Vrije gasmarkt blijft een onderonsje

Liberalisering is een boegbeeld van paars, maar een groot masterplan lijkt er niet achter schuil te gaan. De gaswet wijkt flink af van die voor stroom. Er lijkt goed geluisterd naar de belangen van Shell, Esso en de Nederlandse staatskas.

Vooral onbegrip was er te beluisteren over de nieuwe wet die de gassector moet liberaliseren. Woensdag op een door Euroforum georganiseerd congres over de vrijgemaakte markt voor electriciteit: energiedistributeurs begrijpen niet waarom ze wat betreft gas onder zo'n afwijkend regime gaan vallen. En in een hoorzitting over het ontwerp Gaswet gisteren in de Tweede Kamer voegden zich ook grote industriële bedrijven, de Consumentenbond en milieu-organisaties bij de klagers.

Zelfs als één en hetzelfde ministerie de hervormingsplannen ontwerpt, in dit geval het ministerie van Economische Zaken, kunnen de nieuwe contouren van de opengebroken nutssectoren diametraal anders uitpakken. Een masterplan lijkt er niet achter te zitten. En hardop fluisteren de verschillende partijen dat de belangen van Esso, Shell en de Nederlandse staatskas (de Gasunie) de theorieën over vrije markt in de praktijk weer volledig op hun kop kunnen zetten. Waar de stroommarkt wordt gereguleerd en een poging wordt gedaan de toegang tot de infrastructuur voor buitenstaanders te garanderen, wordt het Nederlandse `gasgebouw', met dit moment nog een halfvolle gasbel onder de grond, overeind gehouden. Nieuwkomers op de markt blijven vooral afhankelijk van de goede wil van het establishment.

In Nederland wordt het grootste deel van de electriciteit opgewekt door vier bedrijven, waarvan door de liberalisering er inmiddels twee in handen zijn gekomen van grote buitenlandse concerns. Bij de liberalisering van de sector, die het fiat van de Tweede Kamer heeft gekregen, is het controlerende belang in het hoogspanningsnet, de belangrijkste infrastructuur voor stroom, bij de producenten weggehaald. Om de open toegang op die netten voor concurrerende aanbieders te kunnen garanderen. De aansluitende regionale netten blijven weliswaar in eigendom van de stroomdistributeurs, maar moeten juridisch worden afgesplitst. De nieuw opgerichte toezichthouder op de stroomsector, de DTe, controleert het geheel en stelt de tarieven vast die voor de transport van stroom worden geheven. In jargon heet dat systeem regulated acces.

Niets van dat al in de gaswet, die momenteel door de Tweede Kamer wordt behandeld. Ondanks Europese richtlijnen die voorschrijven dat landen hun beschermde gasmarkten moeten opengooien, houdt Nederland vooral vast aan het in de afgelopen decennia opgetuigde `gasgebouw'. Het Nederlandse aardgas wordt voornamelijk gewonnen door de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), een joint-venture van Shell en Esso. En beide bedrijven hebben samen met de Nederlandse staat een verkooporganisatie, de Gasunie in Groningen, die in bezit is van de belangrijkste infrastructuur. Dat zijn de pijpleidingen voor gas die zich van de grote gasbel bij Slochteren vertakken over het hele land. In de gaswet wordt daar niet aan getornd: er is anders dan bij stroom gekozen voor negotiated acces, waarbij een nieuwe concurrent van de Gasunie met dat bedrijf moet onderhandelen over toegang op de Gasuniepijpleidingenen de tarieven die daarvoor betaald moeten worden. Er is geen gespecialiseerde toezichthouder voorzien, geschillen moeten worden voorgelegd aan de algemene toezichthouder voor concurrentiezaken, de NMa.

Nu heeft het ministerie van Economische Zaken voor die afwijking wel een aantal argumenten. Zo denkt het ministerie dat het transport van gas veel transparanter is dan dat van stroom, dus makkelijker te controleren. Bovendien wemelt het niet zoals in de stroomsector van concurrerende aanbieders van het in Nederland gebruikte aardgas. Maar de meeste betrokkenen voegen daar het onuitgesproken argument van de Nederlandse staatskas aan toe: Gas heeft de Nederlandse overheid de afgelopen 25 jaar 250 miljard gulden opgeleverd.

Gisteren werd duidelijk dat ook de Gasunie zich fel heeft verweerd tegen al te drastische ingrepen. Een eventuele opsplitsing van het bedrijf om de dominantie te verminderen en de infrastructuur los te koppelen zou volgens de Gasunie desastreus zijn voor de Europese rol van het bedrijf: ,,Nu sluiten we nog contracten met Russische producenten als Gazprom,'' zei directeur Verberg van de Gasnie gisteren: ,,Als we zouden zijn opgesplitst weet ik niet of ze ons nog zouden zien staan.''

Andere partijen bleken niet overtuigd: ,,Waarom worden er wel allerlei maatregelen genomen in verband met marktwerking, terwijl er in de praktijk eigenlijk weinig verandert'', zo verzuchtte Van `t Hullevaar van de gezamenlijke energiedistributeurs. De Consumentenbond noemde het ,,erg raar'' dat op de stroommarkt sterk wordt toegezien, terwijl dat bij de gasmarkt ontbreekt. Kan dat niet tot allerlei ontduikingen leiden omdat het dezelfde bedrijven betreffen? Ook grote industriële afnemers als de chemische industrie en Hoogovens vrezen onvoldoende te kunnen profiteren omdat er te weinig echte concurrentie zal ontstaan. Het was dan ook opvallend dat VNO-NCW na lang intern beraad had besloten het wetsvoorstel wel te steunen, hetgeen kamerlid Blaauw (VVD) inspoireerde tot de vraag: ,,Wie heeft er nu eigenlijk de macht binnen het VNO-NCW?''