Groeier in wodka en bier

Het oosten van Duitsland torst nog de lasten van het DDR-verleden. Maar tien jaar na de val van de Muur kent de Wende er ook winnaars. ,,Als de loonkosten lager waren, kon ik meteen drie man meer in dienst nemen'', zegt de Berlijnse drankenhandelaar Matthias Ganick.

Goed zichtbaar ligt een dikke map met wettelijke bepalingen op tafel. De wet op de arbeidsduur, de wet ter bescherming van de werkende moeder. In zijn kleine kantoor vol bureaus en archiefkasten bladert Matthias Ganick door de stapel. Ganick is de eigenaar van een Oost-Berlijnse drankhandel. Hij zegt: ,,Dit is typisch voor de Duitse bureaucratie. De staat eist, dat iedere werknemer op elk moment van de dag de wet kan inzien. Het maakt niet uit, of je in het Oosten of het Westen zit: vroeg of laat komt er een ambtenaar langs om dat te controleren. Ook de Oost-Duitse ambtenaar is tenslotte een rechtlijnige Duitse ambtenaar''.

Matthias Ganick (33) is een jonge ondernemer. Zonder eigen kapitaal en slechts gesteund door een kredietlimiet van 4000 mark op zijn particuliere rekening, begon hij in 1993 zijn Getränke Groß- und Einzelhandel. Na twee jaar kreeg hij een eerste bedrijfskrediet. Inmiddels heeft hij drie dagwinkels, waarvan de belangrijkste in de trendy Oost-Berlijnse wijk Prenzlauer Berg ligt. Zojuist opende hij een opslagplaats in het Westen van de stad. Voor de bank is hij al lang solvabel: toen hij laatst geld nodig had, kreeg hij zomaar één ton extra.

Ganick is een snelle groeier. Zijn bedrijf voorziet de meeste kroegen in Prenzlauer Berg van drank. Veel restaurants in Mitte, het centrum van de stad, horen tot zijn klantenkring. Hij is specialist voor Russische pepervodka en (Oost-)Duitse Club Cola. Twee jaar geleden bracht hij een eigen Sekt-merk voor homoseksuelen op de markt, dat bijna is uitverkocht. Ganick verkoopt Heineken, Bols en De Kuyper-producten tegen redelijke prijzen (Original Holland Import). Maar ook een 0,7 literfles cognac (Martell L'Or) voor 1820 mark, of een Moet & Chandon Brut Impérial van 1490 mark zijn bij hem te koop.

Als Ganick over de Duitse bureaucratie begint, raakt hij niet uitgepraat. Graag stelt hij de rigide Duitse winkelsluitingswet en het verbod op de zondagsverkoop ter discussie. Het liefst zou hij zijn winkels elke dag tot tien uur 's avonds openhouden, wat nu slechts voor zakelijke klanten is toegestaan. ,,In Duitsland is alles in wetten en bepalingen vastgelegd. Zelfs voor de uitzonderingen bestaan regels''. Net als elke ondernemer moet hij zijn vrachtwagens op zondag binnenhouden. Toen hij in de vakantieperiode op zaterdagmiddag nog laat naar Leipzig leverde, kreeg hij een boete. Ook dat is immers verboden.

De val van de Muur, op 9 november 1989, verrastte hem. Ganick bevond zich in Berlijn. Twee weken eerder had hij een uitreisvisum gekregen. ,,Ik zal er geen traan om laten dat de DDR verdwenen is. Ik kan er ook niets goeds van zeggen. Maar als een Oost-Berlijner over de DDR klaagt, word ik boos, tenzij hij problemen met de staatsveiligheidsdienst heeft gehad. Wij hadden het niet slecht. We konden alles krijgen. Wanneer er in Berlijn een tekort aan vlees bestond, werd het vlees vanuit Cottbus gewoon naar de hoofdstad vervoerd, en hadden ze daar een probleem''.

Hij wilde tandtechnicus worden, had aan de Humboldt-universiteit in Berlijn gestudeerd. In Ulm, dat in het West-Duitse Baden-Württemberg ligt, wilde hij verder gaan. Die droom werd ruw verstoord. Nadat in juli 1990 de economische versmelting van Oost- en West-Duitsland had plaatsgevonden, wilde Ulm zijn Oost-Duitse examens niet meer erkennen en werd de studietoelage gehalveerd. Via een vakantiebaantje kwam Ganick in de drankhandel terecht, waar hij een opleiding kreeg. Naast zijn werk begon hij een computerbedrijfje.

Toen hij merkte dat zijn baas niet langer aan een vereniging voor gehoorgestoorden wilde leveren, omdat de lift naar de eerste verdieping kapot was, had hij zijn eerste klant binnen. Woongemeenschappen, krakers, `gewone' particulieren en kroegen volgden. In december 1993 opende hij zijn eerste zaak, op 36 vierkante meter oppervlakte. Op 14 februari 1994, hij kent de datum uit zijn hoofd, nam hij zijn eerste personeelslid in dienst, een chauffeur: ,,Ik ben er ingerold. Ik was niet uit op concurrentie, maar op service, op dienstverlening''.

,,In Duitsland heeft dienstverlening een slechte naam. Duitsers willen niet graag dienen. Ik probeer al maanden iemand te vinden om ons kantoor schoon te maken. Geen schijn van kans: te klein, te vies. Als het een ziekenhuis was, dan kwamen ze wel. Alleen zwart willen ze hier de ramen lappen'', moppert hij, en hekelt in een adem door de hoge premie- en lastendruk. ,,Als de loonkosten omlaag zouden gaan, kan ik zo twee, drie man extra aantrekken''.

Ganick kent alle obstakels, en ook de ups and downs van de zwakke Berlijnse conjunctuur. Twee winkels heeft hij reeds moeten sluiten. Een zaak in Prenzlauer Berg moest dicht, omdat niet langer na achten mocht worden verkocht, terwijl hij ,,van de avondverkoop leefde''. Een handtekeningenactie mocht niet baten, drie personeelsleden verloren hun baan. Hij werd overvallen, in elkaar geslagen en beroofd; een aantal keren werd bij hem ingebroken. Daarom bewaakt een agressieve Duitse herder zijn kantoor.

Onlangs nam hij een failliete concurrent over, waardoor hij nu zestien Ossies in dienst heeft, plus één West-Berlijner die in het Oosten woont. Hij werkt zonder cao en zonder vakbond, maar betaalt zijn mensen beter dan de collega's in het Westen doen. Hij is niet georganiseerd en onderhoudt geen contact met andere Existenzgründer, waarvan er in het Oosten van de stad elk jaar meer bij komen. Ganick: ,,Ik kan dit werk zonder stropdas doen, of in een blauwe overall. Mijn klanten willen niet anders. Word ik lid van een ondernemersvereniging, moet ik me aanpassen. Daarin heb ik geen zin''.

Hij hoopt op een regelmatiger arbeidstempo: ,,De lol van dit werk is dat je onafhankelijk bent en 's ochtends niet perse om negen uur hoeft te beginnen'', zegt hij. ,,Het nadeel is, dat het nooit ophoudt. Je moet zeven dagen achter elkaar, tachtig uur per week, ook 's avonds werken. Je komt onder de mensen, dat is een voordeel. Maar het blijft een lastige markt. Soms zou ik zo weer in loondienst willen zijn. Of ik opnieuw voor mezelf zou beginnen? Nee, dat nooit meer''.

Dit is het zevende en laatste deel in een serie. Eerdere artikelen verschenen op 4,13,20 en 26 augustus, en 2 en 8 september.

    • Willem Wansink