Een lease-panda

Met speciale fokprogramma's proberen Chinese broedcentra de reuzenpanda voor uitsterving te behoeden. Maar het solitair levende dier plant zich in gevangenschap slechts moeizaam voort.

HET MEEST in het oog springende gebouw is de Panda Inn, een luxe hotel met aanpalend restaurant. Tussen de scherpe, torenhoge bergpieken van de Chinese provincie Sichuan duikt een grote souvenirshop op met vooral knuffel-panda's en een parkeerplaats voor touringbussen. Daarachter liggen de verblijven van de 38 reuzenpanda's die hier in het breeding centre van het Wolong-natuurreservaat moeten zorgen voor het overleven van de soort.

De wilde populatie van de grote- of reuzenpanda (geen beer, -ursus, zoals vaak wordt gedacht maar een -ailurus) zou al tien jaar stabiel zijn en rond de 1000 bedragen. Daarmee bijft het dier uiterst bedreigd. Het grootste gevaar, zo ontdekten onderzoekers, is dat de `eilanden' waarin de spaarzame panda's leven, hooggelegen bamboe-bossen in de bergen van midden-China, niet met elkaar in verbinding staan waardoor ze elkaar niet kunnen ontmoeten en bevruchten. Met veel tam-tam werd daarom de aanleg aangekondigd van `bamboo-corridors' die de verschillende leefgebieden met elkaar moesten verbinden. ``Die corridors komen niet van de grond'', zegt gedragsbiologe Rebecca Snyder van Atlanta Zoo. ``De Chinese overheid deinst er voor terug om de boeren tussen de panda-gebieden te verplaatsen. De boeren zijn namelijk geen Chinezen en dwangmaatregelen tegen minderheden liggen in China nu veel te gevoelig. Daar komt nog bij dat de minderheden steeds meer erkenning krijgen als integraal onderdeel van China en ook commercieel (toerisme) steeds belangrijker worden.''

Snyder (30) legt in China de laatste hand aan haar promotie-onderzoek over voortplantingsgedrag van panda's. Haar dierentuin in Atlanta staat op het punt een eigen panda te krijgen, dus haar deskundigheid daar is noodzakelijk. Ze verblijft nu bijna permanent in China. Snyder: ``Het aantal van duizend panda's in het wild is zeer omstreden. Volgend jaar start eindelijk de lang verwachte nieuwe telling.'' Het tellen van de solitair levende panda's is een wetenschap op zichzelf. ``Dit onderzoek geschiedt op basis van DNA-analyse van pandapoep. Drieduizend onderzoekers zullen de bamboebossen in de leefgebieden die rastergewijs zijn onderverdeeld in sectoren minutieus uitkammen op zoek naar poep van de reuzenpanda. Het aantal DNA-variëteiten van de poep moet leiden tot vaststelling van het juiste aantal.'' De telling zal twee jaar gaan duren.

De strijd tegen het uitsterven van de reuzenpanda wordt gevoerd op twee fronten: bescherming van de wilde populatie en het fokprgramma in de twee broedcentra in Wolong – de natuurlijke leefomgeving van de panda – en provinciehoofdstad Chengdu. Of de bescherming van de wildpopulatie succesvol is moet de nieuwe telling uitwijzen, maar gezien de inspanningen om panda's te kweken lijkt men zich op het ergste voor te bereiden.

sancties

De keiharde sancties tegen stropers en de aanleg van reeksen waterkrachtcentrales midden in het natuurreservaat van Wolong laten zien dat de Chinese overheid de bescherming van de wilde panda zeer serieus neemt. Waterkrachtcentrales? ``Het ziet er misschien niet echt gezellig uit'', zegt Chin Renwu, al meer dan 30 jaar verzorger in het broedcentrum van Wolong. ``Maar ze zijn wel noodzakelijk. Zonder de energie uit de centrales zouden de bewoners massaal de bossen gaan kappen met desastreuze gevolgen voor de panda.''

Zowel Renwu als Snyder houdt zich vooral bezig met de vraag hoe panda's in gevangenschap zo veel mogelijk jongen kunnen voortbrengen. Het fokken van panda's blijkt echter uiterst gecompliceerd. Renwu: ``Ook in het wild planten panda's zich al moeizaam voort. Van alle mannetjes die in de wereld in gevangenschap leven hebben er slechts vijf vruchtbaar zaad. Twee daarvan wonen in het broedcentrum van Wolong, een in Chengdu.'' Snyder: ``Een van de grootste problemen is de timing. In het wild ruikt een mannetje op kilometers afstand of een vrouwtje vruchtbaar is. In de centra blijkt steeds weer dat de panda's geen enkele belangstelling tonen voor seksualiteit als ze worden samengebracht. De timing is dan verkeerd. Dat leidt zelfs vaak tot regelrechte agressie tussen man en vrouw. Het vrouwtje heeft per jaar maar één eisprong. Het is de kunst om die periodes te ontdekken en optimaal te benutten.'' Zelfs met kunstmatige inseminatie zijn zwangerschappen uiterst moeilijk tot stand te brengen. Renwu: ``Bij KI gaat de vagina van de panda vaak bloeden en spoelt het zaad weg met het bloed.'' In het geval van de panda Jia Jia duurde het negen jaar om haar zwanger te krijgen.

De moeizame sociale omgang tussen man en vrouw is te verklaren uit het extreem solitaire gedrag van de reuzenpanda. De partners kennen elkaar niet en het mannetje vertrekt na slechts enkele dagen na de paring weer naar zijn eigen territorium. Gezien deze moeilijkheden zijn de broedcentra trots op hun resultaten: in Wolong werden in de periode 1996-1998 negen panda's geboren, in Chengdu vier. Het aantal geboortes stijgt langzaam, maar de overlevingskans tot drie jaar is slechts 35,5 procent. Snyder: ``Een pandababy weegt maar 150 gram. Panda's stoten hun jongen af op een moment dat ze nog lang niet zijn volgroeid. Dat heeft weer te maken met het eenzijdige voedsel (vooral bamboe) dat weinig energie geeft. De deels buiten-baarmoederlijke ontwikkeling van de baby-panda is dus een efficiënt stukje energiebesparing, maar maakt de foetus wel uiterst kwetsbaar.'' Het `energietekort' bij panda's (die geen winterslaap houden en dus in vaak extreme kou moeten leven) is er ook de oorzaak van dat de moeder bij geboorte van een tweeling bijna altijd één jong afstoot. De eerste drie weken na de geboorte eet de moeder niets: ze drukt haar baby slechts stijf tegen zich aan om het warm te houden. Snyder: ``Er zijn enkele waarnemingen bekend van pandamoeders met twee kinderen, maar dat is een grote uitzondering.'' In de centra wordt de helft van de tweeling direct bij de moeder weggenomen en kunstmatig gevoed. In Chengdu wisselt men de tweelingen voortdurend om, zodat beide jongen evenveel tijd kunnen doorbrengen bij de moeder.

Snyder richt zich in haar onderzoek vooral op de mogelijke relatie tussen de tijd die een jonge panda bij de moeder doorbrengt en diens sociale vaardigheden. Snyder: ``Ik denk dat in gevangenschap geboren panda's zich minder goed voortplanten omdat ze te kort bij de moeder zijn, namelijk zes maanden. Die tijd is onvoldoende om de sociale codes te leren die nodig zijn om een effectief contact te leggen met het andere geslacht. Het punt is dat de broedcentra de panda's altijd zo snel mogelijk bij de moeder weghalen om een nieuwe zwangerschap mogelijk te maken. In Chengdu heb ik de autoriteiten nu zover gekregen dat ze een zoogperiode toestaan van dertien maanden. Ik vind dat een enorme doorbraak, want tot dusver dachten de Chinezen alleen in termen van kwantiteit en op de korte termijn.''

Zowel in Wolong, hoog in de bergen, als in Chengdu – waar het broedcentrum een annex is van de enorme dierentuin – hangen overal bordjes met de namen van mensen en bedrijven (Motorola, Nokia, Pepsi) die een fokpanda `adopteren'voor 5.000 dollar per jaar. Ook de provincie Friesland (samen met de Friese Kamer van Koophandel en het Van Hall Instituut) is van de partij.

pandafestival

De pandamania is big business in China. In 1994 werd in Chengdu het eerste `pandafestival' gehouden dat vooral gericht was op de `relatiemarketing'. Zoals bij ons zaken worden gedaan in de VIP-box in het voetbalstadion, worden in China de contracten gesloten bij de panda in de kooi. Het echte grote panda-geld is echter te verdienen met het leasen van panda's aan rijke dierentuinen als die van Atlanta. Westerse dierentuinen, zo onthult de Nederlandse handelsattaché in Chengdu, betalen per jaar 1 miljoen dollar aan de Chinese overheid. De lease-contracten lopen vijf jaar, waarna kan worden verlengd of het beest terug moet naar China, want het blijft eigendom van het Ministery of Construction.

Wolong heeft deze zomer een panda afgestaan aan de dierentuin in Hong Kong. Gratis, want Hong Kong is nu deel van China. De Chinese bezoekers van Wolong raken bijna in extase als ze de panda's zien. Als er een panda op hen af komt lopen, klinkt een wild geloei en volgt een bombardement van klikkende camera's en opdringeringe video's. Hoogtepunt is de mogelijkheid voor 20 yuan (5 gulden) de kooi te betreden en met de panda op de foto te gaan. Sommige jongetjes maken daar een ware circusact van.

Over de toekomst van de wilde panda is Snyder somber. ``Wolong en Chegdu werken nu aan de aanleg van grote semi-wilde `trainingszones' waar de panda's worden voorbereid op het leven in de wildreservaten. Maar het zal nog jaren duren voordat de eerste panda's in het wild kunnen worden uitgezet. En dan is het maar zeer de vraag hoe ze het zullen doen. Zelf denk ik dat er nu al niet genoeg leefruimte meer is voor uitbreiding van de huidige wildpopulatie.''

    • Micha Kat
    • Annemarie Sour