Ruslands wankele balans

Lang, veel langer dan zijn ambtsperiode van amper één jaar, is de Russische hervormingspremier Gajdar in Westerse ogen Ruslands hoop in bange dagen geweest. Dankzij diens `shocktherapie' zou het grootste land ter wereld zich na 1992 in onze gelederen voegen.

In Yeltsin's Russia legt Lilia Sjevtsova, politicologe en `senior-associate' van de Carnegie Endowment, uit waarom dit een misverstand was. In een zeer politiek en glashelder boek legt ze veel vingers op nog meer zere plekken. Omdat de overwinning in de Koude Oorlog door de hervormers in binnen- en buitenland is opgevat als een ideologische zege, heeft men de ogen gesloten voor de realititeit in Rusland. Weliswaar werden er op gezette tijden grappen gemaakt over de fysieke en geestelijke gezondsheidstoestand van de president, het bestuurlijke systeem dat onder zijn leiding vanuit het Kremlin werd opgezet kreeg echter veel minder aandacht.

Want hoe je het ook went of keert, Jeltsin heeft wel degelijk iets opgebouwd: een permanente evenwichtsbalk. Alle facties – van `nieuwe Russen' (jonge bankiers) en pragmatisten (voormalige sovjet-bestuurders) tot etatisten (militair industrieel complex) – mogen daarop om beurten paraderen. Allemaal donderen ze er af als de tijd rijp is om ze een zetje te geven. Zelfs de communistische partij speelt een nuttige rol. Ze moet het kwaad een stalinistisch gezicht geven waarmee de winnaars hun voordeel kunnen doen maar de verliezers met heimwee naar Brezjnev net genoeg integreren dat die zich niet helemaal afwenden. Dit turntoestel heeft aldus een tweeledige functie: de meeste belangengroepen komen zo aan bod of de hoop koesteren dat ze ooit aan de beurt zullen zijn en de president kan tegelijkertijd alle alternatieven voor zijn machtspositie succesievelijk uitschakelen.

Jeltsin voelt zich in deze permanente chaos op zijn gemak, zoals zijn tombola met premiers de laatste anderhalf jaar bewijst. Hij speelt dit spel louter om te `winnen'. Hij krijgt daartoe de ruimte omdat `een aantal Russische karakteristieken onverenigbaar is met traditioneel liberalisme en democratie', aldus Sjevtsova. Zoals: de erfenis van absolutisme en communisme, het ontbreken van een ontwikkelde middenklasse, de klassieke vrekkigheid van het politieke establishment en een navenante weerzin van het volk jegens de elite.

De redenering is niet nieuw maar Sjevtsova werkt haar consequent uit. Bovendien is haar boek een instructieve samenvatting van acht jaar Jeltsin. Zolang zijn sovjet-generatie in het Kremlin op de troon zit, zal er weinig structureel veranderen. Haar hoop is derhalve gevestigd op een nieuwe generatie die wellicht wel in staat zal zijn de spelregels te wijzigen. Sjevtsova houdt wijselijk een slag om de arm. Maar zelfs met inachtneming van alle mitsen en maren is het de vraag of het snel zover zal komen. Het Russische kapitalisme is namelijk niet per vacuümpomp gebaard, maar heeft zich kunnen enten op de stam van het sovjet-kapitalisme.

Dat laat zich fraai illustreren aan de hand van het begrip `blat', een onvertaalbaar woord dat het midden houdt tussen `netwerken', `vriendschappelijke uitwisseling van diensten' en `de ene hand wast de andere'. In haar voor de liefhebber opwindende boek Russia's economy of favours analyseert Alena Ledeneva, voorheen sociologe aan de elitaire universiteit van Novosibirsk en nu wetenschappelijk medewerker in Cambridge, de ontwikkeling van `blat'. Ze begint bij Stalin en eindigt bij Jeltsin. In onze ogen is `blat' een vorm van corruptie en nepotisme. In feite was `blat' juist functionele smeerolie om een stagnerende maatschappij toch in beweging te houden. Zonder `blat' geen volle ijskast, balletvoorstelling, vakantie aan de Zwarte Zee, auto-onderdelen of medische zorg.

In de vroegere Sovjet-Unie was `blat' het marktmechanisme voor mensen met verschillende posities en verschillende belangen om zich, al ruilend, `toegangskaarten' voor voorzieningen te verschaffen. Sinds kort heeft geld als objectief ruilmiddel zijn intrede gedaan en zo de wederkerigheid verstoord. Wat men vroeger onderling moest `regelen' is nu `te koop'. Waar toen een vol adressenboekje onontbeerlijk was, is thans een volle portemonnee van levensbelang. Smeerolie (blat) is smeergeld (eufemistisch `diskount' gedoopt) geworden.

De consequenties daarvan zijn niet louter semantisch. Net als op de politieke evenwichtsbalk van Jeltsin is ook de samenleving uit balans geraakt.

Lilia Shevtsova: Yeltsin's Russia. Myths and reality. Carnegie Endowment for International Peace, 343 blz. ƒ107,-

Alena V. Ledeneva: Russia's economy of favours. Blat, networking and informal exchange. Cambridge University Press (1998),

235 blz. ƒ58,15 (pbk)