Krengigheid op de werkvloer

Almudena Grandes debuteerde in 1989 met de erotische roman Episoden uit het leven van Lulu, die prompt een internationale bestseller werd. Tien jaar later heeft het schrijverschap van Almudena Grandes zijn vleugels breed uitgeslagen. Met de vorig jaar verschenen en onlangs vertaalde Atlas van de menselijke geografie leverde ze haar vierde roman af, na Vrijdag zal ik je noemen (1991) en Malena (1994). Ook die twee werden in het Nederlands vertaald, net als de in 1996 verschenen verhalenbundel Voorbeeldige vrouwen.

In Atlas van de menselijke geografie beschrijft Grandes het leven van vier vrouwelijke collega's in een Madrileense uitgeverij, die werken aan een in afleveringen verschijnende atlas. Die samenwerking verloopt niet altijd soepel, net zo min als het persoonlijke leven van de vier. Ze zijn allemaal ruim in de dertig en ontdekken gaandeweg dat het leven niet eindeloos en onuitputtelijk is. Relaties lopen stuk, ambities worden niet vervuld, de glans van de jeugd begint te verfletsen en de menopauze verschijnt aan de horizon. Het besef van de onherroepelijkheid daarvan en een onbehagen dat soms in paniek kan omslaan tekenen het leven van de vier, die in de zestien hoofdstukken van het boek, plus een epiloog (`Registers en kaarten'), afwisselend aan het woord komen.

Het originele van Atlas van de menselijke geografie is dat Grandes de band tussen deze vier in arbeidsrelaties heeft gezocht. Niet privé-verhoudingen maar publieke en tot op zekere hoogte uitwendige betrekkingen brengen de vier bijeen, in een sfeer waarin het volstrekt normaal is dat vrouwen een volwaardige baan vervullen – zoals in de Spaanse steden al tientallen jaren het geval is. Die ontprivatisering brengt vanzelf een ontsentimentalisering van de onderlinge verhoudingen met zich mee. Uitgesproken krengigheid speelt daarin een minstens even grote rol als de lotsverbondenheid of solidariteit waarvan de feministische literatuur van de afgelopen decennia vaak veronderstelde dat ze vrouwen vanzelf kwam aanwaaien.

Feminisme heeft in de romans van Grandes dan ook geen goede pers. Van de twee zusters die in Malena de hoofdrol spelen laat ze de meest conformistische van de twee zich, keurig naar de mode van de tijd, een tijd lang `feministe' noemen alvorens zich te ontpoppen tot een achterbakse burgertrut. In Atlas van de menselijke geografie verschijnt het feminisme alleen even ten tonele als de handlanger van het anti-libertaire conservatisme waarmee het zich – vooral op het gerechtelijke vlak – zo soepel laat verbinden.

Op literair vlak heeft Grandes zich resoluut uitgesproken tegen de gedachte dat er een specifieke vrouwelijke literatuur zou bestaan. `Zwak geslacht, zwak genre, zwakke argumenten, zwakke personages, zwakke ambities', zo omschreef ze deze literatuur malicieus in het programmatische voorwoord bij haar verhalenbundel Voorbeeldige vrouwen. De twee genres waarin de literatuur uiteenvalt zijn niet vrouwenliteratuur en mannenliteratuur, zo vervolgde ze, `maar literatuur, zo zonder meer, en vrouwenliteratuur. (...) Net zo min als ik geloof in een literatuur van Madrileense auteurs, een literatuur van lange auteurs of een literatuur van auteurs met zwart haar (...) geloof ik dat er een vrouwelijk literatuur bestaat, en juist daarom zijn alle hoofdpersonen in deze verhalen vrouwen.'

Dat is een uitstekend uitgangspunt, dat Grandes niet alleen trouw bleef in haar verhalen maar ook in haar romans. Alleen Vrijdag zal ik je noemen schreef ze vanuit mannelijk perspectief `om te bewijzen dat mijn literaire roeping vast stond', bekende ze in hetzelfde voorwoord. Dat was niet zo'n vreselijk goed motief en het leverde ook een mislukte, `literatuurderige' roman op, waarvoor zij zich met de aanstekelijke vrijgevochtenheid van Malena weer rehabiliteerde. Toch werd die laatste roman in deze krant een paar jaar geleden kritisch besproken. `Goed beschouwd is Malena uiteindelijk niet meer dan een verwende burgertrut wier grootste zorg het vinden van de juiste man is', luidde het oordeel. Hetzelfde bezwaar zou je tegen Atlas van de menselijke geografie kunnen inbrengen. Want hoe geëmancipeerd Grandes' opzet ook is en hoezeer ze zich ook door de vanzelfsprekendheid van haar vrouwelijke hoofdpersonen uit de `vrouwenliteratuur' losmaakt, in de uitwerking daarvan valt ze er onwillekeurig weer in terug. Centraal voor elk van de vier vrouwen staat het gevoels- en liefdesleven, waartegenover hun beroepsleven tenslotte toch weer naar de achtergrond terugwijkt. Of dat pre- of juist post-feministisch is, mag hier in het midden blijven, maar de herinnering aan een wel erg klassieke vrouwenliteratuur laat zich daardoor niet verdrijven.

Dat Grandes de troeven van haar opzet zo slecht uitspeelt, wreekt zich ook in de samenhang van het boek, die uiteindelijk weinig doortimmerd is. Hoewel de werkvloer het verbindende element tussen de vier verhalen vormt, blijven de afzonderlijke lotgevallen op zichzelf staan. Ze worden stuk voor stuk goed uitgewerkt, maar wat er tussen de vier vrouwen op de uitgeverij gebeurt is weinig meer dan een kapstok die het geheel bijeenhoudt.

Dat zegt nog niets over de stilistische, `literaire' waarde van het boek, waarop Grandes in haar voorwoord van Voorbeeldige vrouwen ongetwijfeld doelde. Maar net als Malena wordt ook Atlas van de menselijke geografie geplaagd door overdadige zinnen en nodeloze uitweidingen. Grandes heeft de neiging niets ongenoemd te laten en de lezer elke overweging en implicatie nadrukkelijk voor te kauwen. Met een stijl die je hoogstens `neutraal' kunt noemen, maakt het boek literair geen diepe indruk.

En toch denk je na lezing ervan regelmatig aan de hoofdpersonen terug. Aan mogelijkheden tot identificatie, die Malena zo pijnlijk miste, ontbreekt het hier niet – net zo min als aan ergernis, wat ook een vorm van identificatie is. Want hoe onsympathiek projectleidster Fran – het bourgeoismeisje dat `alles wilde, en wel nu', en vijftien jaar later verbitterd is dat ze niet `alles' heeft gekregen – ook mag overkomen, Grandes weet van haar wel een vrouw van vlees en bloed te maken. Dat geldt ook voor het lelijke eendje Marisa, die zich soms verkleedt als femme fatale, de eenzame Ana, die ooit - à la Lulu - haar tekenleraar verleidde, en de in haar huwelijk gestrande Rosa. Het loopt uiteindelijk goed met ze af. Daarin doet Grandes haar laatste concessie aan de damesroman, maar eigenlijk gun je de vier dan al niets anders meer.

Almudena Grandes: Atlas van de menselijke geografie (Atlas de geografía humana). Uit het Spaans vertaald door Sophie Brinkman en Ester van Buuren. Prometheus, 487 blz. ƒ49,90