FBI-experts bevestigen bloedbaden in Kosovo

Forensische deskundigen van de Amerikaanse federale recherche, de FBI, hebben na uitgebreid onderzoek in Kosovo gemeld, de verhalen van massaslachtingen en bloedbaden onder Kosovaren tijdens de oorlog om Kosovo te kunnen bevestigen.

De FBI-deskundigen brachten gisteren in Washington verslag uit van hun werk in Kosovo. Ze hebben daar 124 lijken onderzocht die uit 21 verschillende massagraven zijn opgegraven. Hun bevindingen gaan deel uitmaken van een eindrapport waarin ook de conclusies van forensische onderzoekers uit tien andere landen worden opgenomen.

De opgegraven lichamen zijn onderzocht om de doodsoorzaak en de omstandigheden rond de dood van de slachtoffers te ontdekken. Het grootste drama waarmee de Amerikanen in hun werk te maken kregen was de massamoord op 23 leden van één familie in Gornje Obrinje, dertig kilometer ten noordwesten van Priština. Ze waren in april, na het begin van de NAVO-orlog tegen Joegoslavië, door Serviërs vermoord. Eén jongen van zes overleefde het bloedbad door zich dood te houden. De slachtoffers varieerden in leeftijd van twee tot 94 jaar. Twaalf van hen waren vrouwen, onder wie zeven meisjes onder de zeventien. Aan de hand van hun kleding en in het massagraf gevonden voorwerpen werden allen geïdentificeerd. De slachtoffers waren dik gekleed: ze waren op de vlucht en waren bang 's nachts vuren te ontsteken die hun aanwezigheid zouden kunnen verraden.

Volgens de FBI-deskundigen waren sommige slachtoffers van de bloedbaden van dichtbij doodgeschoten. Bij anderen was de keel doorgesneden, soms met zoveel geweld dat ze bijna waren onthoofd. Bij weer anderen, zoals een tweejarig jongetje, was de schedel ingeslagen met een knuppel of geweerkolf. (Reuters)