`Ik heb me met dit land nooit willen inlaten’

De romans van Imre Kertész gaan over de diepe onverschilligheid van de Hongaren tegenover hun joodse medeburgers. Voglende maand is de Hongaarse literatuur `Schwerpunkt’ op de Frankfurter Buchmesse.

Het komt waarschijnlijk nooit meer goed tussen Imre Kertész en Hongarije. Niet dat de Hongaarse maatschappij daar erg onder gebukt gaat. Zijn boeken leiden hier een `slapend' bestaan, zoals de schrijver het zelf uitdrukt. Hij treedt niet op in Hongarije, geeft geen lezingen en hoort nergens bij. Kort na de val van het communisme is hij uit de schrijversbond getreden uit protest tegen de antisemitische opmerkingen van de toenmalige vice-voorzitter.

Kertész werd in 1929 geboren als Hongaarse jood. Zeventig jaar later voelt hij zich het een noch het ander, en al helemaal geen deel van een `nationaal team' van Hongaarse schrijvers. ,,Mijn werk is niet het product van een nationale groep. Mijn werk komt voort uit de duisternis van de jodenvervolging. Het is literatuur, die ik in alle eenzaamheid heb geschreven tegen de omstandigheden in, ondanks de omstandigheden.''

Kertész, die zichzelf spreekt perfect Duits, met hier en daar een klemtoon die zijn Hongaarse taalachtergrond verraadt. Een zachte, vriendelijke man met halflang haar, die er voor zijn leeftijd verrassend jong uitziet. Hij formuleert langzaam en nadrukkelijk, op zoek naar de juiste woorden. Zijn gedachten staan reeds lang vast

,,Internationaal word ik overladen met prijzen, maar hier in Hongarije maak ik geen deel uit van de literaire wereld. Dat is omdat ik het spelletje nooit heb willen meespelen. De spelregels zijn hier sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog eigenlijk nooit veranderd. Die bepalen dat je Hongarije moet zien als een slachtoffer van de geschiedenis dat geen enkele verantwoordelijkheid hoeft te nemen voor zijn eigen daden.''

Kertész heeft het over het nog levende Hongaarse trauma van de Eerste Wereldoorlog toen Hongarije aan de `verkeerde kant' vocht. Bij wijze van straf kreeg het land bij het verdrag van Trianon door de grootmachten nieuwe grenzen opgelegd waarbij tweederde van het oude Hongarije verloren ging. De slachtofferrol diende als excuus voor alles wat daarna gebeurd is, meent de schrijver. ,,Daaruit is natuurlijk een leugen ontstaan, een grote leugen die weer tot gevolg heeft gehad dat het eigen historische verleden niet verwerkt is. Daarom is mijn Onbepaald door het lot nog steeds een omstreden boek. Ook 24 jaar nadat het verschenen is.''

Kertész voelt zich niet thuis in de Hongaarse literaire wereld, maar ook niet in die van de Hongaarse joden die zich probeerden te assimileren. ,,Ze dachten zich te kunnen redden door zich altijd maar aan te passen, ook aan de zogenaamde christelijke koers van de regeringen tussen de wereldoorlogen. Dat had met christendom niets te maken. Nog altijd betekent christendom hier in Hongarije: niet joods. Dat is geen geloof, dat heeft niets te maken met de grote god. Dat is pure ideologie. Een deel van de joden is ver van de eigen wortels verwijderd geraakt omdat ze probeerden te integreren als Hongaarse joden, maar dat is mislukt. In 1944 zijn in zes weken tijd achthonderdduizend joden door Hongaarse politieagenten samengedreven in het getto en naar Auschwitz afgevoerd door de Duitsers, zonder dat de Hongaarse maatschappij daar iets tegen deed.''

Transport

Onbepaald door het lot is het verhaal van een nauwelijks vijftienjarige jongen die in 1944 op weg naar zijn werk door een Hongaarse agent van de straat wordt geplukt. Korte tijd later wordt hij op transport gesteld naar Auschwitz. De Hongaarse samenleving ziet lijdzaam toe en doet niets. Ook niet als de held van het verhaal, György Köves, na een jaar terugkeert. Het is Kertész' eigen verhaal.

,,Boeken over de jodenvervolging zijn hier geen taboe, maar er gelden bepaalde spelregels. Zo kan je wel schrijven over de gruweldaden begaan jegens de joden, maar dan liefst tegenover mensen die op de eerste plaats Hongaar en pas daarna joden waren. Je mag ook schrijven over de jodenvervolging vanuit een historisch perspectief, maar niet vanuit een maatschappelijk perspectief.''

Dat deed Kertész wel. Hij riep de Hongaarse maatschappij ter verantwoording met een boek dat pijn deed, dat cruciale vragen stelde over hoe de maatschappij reageerde op de jodenvervolging. Hij heeft willen kwetsen. Twaalf jaar lang heeft hij zitten schaven tot hij een verhaal op papier had dat de lezer letterlijk naar de strot grijpt. Stap voor stap beschrijft de vijftienjarige held droogjes wat hem overkomt. Het hoofdstuk dat zijn gevangenneming beschrijft, begint met `De dag daarop overkwam mij iets vreemds'.

Zijn naïviteit wordt absurd als hij Auschwitz omschrijft als een `studentengrap, of zoiets'. De lezer krijgt niets te horen over zijn emoties, zijn angsten. De gebeurtenissen volgen elkaar lineair op. Hij registreert hoe sommige vrouwen zich opmaken als de trein in Auschwitz aankomt, hij vraagt zich af wat de regels zijn bij de selectie na aankomst en waarom een dikke man in zijn rij belandt, de rij van de gevangenen die fit genoeg zijn voor werk. Köves probeert de regels te doorgronden en zich aan te passen.

Aan het einde van het boek durft Kertész de jongen zelfs van geluk te laten spreken. Hij is dan al terug in Boedapest, in een maatschappij die geen enkele belangstelling voor hem heeft. ,,Wij mensen zijn in staat om alles te overleven, ook de meest ongerijmde situaties, en in de verte, wist ik, wachtte het geluk al op me, als een onvermijdelijke val. Zelfs daarginds, bij de schoorstenen van Auschwitz, was er, als de kwellingen aflieten, iets geweest wat je met geluk zou kunnen vergelijken. Iedereen had het over ontberingen en `gruwelen', maar die kleine gelukservaringen waren het belangrijkste geweest. Ja, als ze me weer van die vragen stelden, zou ik daarover kunnen vertellen, over het geluk dat je in een concentratiekamp kunt ervaren. Als ze er ooit nog naar zouden vragen, en ik dat geluk dan nog niet vergeten was.''

Kertész stelt vragen en roept beelden op die in Hongarije niet welkom zijn. Vierentwintig jaar geleden niet, toen het boek voor het eerst uitkwam en binnen een maand geruisloos naar de ramsj verdween, maar ook nu niet.

,,Ook tien jaar na de val van het communisme is er nog geen solidariteit ontstaan met de vermoorde Hongaarse joden. Onlangs had een naaste medewerker van premier Orbán het weer eens over het `jodenvraagstuk'. Nu wordt er in een van de dagbladen eindeloos gedebatteerd over de vraag wat daar precies mee bedoeld was. Ik moet u zeggen, ik volg het niet eens meer. Voor mij staat door dit soort incidenten vast dat ik in een maatschappij leef die nog steeds niet weet wat ze met joden aanmoet. En dat zal zo blijven zolang dit land zijn eigen verleden niet verwerkt. Ik ben hier een vreemde en zal dat altijd blijven. Ik heb me nooit met politiek beziggehouden. Zelfs niet met de ondergrondse oppositie ten tijde van het socialisme. Ik heb me nooit met dit land willen inlaten. Ik heb geen boodschappen tussen de regels geschreven. Ik heb alleen mijn eigen romans geschreven.''

Koffer

Zijn vrouw heeft een goede baan en Hongaars is nou eenmaal de taal waarin hij schrijft, maar verder is er weinig reden om in Hongarije te blijven, vindt Kertész. ,,Ik woon hier niet uit overtuiging. Ik kan ieder moment vertrekken, mijn koffer staat om zo te zeggen gepakt.''

De ruime, lichte flat waar de schrijver met zijn tweede vrouw woont, ziet uit op de groen beboste heuvels van Boeda. Het is hemelsbreed niet ver weg van de benauwde eenkamerflat waar de schrijver samen met zijn eerste vrouw die in 1995 overleed - vierendertig jaar lang het communisme uitzat. Een hok van achtentwintig vierkante meter in een van uitlaatgassen vergeven straatje tussen twee verkeersaders.

Hier bracht hij zijn halve leven door. Hier hield Kertész zich schuil voor de vijandige maatschappij, hier schreef hij zijn boeken wanneer zijn vrouw overdag naar haar werk was. Eerst Onbepaald door het lot over zijn ervaringen in de oorlog, daarna Kaddisj voor een niet geboren kind, over het onvermogen van iemand die zijn eigen dood overleefd heeft om het leven door te geven, en tenslotte Het fiasco, over de communistische totalitaire staat.

Onbepaald door het lot en Het fiasco zijn nauw met elkaar verweven, maar volgens de schrijver toch ook weer heel verschillend. Onbepaald door het lot is Kertész antwoord op de jodenvervolging. Het fiasco op het communisme.

Het laatste boek begint aan het eind van de jaren zeventig, als het communisme verzandt en tot stilstand komt. De schrijver zit opgesloten op zijn flat en komt tot niets meer. Hij weet geen enkel idee meer voort te brengen. Zijn enige houvast is het boek (Onbepaald door het lot) dat hij enige tijd tevoren heeft geschreven. Zijn laatste geestelijke inspanning, die in het licht van dat moment volstrekt tevergeefs blijkt: de uitgeverij heeft het boek afgewezen. ,,Het lijkt allemaal zo zinloos dat de schrijver zichzelf de vraag begint te stellen waarom hij ooit een serieus geestelijk product heeft geleverd, waarom hij zich überhaupt met zulk werk heeft ingelaten. Het heeft allemaal tot niets geleid. Want de roman wordt niet uitgegeven, en als hij later wel wordt uitgegeven blijkt ook dat geen enkele zin te hebben.''

Na een korte verhandeling over de momenten van twijfel die iedere schrijver ondervindt als hij zich afvraagt waarom hij eigenlijk schrijft en de moeite neemt `over grote zaken' na te denken, stuurt Kertész zijn held, die net als in Onbepaald door het Lot Köves heet, het pad van het existentialisme op. Hij voelt zich `ethisch en moreel bevrijd' als hij zichzelf tegenkomt. Zelfs als niemand op zijn boeken zit te wachten.

Ook Het fiasco is het verhaal van Kertész zelf. Tien jaar lang had hij zijn oorlogservaringen onderdrukt. ,,Plotseling kwam het allemaal terug. Het was alsof er een vreemde macht in me getreden was die me bevel gaf om te schrijven. Dat is natuurlijk niet echt zo. Het is gewoon het resultaat van de verdringing en de arbeid van het onderbewustzijn. Ik voelde dat ik schrijver moest worden en op moest schrijven wat ik wist en wat ik had meegemaakt. Daarna lag ik niet meer de hele tijd met die ervaringen overhoop, maar kon ik ze zien als materiaal om mee te werken. En door het schrijven kon ik dat materiaal bovendien redden. Niet alleen redden, maar op een hoger niveau brengen.''

Onvrijheid

Het communisme, dat voortdurende associaties met onvrijheid opriep, was de katalysator, `de madeleine van Proust die hij in de thee doopt om de smaak van het hele verleden op te roepen'.

Kertész ontdekte een nieuwe figuur: de mens die het totalitarisme van onze eeuw door- en overleeft. ,,Een functionele mens, die zich voortdurend aanpast en zich een rol laat opdringen, tot hij zichzelf vergeet en alleen nog maar aan zijn bestaan denkt. Het resultaat is een mens zonder `zelf', die tot alles in staat is en geen innerlijke samenhang meer heeft. Hij leeft in een gesloten systeem van logica dat alles bepaalt, vooral de manier waarop hij kan overleven. Dat geldt voor daders zowel als slachtoffers.''

De functionele mens is ook tien jaar na de val van het communisme nog altijd niet verdwenen, meent Kertész. ,,In dit land leven generaties die verschillende vormen van dictatuur hebben overleefd zonder zichzelf ooit ter verantwoording te roepen. Het zijn overlevingskunstenaars, die hun ervaringen niet vermenselijken.''

De ervaringen van de jodenvervolging zijn voor Kertész vanzelf overgegaan in die van het communisme. Ze zijn altijd blijven bestaan, ook na de bevrijding bleek vrijheid een illusie. Generatiegenoten als Paul Celan, Tadeusz Borowski, Jean Améry en tenslotte ook Primo Levi kwamen in een vrije wereld, maar werden later alsnog ingehaald door het lot. Ze pleegden zelfmoord.

,,Ik heb ook na de oorlog het leven voortgezet dat ik tijdens het nazi-totalitarisme had aangeleerd. Je moest een hol zoeken waarin je je verstoppen kon. Het was volstrekt duidelijk dat vrij denken niet geduld zou worden en daarom moest je proberen je eigen mentaliteit en manier van denken niet te laten zien. Dat was precies hetzelfde als onder het nazisme. Onder het Kádár-socialisme werd je niet vervolgd omdat je jood was, maar om wat je dacht. Ik heb dan ook nooit enige solidariteit verwacht van de mij omringende samenleving. Het is mijn redding geweest dat ik niets verwachtte. Geen begrip, geen rechtvaardigheid, geen cent. Ik leefde zoals ik leefde, in een vijandige omgeving. In zekere zin is dat heel goed geweest. Als schrijver kon ik tenslotte doen wat ik wilde. Ik was nergens voor verantwoordelijk. Zelfs niet voor mijn eigen leven.''

Na de val van het communisme, precies tien jaar geleden, begon dat te veranderen. Kertész werd internationaal ontdekt en geldt nu als één van de grote schrijvers over de jodenvervolging. ,,Tegenwoordig ben ik in een wereld beland waar ik gelezen word, waar naar mij geluisterd wordt. Een wereld van normale lezers.'' Kertész weet nog niet helemaal wat hij daarmee aanmoet. Wat moet een schrijver met normale lezers, vraagt hij zich af. Grote schrijvers als Samuel Beckett en Franz Kafka weigerden met lezers om te gaan. Ook in de normale wereld schuilen gevaren. ,,Je kunt bijvoorbeeld heel makkelijk gemanipuleerd worden.''

Kertész blijft een argwanend mens, al kwam de grote omwenteling van tien jaar geleden wat hem betreft precies op tijd. ,,Het schrijversleven dat ik geleid heb, onbekend en vrij, is goed voor een bepaalde tijd. Je wordt hard en leert met jezelf om te gaan. Je begrijpt de ernst van je opdracht. Dat is goed. Maar het gaat wel met depressies gepaard. Ik heb geluk gehad met de omwenteling van tien jaar geleden. Na al die jaren was ik verkrampt in mijn eenzaamheid. Het schrijven werd moeilijker. Je kunt niet altijd zonder controle blijven schrijven.''

En dan komt hij weer terug op zijn generatiegenoten. ,,Als ik naar foto's van Améry en Levi kijk zie ik een gewond individu, dat door de wereld om hem heen nooit echt begrepen is. Ik zoek dat begrip niet eens. Mij is altijd duidelijk geweest dat ik hier tientallen jaren lang geen begrip zou vinden.'' De kloof tussen wat iemand heeft meegemaakt en de maatschappij blijft altijd bestaan, meent Kertész. ,,De lezer kan dat alleen begrijpen door middel van geslaagde, authentieke kunstvormen.''

Imre Kertész: Het fiasco. Vert. Henry Kammer. Van Gennep, 384 blz. Prijs ƒ49,90 (geb.); vanaf 23 sept in de boekhandel.

Kertész gaat op do.23 sept. in gesprek met Michael Zeeman. Amsterdam, Felix Meritis, Keizersgracht 324, 20u30. Inl. 0206231311.

    • Renée Postma