Schikking geen doorbraak

De schikking tussen Philips en gedupeerde beleggers is een unicum. Voor het eerst zijn Nederlandse aandeelhouders schadeloos gesteld voor verkeerde informatie. Maar van een echte doorbraak is nog geen sprake.

Verontschuldigingen zijn niet meer voldoende, het aloude excuus `communicatiestoring' is voortaan ontoereikend. Wie nu als beursfonds aandeelhouders voor het lapje houdt dient de portemonnee te trekken.

Deze conclusie valt te trekken uit de schikking die Philips en de Vereniging Effectenbezitters (VEB) gisteren bekendmaakten. Omdat het elektronicaconcern de belegger begin 1990 een veel te rooskleurig beeld van de dramatische situatie in Eindhoven voorhield, keert Philips aan bijna 500 gedupeerde beleggers 10 miljoen gulden uit. Ruim negen jaar later geeft Philips via deze schikking toe foutief te hebben gehandeld, hoewel het bedrijf, als onderdeel van diezelfde schikking, zijn onschuld mag volhouden.

Een doorbraak voor de aandeelhouders, noemt VEB-directeur Peter-Paul de Vries het. Wanneer een beursfonds niet voldoet aan zijn plicht de belegger goed te informeren ,,gaat dat geld kosten'. Omdat het de eerste keer is dat een bedrijf werkelijk moet betalen ,,is deze schikking voor de positie van de aandeelhouder enorm belangrijk''.

Of deze euforische stemming terecht is kan spoedig blijken. Praktijkgevallen zijn immers voldoende voorhanden. Zo ontkende uitgever Reed Elsevier dit voorjaar de aanhoudende geruchten dat een winstwaarschuwing op handen was. Dit vermoeden werd nog eens bevestigd doordat, volgens berichten in de media, financieel analisten was meegedeeld dat de winstontwikkeling inderdaad achterbleef. Pas weken later kreeg ook de gewone belegger te horen dat de winst dit jaar zou stagneren.

Ook bouwer NBM-Amstelland had vorige maand een onprettige verrassing. Een forse winstdaling in de eerste helft van het jaar maakte de beurs zo aan het schrikken dat de koers van het aandeel met 20 procent daalde. De top van het bedrijf gaf toe dat dit nieuws intern al geruime tijd bekend was.

De Vries verklaarde gisteren gebeurtenissen als bij Reed Elsevier en bij NBM-Amstelland ,,zeker te zullen bekijken, maar ik kan nu niet zeggen of wij met de schikking met Philips in de hand deze zaken zullen aanvechten''.

De VEB wacht eerst eventuele maatregelen af van de Amsterdamse effectenbeurs, die onderzoek doet naar de informatievoorziening door de twee bedrijven. De Vries pleit al jaren vergeefs voor hardere sancties van de beurs. ,,Mijn laatste informatie is dat de beurs een commissie gaat instellen die een bedrijf na het schenden van de informatieplicht maximaal een publieke berisping kan geven. Dat vinden wij onvoldoende.''

Of gevallen van eventuele `ontijdige informatie' bij Reed Elsevier en NBM-Amstelland ook financieel zullen worden gecompenseerd, is zeer de vraag. De Vries tekende gisteren aan dat deze incidenten minder zwaar zijn: zwijgen is minder erg dan een onjuist beeld schetsen, zoals Cor van der Klugt in 1990 deed. ,,U ziet een ietsje verbetering'', verklaarde deze bestuursvoorzitter tijdens zijn laatste aandeelhoudersvergadering op 10 april. ,,Wij garanderen u dat die verbetering dit jaar zal voortzetten.'' Toen een paar weken later bleek dat het concern in de drie voorafgaande maanden slechts 6 miljoen gulden (operationele) winst had geboekt, moest Van der Klugt terugtreden. Dat jaar zou het concern een verlies van 4 miljard gulden lijden.

In een arrest noemde de Hoge Raad ,,het schier onvoorstelbaar'' dat Van der Klugt geen beter beeld van de werkelijkheid had. Vervolgens eiste de Raad dat Philips interne financiële informatie moest verstrekken aan de VEB, die vervolgens het onjuiste handelen van het concern bij de rechter zou kunnen bewijzen.

Omdat Philips er niets voor voelde de strop om de eigen nek te doen, besloot het bedrijf tot een schikking. Voor tien miljoen gulden, niet veel voor de multinational die vorig jaar 13 miljard gulden winst boekte, kon Philips onder de pijnlijke verplichting uitkomen om interne stukken vrij te geven.

Uniek in de Nederlandse geschiedenis is de compensatie van Philips aan de aandeelhouders wel, een doorbraak nog niet. Ondanks de duidelijk misleidende informatie van Philips nam de procedure ruim negen jaar in beslag. Die periode had veel langer kunnen zijn wanneer Philips niet tot een schikking had besloten. ,,Dan had de zaak nog jaren geduurd', erkende De Vries. ,,We zouden in dat geval via de rechter voortdurend om meer interne informatie hebben moeten vragen, waarbij het probleem is dat je nauwelijks weet wat je moet vragen. En we wilden de belegger niet pas in tweeduizend-zoveel iets bieden.''

Daarmee geeft de VEB aan hoe machteloos de Nederlandse belegger in dit opzicht blijft. Terwijl de Amerikaanse aandeelhouder van Philips enkele maanden later al zijn schadevergoeding mocht ophalen, vergde de schikking in Nederland negen jaar. En dat nog omdat Philips ten koste van alles wilde voorkomen dat interne stukken openbaar zouden worden. Informatieachterstand maakt het beleggers in de praktijk vrijwel onmogelijk om aan te tonen dat een bedrijf eerder met informatie naar buiten had moeten komen. Daar lijkt de schikking met Philips weinig aan te veranderen.