Kamerleden stellen vragen over handelwijze Van der Ploeg

Binnen de paarse coalitie is commotie ontstaan over de uitwerking van het nieuwe kunst- en cultuurbeleid van staatssecretaris Van der Ploeg (OCW). Kamerleden van VVD en D66 vinden dat Van der Ploeg (PvdA) in brieven aan het kunstenveld vooruitloopt op besluitvorming in de Tweede Kamer en zullen daarover vandaag schriftelijke vragen stellen. De PvdA vindt de handelwijze van de bewindsman op sommige punten ,,niet zorgvuldig en niet zo verstandig.''

Van der Ploeg heeft na een afgebroken Kamerdebat over het cultuurbeleid in juni in een brief aan de kunstfondsen gemeld dat de Tweede Kamer zijn beleid ten aanzien van die fondsen steunt. Ook heeft hij tegen de wens van de Tweede Kamer in alle kunstinstellingen de zogeheten `3 procent-regeling', een maatregel ter bevordering van `culturele diversiteit', dwingend opgelegd. VVD en D66, de coalitiepartners van de PvdA, vinden dat de bewindsman te eigenmachtig optreedt en willen daarover opheldering. Volgens de PvdA handelt Van der Ploeg bij de 3 procent-regeling onder voorbehoud van goedkeuring van de Tweede Kamer. Maar bij het `Fondsenbeleid' heeft ook de PvdA vragen, omdat de besluitvorming daarover in de Tweede Kamer nog niet is afgerond.

In een brief van 11 augustus aan het Fondsenoverleg, dat alle kunstfondsen vertegenwoordigt, schreef het ministerie van OCW, dat de Kamer op 30 juni de voorstellen van de staatssecretaris voor een nieuwe fondsenstructuur ,,voor kennisgeving'' heeft aangenomen.

Verwijzend naar de brief aan de Kamer waarin Van der Ploeg zijn voorstellen had vastgelegd, schrijft Van der Ploeg: ,,Deze brief is daarmee definitief de basis geworden voor mijn beleid ten aanzien van de fondsen.''

Dat beleid voorziet ondermeer in een herverdeling van gelden en een jaarlijkse toetsing, waarbij gekeken wordt of de fondsen de beleidsprioriteiten van de staatssecretaris, met name ten aanzien van `culturele diversiteit', wel uitvoeren. In het debat op 30 juni hadden de woordvoerders van VVD en D66 kritiek op deze voorstellen.

Het debat was grotendeels gewijd aan Van der Ploegs voorstel de 3 procent-regeling in te voeren. Een ruime meerderheid van de Kamer (met uitzondering van de PvdA) steunde op 1 juli een D66-motie tegen het voorstel. Enkele dagen daarna stuurde Van der Ploeg een brief naar alle kunstinstellingen, waarin hij hen vroeg ,,inzicht te verstrekken in de bestedingen ten behoeve van doelgroepactiviteiten'', gericht op ,,vooral jongeren en culturele minderheden''. Hij stelde voorts: ,,Het totaal van deze bestedingen dient tenminste 3 procent van het totale subsidie (-) uit te maken.'' Hij bracht de kunstinstellingen niet op de hoogte van de afwijzing van dit beleidsvoornemen door de Kamer.

VVD-cultuurwoordvoerder A. Nicolaï en zijn D66-collega B. Dittrich vragen Van der Ploeg vandaag om opheldering over beide kwesties. Nicolaï noemt het handelen van Van der Ploeg ,,niet fraai.'' ,,De Kamer heeft de nieuwe fondsenstructuur nadrukkelijk niet voor kennisgeving aangenomen. De weergave van Van der Ploeg van onze opstelling is onjuist. De meerderheid heeft afwijzend gereageerd op zijn voorstellen, zelf heb ik nog gezegd dat er `de rode draad van de bemoeierigheid' door loopt. We hebben met hem afgesproken opnieuw te zullen debatteren over zijn voorstellen en het is dus wel buitengewoon curieus, dat hij intussen gewoon voldongen feiten creëert.''

Dittrich noemt Van der Ploegs handelen ,,heel stom en buitengewoon onhandig.'' ,,Ik wil wel serieus genomen worden. Zijn brief over de 3 procent-regeling is in strijd met de motie en hij had niet de ruimte om die te versturen. Tijdens het debat heeft de Commissie zich kritisch uitgelaten over de voorgestelde fondsenstructuur, maar er was te weinig tijd om er verder over te praten. Juist omdat wij de voorstellen geen goede zaak vinden, heb ik heb alles op alles gezet om op 30 september opnieuw bij elkaar te komen. Hij heeft dit voor eigen rekening en risico gedaan, want hij zal straks nieuwe brieven moeten sturen, waarin hij alles weer terugdraait. Dit is op z'n zachtst gezegd erg verwarrend voor de kunstinstellingen.''

Volgens PvdA-woordvoerster J. Belinfante is de besluitvorming van de Tweede Kamer zeer verwarrend geweest, omdat D66 al een motie tegen het beleid had ingediend en laten aannemen, nog voor het kunstdebat dit najaar inhoudelijk wordt afgerond. ,,Het is te simpel om te zeggen dat Van der Ploeg maar doortoetert. Als hij niet snel in actie zou zijn gekomen, zou zijn beleid niet meer te realiseren zijn geweest. Bij de 3 procent-maatregel is wel degelijk een voorbehoud gemaakt. Bij de kunstfondsen is de gang van zaken niet zorgvuldig en niet zo verstandig, maar het verloop van het Kamerdebat was ook raar.''

J. Verduyn Lunel, vice-voorzitter van Kunsten '92, de Vereniging van instellingen voor kunst, cultuur en cultuurbehoud, noemt Van der Ploegs handelwijze ,,absurd''. ,,Wij zijn verbaasd en verontwaardigd. Van der Ploeg heeft de Kamer tijd gevraagd om zijn voorstellen in een volgende ronde beter uit te leggen, om die tijd vervolgens te benutten om zijn voorstellen door te drukken.''