Als ik vluchteling was

Macht uitoefenen betekent beslissen over andere mensen. Ik heb macht altijd eng gevonden. Hoe kan iemand zich aanmatigen over het lot van een ander te beschikken? Tegelijk begrijp ik ook wel dat opvoeders, onderwijzers, chefs, rechters, politici — de rij kan eindeloos worden uitgebreid — zich niet aan deze, letterlijk boven-menselijke, taak kunnen of mogen onttrekken.

Politieke en rechterlijke beslissingen, om me maar even tot deze wettelijk begrensde vormen van machtsuitoefening te beperken, moeten rechtvaardig zijn. In een enigszins humane samenleving wordt geprobeerd dat zoveel mogelijk te garanderen. Bijvoorbeeld met de regel dat besluiten alleen op grond van een wettelijke bevoegdheid genomen kunnen worden en met een systeem van controle op de de machthebbers. Dat is de formele kant.

Uiteindelijk hangt de rechtvaardigheid in bestuur of rechtspraak desondanks af van het vermogen van beslissers om zich te verplaatsen in de mensen over wie wordt beslist. Eigenlijk moeten mensen die macht uitoefenen, evenals iedereen die wil meedenken en meepraten, voortdurend een klein gedachtenexperiment uitvoeren: stel dat het over mij ging? De wijsheid van de scheurkalender (`Wat gij niet wilt dat u geschiedt...'), de Kantiaanse ethiek met haar categorische imperatief en de Gouden Regel van Christus komen daar voor praktisch gebruik allemaal op neer. Meevoelen, meeleven, meelijden.

Dus, om terzake te komen, leek mij het deze week gelanceerde plan om asielzoekers recht op normaal betaalde arbeid te geven rechtvaardig. Verplaats je in de mensen om wie het gaat. Als ik vluchteling was en drie jaar in een asielzoekerscentrum op een status moest wachten, zou ik stapelkrankzinnig worden. Staatssecretaris Job Cohen kan zich dat voorstellen. Zonder werk worden asielzoekers apathisch, zegt hij. Er zitten mensen in de centra met grote vakbekwaamheden die nu onbenut blijven. Anderen, mogelijk minder goed opgeleid, willen gewoon de handen uit de mouwen steken. Mogen ze hier blijven, dan is hun integratie al enigszins gevorderd door het werken. Moeten ze weg, dan zijn arbeidservaring en wat zelfverdiend geld goed voor een nieuwe start in het land van herkomst.

Wie zich ook maar een beetje in de positie wil indenken van mensen die van huis en haard verdreven zijn, doelloos rondhangen, in onzekerheid en psychische nood verkeren, kan onmogelijk, zou je zeggen, tegen de voorstellen zijn om asielzoekers aan het werk te helpen.

Toch ben ik tegelijk bang dat we hier een nieuw symptoom zien van een ontwikkeling die het recht op asiel op den duur zal vernietigen. Het asielrecht wordt namelijk op deze manier gekoppeld aan de arbeidsmarkt. Hoe meer vraag naar arbeid, hoe meer de werkgevers van het Midden- en Kleinbedrijf en de uitzendbureaus de aanbodkant verruimd willen zien. Dat is simpel: het drukt de prijs van arbeid. Vervolgens gaat het debat alleen nog maar over de vraag hoe kan worden voorkomen dat de werkende asielzoekers uitkeringsrechten of zelfs verblijfsrecht opbouwen. Minister De Vries (Sociale Zaken) lijkt zich niet zozeer om de van verveling gek wordende asielzoeker te bekommeren, maar om `het onbenutte menselijk potentieel dat we kunnen aanboren', teneinde problemen op de arbeidsmarkt tegen te gaan.

Het asielrecht is nooit bedoeld geweest als instrument ter regulering van de arbeidsmarkt. Het was evenmin bedoeld om mensensmokkelaars, koppelbazen en pooiers het bestaan te vergemakkelijken. Wordt het daarvoor gebruikt, dan gaat het op termijn kapot. Wat het MKB en de Kamermeerderheid nu willen, geeft die mensensmokkelaars gelijk: die hadden het alleen maar eerder bedacht.

Het asielrecht is bedoeld om veiligheid te bieden aan mensen die gegronde vrees hebben voor vervolging in eigen land. Een fundamenteel, uit alle macht te verdedigen, mensenrecht. In de jaren dertig werden joodse vluchtelingen uit Duitsland tot eeuwige schande van de toenmalige Nederlandse regering aan de grens teruggestuurd. Misschien omdat men Hitler niet voor het hoofd wilde stoten, maar ook omdat er in Nederland werkloosheid was. Met het argument van de arbeidsmarkt mogen nooit meer mensen de dood worden ingejaagd. En dat dreigt straks te gebeuren, als er aan `gastarbeiders' weer even geen behoefte is.

Het asielrecht staat onder druk door de massale toestroom van mensen die hier (en geef ze eens ongelijk!) een beter bestaan zoeken. Willen de welvarende landen zich daar wegens krapte op de arbeidsmarkt of om welke andere reden dan ook voor open stellen, uitstekend. Maar niet ten koste van een uitholling van het Vluchtelingenverdrag. Dat is daar te kostbaar voor. Mensenrechten en arbeidsmarkt mogen niet worden verward.

Drie jaar in een AZC wachten met recht op werk is, op de keper beschouwd, nauwelijks minder Kafkaesk, onmenselijk en onverdraaglijk dan drie jaar zonder werk. Wie haalt het überhaupt in zijn hoofd vervolgden en slachtoffers van terreurregimes zo lang in onzekerheid te laten? Niet de ledigheid, maar de wachttijden zijn het probleem. Van mij mag iedereen werken, maar ik houd mijn hart vast voor economische instrumentalisering van wat een fundamenteel mensenrecht is en moet blijven.

Wie arbeidsmigratie wil regelen, moet dat vooral doen. Maar gebruik er niet het asielrecht voor. We hebben al voorbeelden genoeg van regelingen die in specifieke noden moesten voorzien en vervolgens voor het lenigen van andere noden werden aangewend. De WAO, bedoeld voor arbeidsongeschikten, is bijna bezweken onder de instroom van werklozen. De Bijstand was bedacht voor mensen die onmogelijk in hun levensonderhoud konden voorzien. Nu kan de sociale dienst in Amsterdam van 2.400 jongeren in de bijstand niet vaststellen waarom zij een eigenlijk een uitkering hebben. Niets ten nadele van de beslissers die zich, met oneigenlijk gebruik van de WAO en de Bijstandswet, het lot van de pseudo-zieke werklozen of de raadseljongeren hebben aangetrokken. Maar zij zetten — zoals met de WAO is aangetoond — de hele voorziening op het spel. Van zulke `omleidingen' van wettelijke regelingen en sociale verworvenheden worden diegenen de dupe die er het hardst op zijn aangewezen. Analoog hieraan: het asielrecht moet tegen oprekking en uitholling worden beschermd in naam van degenen voor wie het is bestemd.

    • Elsbeth Etty