BTW-banenplan kappers duur en overbodig

Nederland mag van de Europese Unie het BTW-tarief voor kappers verlagen van 17,5 naar 6 procent. Dat vergroot de werkgelegenheid in kappersbranche. Maar er zijn helemaal geen kappers voor die banen te vinden.

Directeur R. Vos van de Koninklijke Algemene Kappersorganisatie (ANKO) heeft het scenario helder voor ogen. Als de BTW voor kappers wordt verlaagd, gaan de kniptarieven omlaag. Hierdoor wordt de concurrentie met de thuiskapper makkelijker, en krimpt het zwarte circuit. Klanten bezoeken de goedkopere kapperszaak vaker voor een uitgebreidere behandeling. Dat levert de branche 115 miljoen gulden extra omzet op, en arbeidsplaatsen voor drie- tot vierduizend man personeel.

Vos erkent dat aan deze uikomst veel vooronderstellingen aan vooraf gaan, maar, zegt hij: ,,Het proces dat ik hier beschrijf is logisch en ik ben ervan overtuigd dat het zo ook zal gaan.'' Het door Vos geschetste proces is gebaseerd op een onderzoek dat het Economisch Instituut voor Midden- en Kleinbedrijf (EMI) anderhalf jaar geleden in opdracht van het ANKO uitvoerde. Maar de uitleg van Vos is volgens het instituut ,,het meest optimistische scenario'' en niet noodzakelijk het meest realistische.

Stel dat de kappers de BTW-verlaging niet doorberekenen aan de klant. Dan blijft van bovenstaande redenering weinig over. Weg extra werkgelegenheid, weg omzetstijging, weg goedkopere kappersdiensten en het thuiscircuit knipt fluitend door.

Volgens het ANKO gebeurt dit niet. Ten eerste gaat de kappersorganisatie in en buiten de branche een uitvoerige voorlichtingscampagne geven over de voorgenomen BTW-verlaging. Daardoor weet straks iedere klant dat de kapper goedkoper moet zijn dan hij nu is. Bovendien, zo luidt het tweede argument, als de ene kapper met zijn prijzen omlaag gaat, volgt de rest vanzelf. Ze moeten wel. Een derde stok achter de deur is de controle van het ministerie van Financiën. Drie jaar lang wordt het experiment gevolgd en worden de behaalde resultaten gemeten. Als de werkgelegenheid in die tijd niet is verbeterd, wordt de verlaging weer ingetrokken. En dat weten de kappers ook, meent Vos: ,,Instinctief zullen ze het begrijpen''.

Ook als de BTW-verlaging voor 100 procent wordt doorberekend naar de klanten, is de vraag of daarmee de concurrentie met de thuiskapper kan worden aangegaan. Een vrouw betaalt gemiddeld 65 gulden voor een bezoek aan de kapper (wassen, knippen en föhnen). Volgens het ANKO moeten die bedragen per 1 januari 2000 met tien procent omlaag. Ook als de prijs daardoor daalt tot 58,50 gulden blijven de diensten van de thuiskapper aanzienlijk goedkoper. Zoveel thuiskappers zijn er echter niet meer, stelt bestuurder E. Groen van FNV Kappersbond. ,,Bijna iedereen is de afgelopen jaren zijn eigen zaakje begonnen of is in dienst van een zaak. Zwartwerkers hebben zichzelf al lang gewit.''

Terug naar het onderzoek. In Nederland staan 12.500 kappersvestigingen geregistreerd, waarvan iets minder dan de helft bij het ANKO is aangesloten. In de branche zijn 35.000 personen werkzaam. Hoeveel banen worden er nu gecreëerd met het kappers-BTW-plan, en hoeveel kosten ze? Het EIM rekende vier scenario's door.

In de eerste variant verwerken de kappers de BTW-verlaging volledig in de prijzen. De omzet stijgt dan met 115 miljoen gulden. In deze variant gaat het instituut er van uit dat die omzetstijging zich voor honderd procent vertaalt in extra banen. In dat geval worden er 2.000 fulltime arbeidsplaatsen (fte's) geschapen. De overheid derft 173 miljoen gulden aan BTW, maar bespaart 85 miljoen op uitkeringen voor werkloze kappers, en krijgt via de hogere omzet in totaal 14 miljoen aan belastingen terug. Per saldo kost de BTW-operatie de overheid 73 miljoen gulden voor 2.000 arbeidsplaatsen: 36.500 gulden per fte.

Variant twee houdt rekening met enig realisme: de verhoging van de omzet komt niet volledig terug in werkgelegenheid. Er zijn kappers die af en toe even niets te doen hadden, en die vullen hun dag nu productiever. Pas daarna worden er nieuwe mensen aangenomen. De omzetverhoging komt maar voor driekwart terug in de werkgelegenheid. In dat geval stijgt de omzet nog steeds met 115 miljoen, maar worden er slechts 1.500 fte's geschapen. De overheid is nog steeds 173 miljoen kwijt, maar krijgt minder terug (65 miljoen) uit niet-betaalde uitkeringen. Per saldo is de overheid nu 95 miljoen kwijt voor 1.500 fte`s: 62.000 gulden per volledige arbeidsplaats.

Variant drie rekent tussendoor met de mogelijkheid dat de werkgelegenheid voor een deel terecht komt bij meewerkende gezinsleden en dat het aantal zelfstandige ondernemers toeneemt. De kosten per gecreëerde arbeidsplaats nemen in dat geval toe met tussen 10 en 20 procent.

In de laatste variant gaat het EIM er van uit dat de kappers niet de gehele BTW-verlaging aan de klant doorberekenen, maar slechts 60 procent daarvan. Dat leidt tot een omzettoename van 69 miljoen. Samen met de vooronderstelling dat omzetverhoging voor driekwart terugkomt in werkgelegenheid, leidt dat tot een creatie van 900 fte`s. De kosten daarvan voor de overheid rekent het onderzoeksinstituut niet exact uit, maar het EIM stelt wel dat de overheid 70 procent duurder uit is als de kappers slechts 60 procent van de BTW-verlaging doorberekenen in de prijzen. Wie die berekening af maakt, komt uit op een prijs per arbeidsplaats van 105.000 gulden.

Omdat iedere vorm van BTW-verlaging een effect heeft op de bestedingen, gaat het EIM er van uit dat de kosten van de overheid per saldo 20 procent lager uitvallen: via andere belastingen en besparingen vloeit er namelijk weer geld terug naar de overheid. Zo hangt er uiteindelijk een prijskaartje van 84.000 gulden per full-time kappersplaats aan het BTW-plan.

Dat is weliswaar een hoge prijs (het gros van de banenplannen rekent met 30.000 per plek), maar werkloze kappers komen er wel door aan de slag. Er is alleen één probleem. Er zijn geen werkloze kappers. In 1997 waren er volgens FNV Kappersbond al 1144 onvervulde vacatures, die zijn volgens bestuurder Groen sindsdien alleen maar gegroeid. De WW-uitkeringen liepen van 2467 in 1996 terug naar 1046 uitkeringen vorig jaar. Groen: ,,De discussie over de BTW-verlaging begon in de recessiejaren. Hoewel we er blij mee zijn, is de maatregel in deze hoogconjunctuur geheel overbodig.''