Blauwbaard beklemmend begin Gergjev-festival

Gisteravond begon in de Rotterdamse Doelen voor de vierde maal het Rotterdam Philharmonic Gergjev Festival. Met een concertante uitvoering van Béla Bartóks enige opera Hertog Blauwbaards burcht en Arnold Schönbergs vroege symfonische gedicht Pelléas et Mélisande beet Gergjev het spits af van de ruim twintig concerten die het festival komende week zal omvatten, en waarin hij zesmaal zelf met zijn orkest te beluisteren zal zijn.

Het festivalthema van dit jaar is `Vallende Maskers'. De oorspronkelijk geplande concertante uitvoering van Verdi's opera Un Ballo in Maschera wordt vanavond echter vervangen door een `Viva Verdi'-galaconcert met scènes uit Don Carlos en Aida, waardoor de thematische rode draad enigszins aan relevantie heeft ingeboet. Op het openingsconcert was deze gisteravond niettemin in zowel in Blauwbaards burcht als Pelléas et Mélisande nog naspeurbaar, en een concertante uitvoering van Wagners Bühnenweihfestspiel Parsifal zal aanstaande woensdag de nog resterende zucht naar mystiek, rituelen, geheimen en ware gezichten geheel bevredigen.

Pelléas et Mélisande is het eerste grote orkestwerk dat Schönberg voltooide en net als Hertog Blauwbaards burcht van Bartók wortelt het stilistisch nog stevig in de laat-romantische traditie. Hoewel het symfonisch gedicht wel wordt afgedaan als een tot in het oneindige `opgerekte foute noot', maakte Schönberg juist met zijn Pelléas indruk op Richard Strauss, en aan diens orkestrale stijl doet Schönbergs idioom hier ook enigszins denken.

Gergjev liet het Rotterdams Philharmonisch Orkest de muzikale beelden van Maeterlincks symbolische vertelling bijna als tastbaar tot leven wekken, maar zelfs onder dergelijke condities bleef het geheel een versnipperde keten van losse schakels in een zoekende stijl. Slechts in de extreme rijkdom aan instrumentale kleurmengingen weerklonk Schönbergs genius.

Net als Pelléas et Mélisande is Hertog Blauwbaards burcht rijk aan dramatische hoogtepunten. Gergjev spande het orkest met trillende beheersing aan in de nevelig georkestreerde dialogen tussen Blauwbaard en zijn bruid Judith, die meer doorleefd dan pril gestalte kreeg in de dramatische en technisch ruimschoots toegeruste sopraan van Márta Lukin.

Van duister naar licht en terug – zo gaat in grote lijn het verhaal en zo precies klonk onder Gergjev ook de muziek, uitbarstend in stralende overdaad waar het licht het hoogste punt bereikt.

Door de beheersing die Gergjev bij het opbouwen van climaxen in acht nam, kreeg de inhoud van het verhaal hier mythisch ongrijpbaar en daardoor aangrijpend vorm. Aan het slot gaat de jonge bruid aan haar nieuwsgierigheid ten onder, en kan er nog slechts stilte overblijven. Gergjev liet de muziek hier onvergetelijk wegebben tot een naakte, absolute stilte en realiseerde daarmee een even beklemmend als indrukwekkend begin van zijn festival.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Valery Gergjev m.m.v. Márta Lukin (sopraan) en Kolos Kovács (bariton).

Programma: Béla Bartók: Hertog Blauwbaards burcht (concertante); Arnold Schönberg, Pelléas et Mélisande. Gehoord: 17/9 in De Doelen, Rotterdam.

    • Mischa Spel