We zijn, dus we zijn

In het gewone schuilt de voortreffelijkheid van de mensen, dat is te zien op de foto's in Washingtons National Archives. Aflevering 37 van Bas Heijne's serie in het laatste jaar van het millennium.

Hij is soldaat, en je ziet dat hij doodsbang is. De jongen is in uniform, met een helm die te groot en een rugzak die te zwaar lijkt. Zijn blik is op de camera gericht, zijn donkere ogen staan schichtig en tegelijkertijd gelaten. Hij wacht op het strand van Da Nang, Vietnam, waar een landing van de mariniers plaatsvindt. Het is 1965, midden in een oorlog die nog lang niet afgelopen is.

Is hij dood? Die vraag is onontkoombaar. En onverdraaglijk, want zijn ogen laten je niet los. Je stelt je zijn levenloze lichaam voor op het strand of, later, in het oerwoud, het met modder en bloed besmeurde gezicht, de verbeten uitdrukking van zijn kameraden, die op een helikopter wachten. Misschien leeft hij nog en zit hij in een rolstoel en kijkt hij na twee mislukte huwelijken en een faillissement de hele dag televisie. Misschien heeft hij een baantje als portier of bewaker.

Je komt er nooit achter. Het doet er ook niet toe. De soldaat blijft gevangen in het moment dat de foto werd genomen. Deze jongen weet niet wat hem te wachten staat, er is ook geen weg terug. Hij wacht alleen in een wereld die hij niet kan bevatten. Dood en verderf omringen hem, maar ze zijn nog onzichtbaar. Volk en vaderland staan achter hem, maar ze zijn oneindig ver weg. Zijn toekomst is onzichtbaar, zijn verleden uitgewist, je ziet dat ene moment van angst en vastberadenheid.

De kleurenfoto van de jonge soldaat hangt sterk uitvergroot bij de ingang van de tentoonstelling Picturing the Century, tot ver na de eeuwwisseling te zien in de National Archives te Washington. De organisatoren hebben uit de archieven de Amerikaanse twintigste eeuw te voorschijn gehaald, zoals je hem nog niet kende: nu eens niet hangen er de foto's die geschiedenis maakten, maar portretten van verborgen of vergeten momenten, van mensen die geen of nauwelijks een rol hebben gespeeld op het wereldtoneel. Het zijn veelal foto's van gewone mensen, van arbeiders, boeren, huisvrouwen, soldaten.

Je ziet hen aan het werk, uitpuffend tijdens hun lunchpauze, zwetend in de zon, feestvierend aan de bar, stug voor zich uitstarend of lachend naar de camera. Ze hebben geen grote ideeën ontwikkeld, geen wereldomvattende plannen gemaakt, geen briljante uitvindingen gedaan of tractaten geschreven. Gewone mensen in een buitengewone eeuw. Net als die soldaat op het strand van Da Nang.

Maar in hun gewoonheid, willen de bedenkers van Picturing the Century laten zien, schuilt nu juist hun voortreffelijkheid. Deze mensen mogen dan niet op wat voor manier dan ook de geschiedenis zijn ingegaan, de geschiedenis heeft hen wel degelijk aangeraakt. Ze zweeft om de foto's heen, als een stille kracht. De soldaat die Vietnam wordt ingestuurd, de arbeiders die protesteren voor een hoger loon, de verpleegsters op de slagvelden, de barman en zijn klanten die het einde van de drooglegging afwachten, ze maken wel degelijk onlosmakelijk deel uit van de geschiedenis van de afgelopen eeuw, domweg omdat ze die hebben ondergaan. Ze hebben geleden en genoten, plezier en verdriet gehad. Ze hebben opgebokst tegen krachten die oneinding veel groter waren dan zijzelf, hun leven gegeven voor abstracties. Maar die abstracties, de vaderlandsliefde, de ideologische bevlogenheid, de grote woorden, die vormen volgens de organisatoren niet het ware portret van onze eeuw. De maat van deze eeuw is de menselijke maat.

Het zijn ontroerende portretten, daar in de National Archives. Kleine, alledaagse details een glimlach om niets, een losse hand op een schouder, een hond op de achtergrond, de trotse blik in de ogen van het zwarte meisje dat meeloopt in de March on Washington maken haar menselijk en navoelbaar, ze maken zichtbaar en voelbaar dat geschiedenis iets is dat beleefd wordt. De wereld staat in brand, maar een zwart echtpaar uit het Zuiden staat trots achter een lange tafel met potjes ingemaakt fruit. De president houdt gloedvolle toespraken over landseer en een rechtvaardige strijd, maar in de jungle vallen de soldaten ten prooi aan vertwijfeling en waanzin. Al die gevoelens die nooit in de geschiedenisboeken zullen komen, de rommelige momenten van verwarring en verwondering, doodsangst en vertedering, de vreemde, onlogische eigenzinnigheid die ieder mensenleven in zich draagt, op deze foto's eisen ze hun rechtmatige plaats op. Er zit niet één enkele gedachte achter, een stramien ontbreekt. We zijn, dus we zijn.

Geschiedenis is een last op je schouders, laat Picturing the Century zien, die je manmoedig draagt, waaraan je waarschijnlijk bezwijkt, en dan wordt hij doorgegeven aan de volgende generatie. Groot is het contrast met een tweede fototentoonstelling, eveneens in Washington te zien, tot begin oktober in The Corcoran Gallery of Art: Dreams and Propaganda. Het zijn foto's uit de jaren dertig, gemaakt in de Verenigde Staten en de USSR en ze lijken opvallend veel op elkaar. Zowel de fotografen die tijdens de Depression in dienst van de Amerikaanse Farm Security Administration naar het platteland trokken om de arme mensen daar te portretteren, als de sovjet fotografen die onder Stalin de lof van de arbeiders moesten bezingen, zagen de geschiedenis als een weg die naar de verlossing leidde. Op de Amerikaanse foto's is die weg vaak letterlijk te zien, een stoffig pad dat naar de oneindigheid leidt. De verweerde hoofden van de boeren en de rondtrekkende katoenplukkers stralen ondanks hun schrijnende armoede waardigheid en vastberadenheid uit ondanks hun armoedige bestaan bevinden deze mensen zich op de weg die naar een glorieuze toekomst zal leiden. Hun levens strekken zich uit tot ver voorbij het moment dat de foto werd genomen. De landschappen zijn weids, net als het perspectief van de meeste foto's, het verdwijnpunt ligt meestal achter de horizon.

De bedenkster van deze tentoonstelling, Leah Bendavid-Val, legt het werk van de Amerikaanse bekende fotografen uit de jaren dertig, zoals Walker Evans, Margaret Bourke-White, Dorothea Lange, naast dat van hun sovjet-collega's, om te laten zien dat achter deze ogenschijnlijk zo realistische foto's wel degelijk ideologische motieven schuilen. En inderdaad, de overeenkomsten zijn frappant. De mensen op deze foto's worden opgetrokken naar de geschiedenis, letterlijk in het geval van de propagandistische sovjetportretten, waarop altijd heel veel lucht te zien is en boeren en arbeiders hun blik richten op een toekomst die ergens boven hen lijkt te zweven. Alles op deze laatste foto's beweegt voorwaarts, maar ook omhoog, naar een hemel op aarde. Dat is een verschil met de Amerikaanse portretten van mensen in hun landschappen, die zich vooral eindeloos uitstrekken, zonder de belofte van een transformatie, waarin gewone mensen tot hogere wezens worden. In de Russische foto's zijn alle mensen hetzelfde, in de Amerikaanse is iedereen uniek op dezelfde manier.

Opwindend zijn ze nog altijd, en vaak adembenemend, deze foto's van mensen die boven zichzelf verheven worden door de onstuitbare krachten van de geschiedenis. Al deze mensen zijn op weg, dat is duidelijk, al weet je niet waarnaartoe. Vergelijk ze met het mensbeeld dat Picturing the Century je voorschotelt en je beseft welk een omslag zich heeft voltrokken in de manier waarop we naar onszelf kijken. Geen groter verschil dan tussen de verheven knoestigheid van de Amerikaanse boeren op de foto's uit de jaren dertig en de weerloze angst in de ogen van de Vietnamsoldaat. Het is het verschil van mensen die zich optrekken aan de geschiedenis en mensen die aan de geschiedenis zijn overgeleverd.

De tentoonstelling Dreams and Propaganda is gemaakt in het besef dat de fotografie iets anders is dan de werkelijkheid; van de sovjetfotografen wisten we dat al, maar dat ook de goede bedoelingen van Roosevelts New Deal fotografen sterk ideologische trekken vertonen, is nieuws, in ieder geval voor de Amerikanen.

Maar het humanistische mensbeeld van Picturing the Century, ogenschijnlijk bevrijd van iedere propagandistische en ideologische ballast, hoe objectief is dat?

Alle grote machten zijn afwezig op deze foto's, heel het bestaan is persoonlijk geworden. Dat zie je het beste aan de foto's van de Amerikaanse presidenten die zijn opgenomen: Kennedy in een boot op het strand van Cape Cod met de kleine John John in zijn armen, Johnson die met diep gebogen hoofd luistert naar het bandopname van de stem van zijn schoonzoon, die verslag uitbrengt uit de jungle van Vietnam, Nixon in een onbewaakt, radeloos moment tijdens Watergate. Ook zij zijn zuiver menselijk, lijkt de boodschap, ook zij ondergaan de geschiedenis als gewone mensen ze lachen en huilen en lijden en hopen. Ook zij zijn weerloos.

Als dat waar is, is het niet de hele waarheid. Picturing the Century laat ons de afgelopen eeuw zien als een weerspiegeling van ons huidige wereldbeeld: een bestaan zonder een glanzende weg naar de toekomst, zonder grote, transcendente beloftes, een bestaan zonder ideologische grootspraak en politieke heilsverwachtingen een bestaan, kortom, in een eeuwig hier en nu, vol menselijke emoties. We zijn, maar we zijn niet langer op weg. Maar met de vermenselijking van de geschiedenis, waarbij de fotografie tijdens de afgelopen eeuw zo'n grote rol heeft gespeeld, lijkt het wel alsof er geen grote krachten meer in het spel zijn, alsof iedereen bestiert wordt, maar niemand bestiert. Picturing the Century laat je naar de eeuw kijken met de blik van een romancier, de wereld wordt bevolkt door personages, o-zo menselijk in hun angsten en verlangens.

Maar wanneer zelfs de president van het machtigste land ter wereld wordt voorgesteld als iemand die gevangen is in een historisch krachtveld, iemand die lijdt in plaats van leidt, dan wordt het misschien tijd voor gezonde achterdocht. Wat in een tentoonstelling als Picturing the Century zorgvuldig is weggeretoucheerd, net als in een van die beruchte, gemanipuleerde staatsieportretten van het Russische Politburo, is de geschiedenis zelf - in de zin van macht en machtmisbruik, politiek en strategie.

Je kijkt ontroerd naar het weerloze gezicht van de jongen op het strand van Da Nang en je zou bijna vergeten dat iemand die oorlog begonnen is.

De maat van deze eeuw is de menselijke maat

    • Bas Heijne