Gaat dat zien!

Een goed idee van staatssecretaris Rick van der Ploeg, een `spectaculair idee' zoals hij het aankondigde: op Schiphol al een voorproefje van onze meesterlijke schilderkunst te laten zien. ,,In een groot, licht-, klimaat- en brand/inbraakbeveiligd vitrinecomplex zouden topstukken uit Nederlandse musea een tijd lang tentoongesteld kunnen worden voor een publiek van jaarlijks tientallen miljoenen reizigers. Wil zoiets voluit scoren, dan moet het ook werkelijk gaan om een schatkamer met topstukken. Rembrandt, Jan Steen, Delfts Blauw, Vincent van Gogh, Kees van Dongen, Rothko, Appel, en topstukken van archeologie. Zo'n complex zou fantastisch kunnen werken.'' Ik citeer uit deze krant van woensdag.

Kunst op Schiphol. Hoe is het mogelijk dat niemand ooit eerder aan onze prachtstukken heeft gedacht. De enige kunst die ik me herinner is een installatie die bij de eerste bar hangt, links van de rolplank, als je op weg bent naar de Gates F en verder, een neon-creatie met teksten: hi-ho of oei-oei – ik kan het me niet nauwkeurig herinneren. Mensen met vliegangst worden erdoor opgevrolijkt, hoor ik. De aanblik van een flinke Rubens doet misschien nog meer wonderen. Maar laten we ons niet in flauwiteiten vermeien. Er zijn praktische vragen.

Waar wordt het vitrinecomplex gevestigd. Twee mogelijkheden: in de vertrekhal of in de aankomsthal. Zonder na te denken zou je zeggen: in de vertrekhal. Daar zijn tijd en ruimte. Alle vliegtuigen hebben vertraging. En nu de EG de belastingvrije drank en tabak heeft afgeschaft, kunnen deze winkels worden ingericht tot kunstcomplex. Je ziet de topstukken die je in het Rijksmuseum, Kröller-Müller, Rijks- Stedelijk Boymans Van Beuningen of Van Gogh hebt gemist omdat ze hier hangen. Maar het is wel een manier om het paard achter de wagen te spannen: de toerist pas bij zijn vertrek dit kunstgenot te gunnen. Geen kunstliefhebber zegt: ik ga naar Amsterdam omdat er zoveel moois in de vertrekhal te zien is. Daarom, denk ik, zal het de aankomsthal moeten zijn.

De aankomsthal bestaat uit brede, lange gangen die naar de paspoortcontrole leiden. Dan kom je in de grote ruimte met de bagagebanden. Daarachter waakt de douane. Achter de douane wacht de familie, de taxi, de trein. Een groot licht-, klimaat-, brand/braak beveiligd vitrinecomplex met Rembrandts, Appels, Van Goghs, enz. zou dus ergens bij de bagagebanden moeten worden ontwikkeld.

Zodra de passagier de stoelriemen heeft losgemaakt, heeft hij nog maar één verlangen: met zijn koffer zo snel mogelijk naar buiten. In de gangen doet iedereen zijn best om het eerst bij de marechaussee te zijn. Daar heerst de koorts van de haast; daar kun je geen kunst hangen. Dan komt hij bij het bagagebandencomplex. In het algemeen is hij eerder bij de band dan zijn koffer uit de buik van het vliegtuig. De band begint te bewegen. Zijn koffer is getroffen door de wet van Murphy. Eerst komt de bagage van alle andere passagiers. Achter hem hangt de Nachtwacht. Al hing Rembrandt er zelf. Eerst zijn koffer! Die komt. Nu moet hij nog door het grote, lichte vitrinecomplex. Met of zonder karretje? Ik denk: zonder. Dat wordt dus zelf de koffer dragen. De hele procedure zal hem eerder een levenslange haat tegen alle Nederlandse meesters bezorgen. Straks, in het echte museum, koopt hij wel een paar ansichten van de prachtstukken die naar het vliegveld zijn verhuisd.

Als trotse propagandist van de Nederlandse cultuur ben je geneigd te zeggen: ja, dit is een spectaculair idee van de staatssecretaris. Was je organisatieconsultant op het gebied van mensenstromen in musea, dan zou je je afvragen wat hem bezielde – dunkt mij. Op vliegvelden kun je reclame maken met alles maar geen Nederlandse meesters laten zien, tenzij in een belastingvrije winkel waar ze te koop zijn. Zo verschuift de aandacht vanzelf van het spectaculaire idee naar de man die het heeft gekregen.

Bekijken we nog eens de manier waarop hij zich uitdrukt. Spectaculair... tientallen miljoenen... scoren... topstukken... schatkamer... fantastisch! Zou je niet op het eerste gezicht denken dat er een reclamechef of misschien een voetbaltrainer aan het woord was? Dat staat me tegen, niet in deze energieke jonge hond van een staatssecretaris persoonlijk, maar in de teneur, de nationale neiging om met zoveel mogelijk van je mooie spulletjes op de markt te gaan staan schreeuwen. Ik weet wel: het is de toeristenindustrie die `voor steeds meer werkgelegenheid zorgt', van Van Gogh via de haringkraam naar de Nachtwacht, bezoek aan coffeeshop in de geweldloze zone en dan een rondleiding langs de Walletjes. Maar zo'n overmaat aan dienstvaardige uitstallerij begint iets nederigs te krijgen, het likken van het miljoenentallig wereldpubliek in wat Dorien Pessers eens doeltreffend heeft genoemd `het hoerenkot naast Schiphol'. Pyke Kochs `Bertha van Antwerpen' op de mainport, als we daar eens mee beginnen.