Een millenniumcadeautje voor iedereen

Tweeduizend gulden. Dat is het bedrag dat aan iedereen die een pensioen ontvangt van een pensioenfonds, volgend jaar gegeven zou moeten worden. Althans, volgens de Nederlandse Bond van Pensioenbelangen. Is zo'n voorstel reëel?

In Nederland is niet veel gedetailleerd geregeld wat betreft het pensioen. Een werkgever is niet verplicht om pensioen voor zijn medewerkers te regelen. Doet hij dat wel, dan moeten volgens de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) die pensioenrechten veiliggesteld worden bij een verzekeringsmaatschappij of een pensioenfonds. Er zijn pensioenfondsen die de pensioenen regelen voor een gehele bedrijfstak – de Bedrijfspensioenfondsen – of op ondernemings- of concernniveau – Ondernemingspensioenfondsen. De pensioenfondsen worden ieder voor de helft bestuurd door werkgevers en werknemers.

Pensioenfondsen zijn eigenlijk niets anders dan grote zakken met geld waar financiën instromen (de premies) en uitstromen (de pensioenuitkeringen). Via de PSW is bepaald dat eigenlijk voor iedere pensioengerechtigde voldoende geld gereserveerd moet zijn om de uitkeringen te kunnen waarborgen: het kapitaaldekkingsstelsel. Dat is anders dan bij de AOW, waar geld dat `vandaag' binnenkomt ook `vandaag' weer aan de gerechtigden uitgekeerd wordt. Dat gaat volgens het `omslagstelsel'.

Pensioenfondsen hebben jarenlang het geld veilig belegd; in obligaties van Vadertje Staat. Maar zij zijn langzamerhand meer in aandelen gaan beleggen. Dat kan ook. Want hoewel ze eigenlijk per deelnemer moeten sparen, kunnen ze intern geld dat `vandaag' binnenkomt ook `vandaag' weer uitkeren aan pensioentrekkenden. Het geld dat `gisteren' is binnengekomen en nog niet aan uitkeringen besteed hoefde te worden, kan gereserveerd worden voor de toekomst. Als deze opzet jarenlang zo doorgaat blijft er een bepaalde hoeveelheid geld die niet uitgegeven wordt.

Gezien de forse rendementen op aandelen in de afgelopen jaren zijn er op die manier aardige reserves ontstaan bij veel pensioenfondsen. Eigenlijk (veel) meer dan nodig is om aan de verplichtingen te kunnen voldoen.

En dan rijst de grote vraag van wie die `overwaarde' eigenlijk is. ,,Van werkgevers en werknemers tezamen'' lijken een aantal pensioenfondsen bedacht te hebben en besloten dan ook om – voorlopig (?) – geen premie meer bij hen te innen. Maar zelfs dat hield bij bepaalde pensioenfondsen de groei van de reserves niet tegen. Begerig keek de overheid begin jaren '90 naar die vetrandjes en wilde die afromen door daarover belasting te gaan heffen. Die aanval werd gepareerd. Nu lijken de werkgevers er wel bij te varen. Verscheidene ondernemingen hebben in de afgelopen jaren geld uit `hun' pensioenfonds ontvangen.

,,Terecht'' roept een aantal juristen. Pensioen is bedoeld als verzorging en wanneer de werkgever keurig aan zijn toezeggingen voldoet en daarbij ook nog eens de pensioenuitkeringen aan de inflatie aanpast, dan is daarmee de kous af. Hij kan dan het geld terugkrijgen.

,,Niet terecht'' laten werknemers via de vakbonden weten. Pensioengelden zien zij als uitgesteld loon en dat moet dus hoe dan ook aan de (ex-)werknemers of hun nabestaanden ten goede komen.

Nu wil de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen – een club van voornamelijk gepensioneerden – dat iedereen die een uitkering uit een pensioenfonds ontvangt, in het jaar 2000 tweeduizend gulden extra krijgt. Dit lokt een oeverloze discussie uit. Voor een pensioengerechtigde die 250 gulden per maand krijgt, is het een mep extra. Voor degene die 70.000 gulden per jaar krijgt een schijntje. Moet het pro-rata?

Moet het wellicht zodanig worden dat gekeken wordt naar hoeveel de gerechtigden in het verleden aan premie hebben bijgedragen? Daar komt men niet uit. Iemand die nu 75 jaar is en een bepaald pensioen ontvangt, kan in het verleden (toen premiebijdragen nog heel gewoon waren) veel meer hebben meebetaald dan zijn of haar collega die nu 65 is, die hetzelfde pensioen gaat ontvangen en in de afgelopen jaren vrijgesteld is geweest van bijdragen aan de pensioenregeling. Mensen met hogere salarissen zullen overigens ook meer aan de pensioenpot hebben bijgedragen dan hun minder verdienende collega's, want meestal geldt een premiebijdrage als een percentage van het salaris.

Dan zijn er nog mensen die verschillende pensioenen van diverse pensioenfondsen ontvangen. Krijgen die een aantal keer die tweeduizend gulden? Nee, alleen van het pensioenfonds aan wie het laatst premie is betaald vindt de NBP.

En hoeveel zal dat gaan kosten? De NBP heeft uitgerekend dat het om ca. 1,8 miljoen mensen gaat (gepensioneerde en invalide werknemers, weduwen, weduwnaars, overlevende partners en wezen.) Een eenvoudige rekensom leert dat het om 3,6 miljard gulden zou gaan. Maar – zo stelt de NBP – dat is slechts 0,5 procent van het totaal belegd vermogen bij pensioenfondsen. Dus het zou er van af moeten kunnen. De overheid zal het voorstel overigens moeten omarmen. Want als er (gemiddeld) 35 procent inkomstenbelasting over betaald zal moeten worden, levert dat in 2000 een meevaller op van 1 miljard en 260 miljoen gulden. Dat kan dan mooi aan de zorgsector besteed worden, vindt de NBP.

De vraag of het plan doorgevoerd zal moeten worden, leidt waarschijnlijk tot een discussie waar we in Nederland niet uitkomen. Althans niet voordat het jaar 2000 bereikt is. Dus dan maar neus dicht, het diepe in en gewoon doen?

Wat het voorstel in ieder geval duidelijk maakt is dat de dans om het grote pensioengeld goed is begonnen. De discussie over het verdelen van dat geld wordt alleen binnen de `pensioen-incrowd' gevoerd, waaronder de vertegenwoordigers van de werknemers. Aan de meeste werknemers die nu nog bezig zijn met het opbouwen van het pensioen en de pensioentrekkers gaat deze discussie voorbij. Een grotere betrokkenheid van de mensen `op de vloer' zou wenselijk zijn. Per individueel geval kan het – als de pensioenuitkeringen gekapitaliseerd zouden worden – om belangen gaan die de waarde van een gemiddelde middenklasse auto te boven gaat en in sommige gevallen zelfs de waarde van een `twee-onder-één-kap' in het Gooi. Zolang echter de meesten van die groep zich niet werkelijk in de materie verdiepen, geen heldere communicatie vanuit de pensioenfondsen afdwingen en zich laten afschrikken door het feit dat het `een heel moeilijke materie' is, zullen de werkgevers er de komende jaren wel bij varen.

Informatie: Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen, Scheveningseweg 7, 2517 KS Den Haag, tel (070)360 19 21, fax (070) 356 14 95.