Dyslectische kinderen zijn de dupe

De ouders van dyslectische kinderen lopen aan tegen de gevolgen van de wet `Weer samen naar school'. Die wet biedt geen oplossing voor hun kinderen.

`Ik vint karate leuk, wand ik zit er zelf op', schrijft Stefan (11) in de schoolkrant. ,,Ik gaa foor de eerstekeer een wetstreit mee doen.'' Zijn broertje Jeroen (9) krijgt een dictee met 15 woorden en schrijft er 14 fout. Jeroen: ,,Het vijftiende woord was ik vergeten.''

Stefan en Jeroen zijn niet dom, maar ze hebben allebei ernstige dyslexie. Ze hebben grote moeite met lezen en spellen. Naar schatting drie procent van de kinderen heeft er last van. De oorzaak is een stoornis in de hersenen. Terwijl de klasgenootjes van Stefan en Jeroen op de Rotterdamse Montessori Basisschool Tuinstad in Schiebroek vlot leerden lezen en schrijven, worstelden zij met woorden en zinnen.

Voor veel dyslectische kinderen is de school een ramp. Ze zijn nergens echt op hun plaats. Sinds de invoering van de wet `Weer samen naar school' in 1992, die probleemleerlingen zo veel mogelijk op de gewone basisschool wil houden, schiet de aandacht voor hen helemaal tekort. Gewone basisscholen hebben onvoldoende gespecialiseerde leerkrachten (remedial teachers) om deze kinderen intensief te begeleiden. Bovendien zijn er lange wachtlijsten voor intensieve buitenschoolse hulp.

Een speciale school is voor dyslectische kinderen ook geen oplossing meer. Door het `weer samen naar school'-beleid – dat de toestroom naar die scholen moet beperken – blijven er op speciale scholen vooral kinderen over met een combinatie van leerproblemen en gedragsstoornissen. Voor kinderen die alleen dyslexie hebben, is die omgeving extra belastend.

Neem Stefan, die het niet redde op de gewone basisschool. Hij zit nu op de speciale basisschool (vroeger de LOM-school) De Kring in de Rotterdamse wijk Alexanderpolder. De groepen zijn daar kleiner, maar Stefan vertelde thuis in het begin over schreeuwende en onrustige kinderen in de klas. Veronique: ,,Ik heb de eerste drie maanden met een knoop in mijn maag rondgelopen. Elke avond had hij bloedneuzen en hoofdpijn en nachtmerries van de spanning.'' Jeroen gaat nog steeds naar de gewone basisschool en krijgt buiten schooltijd hulp van een logopediste, die zijn ouders zelf moeten betalen.

Hun moeder Veronique Prins vindt dat haar kinderen veel problemen bespaard hadden kunnen blijven, als ze betere hulp en begeleiding hadden gekregen van de basisschool. Maar volgens directrice Agnes Visschers heeft haar school daar eenvoudig de middelen niet voor. ,,Voor de 400 kinderen die de school telt, is er één dag een remedial teacher beschikbaar.'' Scholen krijgen extra geld voor de begeleiding van kinderen met problemen, maar ze mogen zelf weten hoe ze dat inzetten. Visschers: ,,Als ik kies voor meer uren remedial teaching, moet ik klassen maken van 34 leerlingen, terwijl ik 30 eigenlijk het maximum vind. Je kan het geld maar één keer uitgeven.''

Scholen zouden geld moeten krijgen om in elke klas een volle dag in de week een remedial teacher in te zetten, vindt Chris Struiksma, adjunct-directeur van het Pedalogisch Instituut Rotterdam (PI). ,,Op die manier kunnen ze de meeste kinderen met ernstige lees- en schrijfstoornissen helpen.'' Rond de tien procent van de jonge kinderen heeft moeite met lezen, maar Struiksma benadrukt dat het probleem lang niet altijd dyslexie is. ,,Soms zijn ouders wel erg snel met die diagnose.''

Daarnaast is het noodzakelijk dat kinderen met echt ernstige dyslexie – het gaat jaarlijks om 2.000 tot 6.000 kinderen – gespecialiseerde hulp krijgen van orthopedagogen en kinderpsychologen, vindt Struiksma. Ze kunnen dan op de basisschool blijven. In 1995 werd dat al bepleit door een commissie van de Gezondheidsraad, waar Struiksma deel van uitmaakte. Maar minister Borst (Volksgezondheid) en toenmalig staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) vonden dat die kinderen binnen de school geholpen moesten worden.

Als scholen kinderen met leesproblemen al moeilijk kunnen helpen, hoe moet het dan met echte dyslexie, zegt Struiksma. Voor deze kinderen heeft het PI Rotterdam een leeskliniek opgericht samen met een instelling voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Struiksma: ,,Maar er is een dramatisch tekort aan plaatsen. In de regio Rijnmond kunnen jaarlijks 36 nieuwe kinderen terecht, terwijl er in deze regio zo'n 200 kinderen een behandeling nodig hebben. Dat is in andere regio's niet anders. Veel kinderen komen dus op de wachtlijst en zijn op school nauwelijks meer te handhaven.''

Dat overkwam Stefan. De diagnose dyslexie werd pas op zijn negende jaar gesteld. De schoolbegeleidingsdienst, die kinderen test om te kijken of doorverwijzen nodig is, dacht eerst aan hyperactiviteit. Later bleek dat het leesprobleem juist de onrust veroorzaakte. Hoewel hij dringend hulp nodig had – hij zat onder de eczeem uit frustratie over zijn lees- en schrijfachterstand – was er bij het PI een wachttijd van een jaar. Zijn ouders stuurden Stefan naar een logopediste. Zijn leesvaardigheid verbeterde en zijn eczeem verdween.

De remedial teacher Marian Rouwers van zijn basisschool vond het onverantwoord te wachten tot er een plaats bij het PI zou vrijkomen. Zij adviseerde om Stefan naar een school voor speciaal onderwijs voor kinderen met leer- en opvoedingssproblemen, te sturen. ,,Hij was bij ons op school doodongelukkig'', zegt Rouwers.

Maar volgens Veronique hoorde Stefan niet thuis in het speciaal onderwijs. ,,Voor allochtone kinderen krijgt een school bijna het dubbele budget. Voor een kind met het downsyndroom is er een aparte financiële regeling. Maar een potje voor dyslectici? Ho maar.''

Ouders van dyslectische kinderen zitten daarom vaak met de handen in het haar, weet Arga Paternotte uit ervaring. Zij werkt bij Balans, een vereniging voor ouders van kinderen met leer- en gedragsproblemen. ,,Vaak kopen ouders ten einde raad particuliere hulp in. Maar dat is onbetaalbaar, omdat dyslectici intensief begeleid moeten worden. Bovendien is het erfelijk, zodat het vaak meerdere kinderen in een gezin treft. Volgens Paternotte komt het af en toe voor dat kinderen bij gebrek aan beter van een gewone basisschool overstappen naar het speciaal onderwijs. ,,Maar het is altijd een noodsprong. Kinderen met alleen dyslexie horen er niet thuis.''

Kinderen in het speciaal onderwijs hebben de laatste jaren relatief zwaardere problemen, zegt directeur Jelle Berens van De Kring. ,,Juist omdat ze, als het even kan, binnen de gewone basisschool worden opgevangen.'' Het is volgens hem voor ouders vaak moeilijk te accepteren dat hun kind naar een speciale school gaat. ,,Ze zien dan alles door een negatieve bril.''

Maar Veronique ontkent dat ten stelligste. ,,Als er speciaal onderwijs zou zijn voor dyslectische kinderen, zou ik Jeroen daar óók meteen op doen.'' Inmiddels heeft ze weer andere zorgen: haar jongste zoon Tom (3). Ook hij praat moeilijk en verhaspelt woorden. Een voorbode voor dyslexie, weet ze uit ervaring. ,,In ieder geval ben ik er bij hem vroeg bij.''