Het gaat over een boze, ongelukkige familie

In het toneelstuk naar `Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan' van Louis Couperus wil regisseur Ger Thijs `lucht, meer lucht' zien. Morgen is de première.

Hoewel de ledematen wat stram in beweging komen en het gehoor achteruit is gegaan, zien ze er jonger uit dan ze in werkelijkheid zijn. Elisabeth Andersen, Ton Kuyl, Joop Doderer en Anita Menist zijn alle vier ruimschoots de zeventig gepasseerd en de ambitie om nog regelmatig het podium te beklimmen is er niet meer. Maar soms, als het zo uitkomt, kunnen ze het toch niet laten. Zoals nu in Oude Mensen, een toneelstuk naar de roman Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan van Louis Couperus in de regie van Ger Thijs bij Het Nationale Toneel in Den Haag.

Het is een warme augustusmiddag en in de repetitieruimte is de stoel van mevrouw Dercksz leeg. Het is Elisabeth Andersens vrije dag. De overige zestien acteurs zijn er wel. Aan de muur hangen schetsen die decor- en kostuumontwerper Rien Bekkers maakte van de 65 kostuums die de spelers in de voorstelling zullen dragen. Voor de dames lange, elegant getailleerde robes van ruisende zijde en zacht fluweel in veelal herfstige kleuren en met bijpassende mantels en hoeden. De heren dragen stemmige pakken in donkere, grijze en bruine tinten. Bekkers' decor is nog in aanbouw: een zwierige trap die met een wijde boog naar een plateau leidt waar het `geheim genootschap' zetelt. Het is de verdieping van de hoogbejaarde mevrouw Dercksz, die dagelijks audiëntie houdt voor haar minnaar meneer Takma en voor dokter Roelofsz.

Beneden is het huis van Harold, de zoon van mevrouw Dercksz. De rust boven contrasteert met de drukte en `het gedoe in de onderwereld'. Het is hier een continu va-et-vient van familieleden. Anna, de grijze huishoudster, draaft met glazen en schalen: Dat benedenhuis was háar, Anna's rijk; daar heerste de juffrouw ook niet, daar heerste zij, ontving zij de familie, en prezenteerde zij de verversingen.

De toeschouwer kijkt naar een voorstelling waarin veel scènes simultaan gespeeld worden - een idee van Willem Jan Otten die het boek van Couperus herschreef tot een toneelstuk in vijf bedrijven en een epiloog. Het biedt, aldus Thijs, ,,een stamboomachtige geschiedenis, een staalkaart van hoe mensen omgaan met de ouderdom''.

Het stuk volgt de belangrijkste dramatische lijn in het boek. Wie de dialogen leest herkent Couperus (,,Lot is toch helemaal niet verliefd van complexie'') maar hoort ook de stem van Willem Jan Otten. Zijn woordgebruik is bondiger en minder geciseleerd, de dialogen zijn meer moderne spreektaal geworden (,,Ik heb niet teruggeschreven omdat ik zo'n voorgevoel had dat we elkaar hier in Den Haag zouden zien. Hoi. Broertje.''). Veel scènes zijn om praktische redenen geschrapt (zoals de buitenlandse huwelijksreis van Lot en Elly), herschreven of samengevoegd en enkele bijfiguren zijn weggelaten. Er zijn ook theatrale toevoegingen, zoals Harold die na de moord is gaan stotteren en de dikwijls terugkerende Maleise zin die het drama in `Inje' in herinnering roept: `Liat-liat di mana-mana dara' (`Kijk, kijk, daar overal bloed').

Acteur Ton Kuyl, die in 1976 in Walter van der Kamps televisiebewerking van Couperus' roman de precieuze jurist Leopold d'Herbourg speelde en nu op het toneel de twee generaties oudere Takma vertolkt, zegt dat het publiek niet ,,een nostalgische Couperus-confrontatie'' moet verwachten. ,,Oude Mensen lijkt op Couperus maar is het niet, Willem Jan Otten staat ertussen. Ik beschouw het als een hommage aan Couperus.''

Gefatsoeneerd

Met de voorstelling zal de grondig gerenoveerde Koninklijke Schouwburg die twee jaar dicht is geweest opnieuw in gebruik worden genomen. Het is Thijs' tweede Couperus-regie: in 1994 bracht hij met Albert Lubbers de monumentale enscenering Kleine Zielen uit, een adaptatie van Couperus' De Boeken der Kleine Zielen. Het succes dat ze met die productie hadden heeft hen indertijd overvallen. Het stuk, zegt Thijs, was niet eens een echte bewerking: op basis van floppy's van de uitgever had hij dialogen uit het boek gehaald en tot een stuk `gefatsoeneerd'. Het plan om nu Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan op het toneel te brengen was van Willem Jan Otten. Ditmaal moest er een heus toneelstuk van gemaakt worden.

Ger Thijs wijst erop dat de enscenering van Oude Mensen heel anders is dan die van Kleine Zielen. ,,Dat was een voorstelling met een filmische structuur, ik monteerde het als een film. Na iedere kleine scène had je het doek en dan een nieuwe scène. Tot wanhoop van de acteurs was ik tijdens het monteren nog bezig met de tekst. Oude Mensen was af toen we begonnen. Het is echt een stuk, met eenheid van plaats. Hier is gelijktijdigheid belangrijk. Er gebeurt veel simultaan. Je manipuleert de blik van het publiek door scènes beneden rustig te laten doorlopen hoewel de aandacht zich naar boven verplaatst.''

Hoe lastig dat is blijkt tijdens de repetitie van het tweede bedrijf. De acteurs moeten hun spel voortdurend op elkaar afstemmen: zinnen niet te krachtig inzetten als scènes elkaar overlappen, niet te veel op de voorgrond treden en toch een vanzelfsprekende aanwezigheid op het toneel bewaren. Men moet, in de woorden van Thijs, ,,dienend spelen, als in een symfonie''.

De mise-en-scène is een ingewikkelde choreografie van opkomen en afgaan in de juiste richting. De spelers raken in de war – de ene opkomst is te laat, de andere te langzaam en een volgende eindigt op een verkeerde plek. Maar als na een korte pauze het bedrijf in zijn geheel wordt doorgenomen, valt alles plotseling op zijn plaats. Ger Thijs zwaait als een dirigent met armen en handen. De vaart moet erin blijven, vindt hij, en lucht, meer lucht in het spel wil hij zien.

,,De drijvende kracht is die rare vrouw boven die zonder opzet de situatie beheerst'', zegt hij naderhand. ,,Toch merkte ik dat in de eerste bedrijven vooral de liefdesrelatie van Lot en Elly naar het centrum van mijn aandacht trok. Een andere belangrijke lijn is de familie-ironie: het feit dat er een familiegeheim is en dat iedereen die erachter komt, denkt dat hij de enige is die het weet.

,,Willem Jan Otten constateerde dat een stuk ondanks alle verhaallijnen uiteindelijk altijd één groot, eenvoudig ding is, om met Couperus te spreken. Dat geldt ook voor een rol, hoeveel details er ook zijn, een goed acteur gaat uit van één groot ding. Het vertrekpunt voor Elisabeth Andersen is de passie voor Takma. We zien een vrouw die heel haar leven wacht op die man. De twee oude mensen zijn met elkaar verbonden en kinderlijk verliefd gebleven. Wat precies het grote eenvoudige ding van de voorstelling is, kan ik nog niet overzien, dat zal geleidelijk duidelijk worden.''

Crime Passionel

Een belangrijk motief in de roman is hoe de generaties achtervolgd worden door de misdaad uit het verleden, een crime passionel. Thijs: ,,Het boek heeft een Ibsensiaanse noodlotsstructuur: het zondige verleden van de oude mensen vernietigt het heden van de jonge mensen. Maar Couperus hanteert dat veel lichter dan Ibsen. Hij werkt impressionistisch, met beelden en dramatische spanning. Daardoor zijn de details van de misdaad ook niet helemaal duidelijk: hebben de gelieven uit noodweer gehandeld omdat ze bedreigd werden met een kris?

,,Hij permitteert zich slordigheden – in het boek vallen die niet op, maar in het toneelstuk wel. Hij vergeet weleens figuren, zoals de moeder van Ina d'Herbourg, of de ouders van Elly Takma. Daar hoor je niets over. Je vergeeft 't hem omdat hij zo'n groot schrijver is. Ik heb de fantasie ooit nog eens iets met zijn historische romans te doen.''

Een week later is Elisabeth Andersen wel bij de repetities aanwezig. De 79-jarige actrice beschouwt de rol van de oude mevrouw Dercksz die ze de komende maanden zal spelen als haar laatste. Ze heeft er geen zin meer in. Het is, zegt ze, te vermoeiend en de eerste weken van de repetities had ze last van haar ingewanden en hoofdpijn omdat haar dagritme was verstoord. Van te voren had ze wijselijk bedongen dat ze niet alle repetities zou hoeven bijwonen.

Op deze werkdag lijkt er echter niets aan de hand. Als mevrouw Dercksz loopt ze beverig met een stok naar haar stoel. Moeizaam ademend zegt ze nu en dan een zinnetje, het hoofd leunt tegen een kussen. Haar houding verandert als de scènes niet erg vlotten. Kwiek richt ze zich op, mompelt iets tegen haar tegenspeelster naast haar en zwiept geërgerd met haar stok.

Na afloop van de repetitie betoont Thijs zich tevreden met `de lichtheid van de bovenverdieping'. Beneden ging vooral de tweede helft zijns inziens te traag. In het algemeen, stelt hij, moet `de zorgelijkheid eruit'. Het is `onhelder' als de acteurs de woorden illustreren, als alles ,,met gevoel en sentimentaliteit wordt bedekt''. Hij wijst erop dat het exposé in het eerste bedrijf in feite een komedie-opzet is: in huize Dercksz verwacht men Takma, maar telkens als de bel gaat dient zich een andere gast aan.

Ger Thijs later: ,,Ik zoek naar een lichte, aangetikte speelstijl. Zoals in de films van Ernst Lubitsch. Die lichte toets is moeilijk aan te brengen, niet alleen bij de acteurs, maar ik merk ook dat je het lastig geaccepteerd krijgt bij het publiek. Toen ik dat een paar jaar geleden bij Ion van Euripides probeerde hoorde je later dat de voorstelling `vederlicht' was. Alsof je 'm zo over je schouder kon weggooien. Verschrikkelijk. De echte komedietoon is juist zo prachtig.

,,Oude Mensen is een tragikomedie. Er zitten running gags in en leuke aspecten, zoals Anton, de 60-jarige zoon van mevrouw Dercks met zijn vieze boekjes. En de epiloog geeft een krul omhoog.''

De dingen zijn inderdaad voorbijgegaan. De fuik die de familie gevangen hield gaat open na de dood van de oude mensen, er is weer lucht. Harold stottert niet meer en Lot, die lang ziek is geweest, is aan een roman begonnen.

,,Waar Ibsen ophoudt in het vijfde bedrijf, volgt hier in de epiloog nog een happy end. Het geeft aan hoe je bevrijd kunt raken van het verleden, maar misschien is dat een mooie wensdroom.''

Bouwmateriaal

Weer een week later is het resultaat tijdens een doorloop in de Koninklijke Schouwburg te zien. De grote zaal is nog nat van de verf, resten bouwmateriaal liggen her en der. Het zijn de laatste dagen voor de try-outs. Deze avond lijken de meeste struikelblokken nooit te hebben bestaan. Alle losse onderdelen zijn als door een wonder een voorstelling geworden. De enorme trap is klaar, er is muziek en betoverend licht van Reinier Tweebeeke.

,,We zitten in een moeilijke fase,'' merkt Ger Thijs desondanks op. ,,De spelers klagen: de pakken zitten slecht, ze zijn mij kwijt nu ik beneden in die donkere zaal zit tussen de lampen. Als er dan ook nog dingen veranderen, maakt dat onzeker. Dit stuk heeft veel met de plot te maken. Het is een roman op het toneel. De acteurs zijn in de eerste plaats dragers van het verhaal, ze gaan niet zozeer de diepte in want ze hebben niet de ruimte veel van zichzelf bloot te leggen. Er is voor hen weinig materiaal om zich op te baseren. Als ze zich niet aan de plotlijnen houden, zie je ze reddeloos ten onder gaan.''

Oude Mensen is een theatrale vertelling met veel zijwegen, maar wat is volgens Ger Thijs nu het grote eenvoudige ding van de voorstelling?

,,Een belangrijk element vind ik de familie, het is `een boze, ongelukkige familie' zoals Elly in het stuk zegt. Ze zijn verkrampt en vergroeid, niet leuk in de omgang. Verder gaat het voor mij ook over generatieverschillen en het omgaan met ouderdom.

,,Er staan hier vier generaties op het toneel. Ik vind het mooi die leeftijdstegenstelling ook echt te laten zien: een jong meisje dat bij een oude vrouw op bezoek gaat en vraagt hoe ze moet leven. De afgelopen decennia zijn we vooral bezig geweest met jeugd op het toneel. Iedereen kan immers iedereen spelen, dus waarom zou je oude acteurs vragen? Het is zonde dat die generatie daardoor zo weinig aan bod komt. Ik vind het prettig werken met oude mensen, ze stralen een andere energie uit. De voorstelling heeft voor mij veel met de ouderdom te maken – maar dat is uiteindelijk ondergeschikt aan wat ik als het overkoepelende thema zie: de vergankelijkheid van het leven. Alles gaat voorbij.''

Oude Mensen door Het Nationale Toneel is te zien van 13/9 t/m 19/12 in Den Haag, Amsterdam, Utrecht, Arnhem, Rotterdam. Inl: 0900 3456789

,,`Oude Mensen' lijkt op Couperus maar is het niet, Willem Jan Otten staat ertussen''

    • Noor Hellmann