Belastingplan 1

In het vermogensdeel van het Belastingplan 2001 (NRC Handelsblad, 14 september) wordt een uitruil voorgesteld van het buiten box 3 brengen van de waarde van de eigen woning tegen het verlagen van de belastingvrije som in box 3 (vermogensbelasting).

Deze uitruil heeft wel een heel eigenaardig effect, namelijk dat eigenaren van goedkope woningen extra zullen gaan betalen in box 3, terwijl eigenaren van dure woningen hier juist een fors voordeel zullen krijgen.

De belastingvrije som wordt verlaagd van ƒ246.000 naar ƒ75.000 voor huishoudens (van ƒ197.000 naar ƒ37.500 voor alleenstaanden). Daar staat tegenover dat de waarde van de eigen (eerste) woning niet meer in box 3 hoeft te worden meegenomen. Het evenwichtspunt van deze uitruil ligt bij een woningprijs van ƒ285.000 (huishoudens) en ƒ266.000 (alleenstaanden).

Eigenaren van een woning van bijv. ƒ175.000 worden ten gevolge van de uitruil voor een bedrag van zo'n ƒ800 extra aangeslagen in box 3 (t.o.v. de vermogensbelasting); terwijl eigenaren van een woning van ƒ500.000 er door deze uitruil zo'n ƒ1.600 op vooruitgaan. In het algemeen: hoe duurder het huis, hoe meer voordeel; hoe bescheidener het huis, hoe meer nadeel!

Heeft dit nog iets te maken met een redelijke lastenverdeling en met een meer milieubewust belastingstelsel? Daarnaast leidt deze uitruil tot een lastenverschuiving van de Randstad naar de goedkopere woongebieden, zoals bijvoorbeeld de noordelijke provincies en Zeeland.