Noord-Korea geschrapt als schurkenland

Terwijl de aandacht afgelopen weekeinde was gericht op Oost-Timor werd in Berlijn een akkoord gesloten. Tussen de Verenigde Staten en Noord-Korea. Het laatste land zegde toe een voorgenomen proef met een intercontinentale raket af te gelasten, de Amerikanen beloofden zich sterk te maken voor het beëindigen van vijftig jaar geleden ingestelde sancties. Noord-Korea slipt op en af Amerika's lijst van zogenoemde schurkenlanden – waarop staten als Iran, Irak en Soedan vrijwel ononderbroken figureren en waarvan Libië, na de deportatie naar Nederland van twee van terrorisme verdachte leden van de geheime dienst, onlangs is verwijderd. De schurkenlanden worden verdacht van steun aan internationaal opererende terroristen alsmede van het ontwikkelen van een arsenaal aan massavernietigingswapens, dan wel het helpen van derden daarbij (bijvoorbeeld de financiering van de `islamitische bom' – die van Pakistan).

Noord-Korea is een zogenoemd `drempelland'. Het zou in staat zijn een eigen atoombom te beproeven en, na India en Pakistan, de derde mogendheid te worden die zich openlijk buiten de orde van het non-proliferatieverdrag plaatst en zich als neo-kernland afficheert – ter onderscheiding van de per verdrag erkende atoommogendheden: de VS, Rusland, China, Groot-Brittannië en Frankrijk. Een aantal jaren geleden is de regering-Clinton erin geslaagd de Noord-Koreanen van dat pad af te brengen in ruil voor steun aan hun energievoorziening. (Het Noord-Koreaanse argument was dat het gewraakte programma gericht was op civiele toepassing van kernenergie). Maar toen Noord-Korea vorig jaar een langeafstandsraket lanceerde in een baan over Japan was het Amerikaanse vertrouwen geschonden. Het land werd opnieuw in de ban gedaan. Die ban wordt nu dus weer opgeheven.

De dreiging van massavernietigingswapens in handen van onverantwoordelijk handelende regimes houdt meer en meer experts bezig, vooral in Amerika. Die dreiging kan het karakter aannemen van nucleaire, chemische of biologische wapens, maar die moeten wel kunnen worden vervoerd naar hun doel. Daarvoor zorgen tegenwoordig in de eerste plaats raketten. Een proef op de som is al genomen door Saddam Hoessein, die in de Golfoorlog zowel Saoedi-Arabië als Israel met raketten bestookte. Het offensief was een strategische mislukking, maar vooral in Israel zaaiden de inslagen paniek. Wat zou er gebeurd zijn als Irak de raketten van koppen met strijdgassen of ziektekiemen zou hebben voorzien? De distributie van gasmaskers onder de bevolking toonde de bezorgdheid van de Israelische regering.

Onduidelijk is gebleven waarom Saddam niet tot het uiterste is gegaan. Was hij er niet klaar voor, vreesde hij Israels wraak, mogelijk in nucleaire vorm, of dacht hij althans zelf de dans te kunnen ontspringen, zoals hem uiteindelijk ook is gelukt? Hoe het zij, een toekomstige Saddam, in een van de schurkenstaten, wordt geacht wel over de geëigende middelen te beschikken en daarmee niet alleen zijn eigen onschendbaarheid, maar ook die van zijn land te kunnen verzekeren. Massavernietigingswapens in handen van Miloševic zouden dit voorjaar door de NAVO niet over het hoofd zijn gezien bij haar besluit tot het bombarderen van Belgrado.

Een dergelijke doorbraak zou een niet te veronachtzamen complicatie betekenen van de politiek-strategische verhoudingen zoals die zich sinds de val van de Muur hebben ontwikkeld. Gaat het nú bij internationale interventies om vragen het volkenrecht betreffende en om het genereren van voldoende politieke wil, in de verdere toekomst moeten interveniërende staten rekening houden met vernietigende represailles van de kant van regimes en groepen tegen welke wordt opgetreden. Niet alleen Saddam heeft de wereld een blik op de toekomst gegund, de recente bomaanslagen in Moskou laten zien hoe ook zonder raketten een samenleving ontwricht kan raken.

Het is niet uitgesloten dat de gewapende vredesmissies van de afgelopen jaren proliferatie van massavernietigingswapens bevorderen. Als landen zich al moeten neerleggen bij een internationale interventie op hun territoir, zoals Indonesië, Joegoslavië en Irak, mag worden aangenomen dat zo'n land zich bezint op een antwoord. Het zou tot de slotsom kunnen komen dat het zich moet aanpassen aan de internationale regels, maar een averechtse reactie is evengoed denkbaar. Regimes die verwachten met de mores van de internationale gemeenschap in conflict te komen zouden bij voorbaat kunnen kiezen voor de aanleg van een arsenaal massavernietigingswapens, of hebben die keuze al gemaakt.

Hoe een dergelijke reactie tegen te gaan is niet eenvoudig. Irak kon een tijdlang een internationaal ontwapeningsregime worden opgelegd omdat en nadat het in Koeweit een zware nederlaag was toegebracht. Toch heeft die aanpak gefaald. De inspecteurs van de VN hebben het land moeten verlaten en over een nieuw systeem wordt voorlopig nog gepraat. Wat Saddam intussen uitspookt, laat zich raden. Ten aanzien van Noord-Korea hebben de Amerikanen een combinatie van dwang en overreding toegepast. De tactiek van goede woorden lijkt nu toch de doorslag te geven in een van de gevaarlijkste brandhaarden van de wereld. Een Noord-Koreaanse invasie in het zuiden van het schiereiland behoort immers nog altijd tot de mogelijkheden. Maar de overeenkomst in Berlijn maakt zoiets minder waarschijnlijk.

Preventie is het sleutelbegrip in de diplomatie die proliferatie moet tegengaan. Maar voor het geval preventie niet slaagt, wordt aan afweermiddelen gedacht, in de vorm van anti-raket-raketten. De Amerikanen zijn voor, de Russen zijn tegen, op grond van overwegingen die stammen uit de Koude Oorlog en die niets te maken hebben met de nieuwe gevaren die zich voordoen. Of de bomaanslagen in Moskou hierin verandering brengen, dan wel de Russen in hun verzet stijven, moet worden afgewacht.

In zijn hoofdlijnennotitie heeft minister De Grave de optie van dit type verdedigingsmiddelen opengehouden, al gaat het hem klaarblijkelijk eerder om de veiligheid van elders interveniërende militaire eenheden dan van het Nederlandse grondgebied. Dat is tenminste een aanwijzing dat ook binnen het kabinet de problematiek van spreiding en eventueel gebruik van massavernietigingswapens ernstig wordt genomen.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.