschoots terug door het lagere ziekteverzuim dat er het gevolg van is.''