NAVO: wèl succes in luchtoorlog

NAVO-bevelhebber Wesley Clark heeft met gedetailleerde opgaven getracht de indruk weg te nemen dat de NAVO-luchtaanvallen tijdens de 78 dagen durende oorlog om Kosovo niet bijzonder effectief zijn geweest.

Clark zei gisteren in Brussel te betreuren dat sommige Westerse media hebben geloofd in de Servische propaganda. Hij produceerde cijfers waaruit moet blijken dat ongeveer eenderde van alle legervoertuigen van de Serviërs in Kosovo bij de luchtaanvallen werd uitgeschakeld. Daarmee zijn de resultaten ruwweg gelijk aan die welke de NAVO aan het eind van de oorlog meldde, aldus de generaal.

Volgens de NAVO-cijfers zijn bij de bombardementen 93 tanks, 153 pantserwagens, 339 militaire voertuigen en 389 stuks artillerie uitgeschakeld. Clark zei niet teveel werk te willen maken van het inventariseren van de schade, maar wel de plicht te voelen de feiten aan het publiek voor te leggen.

Volgens de NAVO-studie is meer dan de helft van de 1955 door betrokken piloten gemelde bominslagen bevestigd. Voor z'n bevestiging is een uitlating van twee of meer getuigen nodig. Een inspectieteam van de NAVO, dat vierhonderd plekken in Kosovo bezocht, trof de verwoeste resten van 26 tanks aan. In 67 gevallen werden geen wrakstukken van verwoeste tanks gevonden, maar in die gevallen bestaat volgens Clark wel degelijk bewijs dat ze zijn uitgeschakeld. In zestig gevallen hebben piloten voltreffers op tanks gemeld, maar konden niet voldoende bewijzen worden gevonden.

Aan het eind van de oorlog meldde de NAVO honderdtien Servische tanks te hebben uitgeschakeld. Dat getal is nu naar beneden bijgesteld naar 93. In plaats van 250 zijn er slechts 153 pantserwagens getroffen en in plaats van 450 gemelde voltreffers op artilleriegeschut waren er 389 voltreffers. Dat de aantallen lager zijn uitgevallen ligt in een aantal gevallen aan het onvermogen, getuigenverklaringen te vergaren, maar ligt in een aantal gevallen ook aan het feit dat sommige getroffen doelen meer dan een keer waren geraakt. Ook kwam het voor dat de Serviërs dummies bouwden die er vanuit de lucht als echte tanks uitzagen en ook in de lijst van getroffen doelen als echte tanks waren opgenomen.

Clark zei dat de NAVO niet heeft kunnen nagaan hoeveel Servische soldaten of paramilitairen in de luchtoorlog zijn gedood. Hij zei wel dat er in Kosovo op dit moment nog 97.000 Serviërs zijn, van de 200.000 die er woonden voor de oorlog. Het aantal van 97.000 is drie keer zo groot als het aantal waarvan tot nu toe is uitgegaan.

Volgens Clark heeft de Joegoslavische president Miloševic in juni aan de eisen van de internationale gemeenschap voldaan omdat hij zich realiseerde dat de NAVO op het punt stond een grondoorlog te ontketenen. De opperbevelhebber zei gisteren ook dat hijzelf al in april bij de politieke leiders van de NAVO heeft aangedrongen op de voorbereiding van zo'n grondoorlog. (Reuters, AFP, AP)