Fietsloos

Het heeft bij sommige lezers enige bevreemding gewekt dat ik onlangs op deze plek een voorkeur toonde voor een fietsloze zondag in Amsterdam boven een autoloze zondag, zoals we die overmorgen mogen verwachten. Ik zal me nader verklaren.

Ik heb niets tegen fietsen, integendeel, het is in een drukke binnenstad het effectiefste vervoermiddel. Steppen komt nu in de mode, maar ik geloof dat ik nog liever spiernaakt in het programma van Menno Buch copuleer met een nymfomane uit Surhuisterveen dan dat ik een ritje met de autoped over het Rokin maak. Het zal de angst zijn dat ik iemand aanrijd en dat hij roept: ,,Vlegel!'' Steppen doe je alleen in jongens- en meisjesboeken van voor de oorlog.

Nee, geef mij maar de fiets, mits ik er op een normale manier van gebruik mag maken. Dit is echter in Amsterdam niet toegestaan. Als je als fietser voor een rood stoplicht blijft staan, ben je een lijdzame, gezagsgetrouwe halvegare die een vloek of een bonk in zijn rug mag verwachten. ,,Waar wacht je nou op, lul?''

Nu ben ik groot voorstander van het negeren van rode stoplichten, maar niet als er links en rechts van mij allerlei verkeer komt aangestormd dat mij dolgraag zou vermorzelen. Het wordt zo'n jachtig gedoe. Haal ik het of haal ik het niet? En hoeveel seconden zal ik eerder op mijn bestemming zijn als ik het haal?

De Amsterdamse fietser haalt er zijn schouders over op. Hij slalomt triomfantelijk over het drukke kruispunt, de klerelijers in die auto's motte maar uitkijke. Een hand uitsteken bij het afslaan? Kom nou, zijn we uitslover geworden? Licht op je fiets? Hoezo voor je eigen bestwil? En waarom zou je, liefst in het donker, niet op een smalle Amsterdamse gracht tegen de rijrichting mogen inrijden? Een béétje levensgevaar geeft toch spanning aan het leven?

Arme automobilisten – ze zijn de paria's van het moderne Amsterdamse verkeer geworden. Als een automobilist zich de vrijheden van een fietser zou veroorloven, kan hij – als het verkeerd afloopt – op drie jaar gevangenis rekenen plus een gratis psychiatrisch onderzoek in de naam van Pieter Baan. Automobilisten zijn dan ook in Amsterdam bange mensjes geworden en veel te onderdanig tegenover de fietsers die hen doorlopend schofferen. Alleen de penose durft de auto nog te gebruiken om ouderwets ongeremd op voetgangers en fietsers in te rijden.

Hoe moet het nu verder met de Amsterdamse fietser? Het heeft ook de zorg van de Amsterdamse politie – en dat zegt wat. De korpsleiding vindt dat het gedrag van fietsers ontoelaatbaar slecht is geworden. ,,Het heeft voor ons prioriteit dit gedrag te verbeteren, net zoals dat van wildplassers'', zei hoofdcommissaris Jelle Kuiper onlangs.

Dat was goed nieuws voor de fietser. Want pas als de Amsterdamse politie ferme taal uitslaat, weet je zeker dat er niets gebeurt.

    • Frits Abrahams