De onderwereldkoning van Tsjetsjenië

Beschermd door zwaarbewapende konvooien volgde de filmploeg van Jos de Putter de Tsjetsjeense maffiakoning Chozj-Achmed Noechajev. De documentaire gaat in première op het Nederlands Film Festival.

,,Voordat ik aan deze film begon, heb ik slapeloze nachten gehad,' vertelt documentairemaker Jos de Putter (40) over The making of a new empire. Zijn portret van de Tsjetsjeense maffia-koning Chozj-Achmed Noechajev beleeft volgende week zijn Europese première op het Nederlands Film Festival in Utrecht. ,,Was dit nu wel een film voor mij, vroeg ik me af, nadat ik bij toeval met Noechajev in contact was gekomen. Ik ben nu eenmaal geen journalist die kritische vragen stelt, maar een filmer die een tijdje ergens bij is en daar dan een film uit maakt.'

Het gevaar was niet denkbeeldig dat deze werkwijze in het geval van Noechajev een kritiekloze lofzang op de geportretteerde zou opleveren, bedacht De Putter woelend in bed. ,,Tenslotte is Noechajev een man waarvan niet voor niets gezegd wordt dat je hem slechts met knikkende knieën tegemoet kunt treden. Niet iemand om tegen te spreken, als ik dat al zou willen. Ik lijd wel een beetje aan het Leni Riefenstahl-syndroom: de vrees dat je door het onderwerp wordt ingepakt.'

De filmmaker heeft het tenslotte toch aangedurfd – als een weddenschap met zichzelf, of liever gezegd met zijn kwaliteiten als filmer. ,,Ik heb het eigenlijk vooral gezien als een test, in welke mate ik op de camera zou kunnen vertrouwen.' En dus vroeg De Putter `mag ik een film over u maken', toen hij in de marge van een liefdadigheidsconcert in Istanboel voor het eerst Noechajev ontmoette. Er volgden uitvoerige besprekingen met de immer rustig ogende en tot wijsgerige bespiegeling geneigde onderwereldkoning. En het mocht.

Het draaien van The making of a new empire was in wel meer opzichten een riskante onderneming. Sinds een jaar of twee is het – na een tweejarige oorlog in 1996 de facto van Rusland onafhankelijk geworden – Tsjetsjenië geen raadzaam oord voor buitenlanders. De Putter is een van de heel weinige die de hoofdstad Grozny nog hebben bezocht, sinds een golf van 1098 ontvoeringen in de eerste helft van 1997 alle vreemdelingen op de vlucht jaagde. Van vier anderen, werknemers van British Telecom die als gasten van de regering Grozny bezochten ten tijde van De Putters tweede bezoek aan Tsjetsjenië, in november vorig jaar, zijn slechts de hoofden teruggevonden.

Dat de Nederlandse filmmaker zijn bezoek aan het Kaukasische republiekje heeft overleefd, is te danken aan de door Noechajev geleverde bescherming. Je ziet ze in de film regelmatig in beeld: met machinegeweren bewapende, voortdurend zenuwachtige bewakers, die hun meester en De Putter beschermen tegen ontvoerders, rivalen of anderen in een stad waar dag en nacht, om onduidelijke redenen, geschoten wordt.

De enige manier om Grozny te bereiken was voor de filmploeg het zwaarbewapende konvooi auto's waarmee Noechajev heen en weer reist tussen de Azerbaidzjaanse hoofdstad Bakoe, waar hij zijn zaken doet, en de Tsjetsjeense hoofdstad. ,,Eenmaal ben ik met Noechajev zelf in zijn gepantserde Mercedes meegereden. Zo'n konvooi wordt een dag van tevoren voorbereid en verkend, zodat iedereen weet dat hij eraan komt,' vertelt De Putter. ,,Omdat het konvooi door het Russische Dagestan moet, heeft Noechajev – als een van Ruslands most wanted – voor de zekerheid twee valse paspoorten bij zich. Maar echt nodig leek dat niet, want de Russische grenswachten waren duidelijk doodsbang voor het konvooi. Eénmaal vroeg een grenswacht wie ik eigenlijk was. `Hitler', zei de chauffeur toen bits, en we mochten meteen doorrijden.'

De Putter heeft voor al die bescherming betaald – om tegenover de geportretteerde een onafhankelijke positie te kunnen innemen. Desondanks was de filmer behoorlijk zenuwachtig toen hij, volgens afspraak, Noechajev een paar maanden geleden het eindresultaat liet zien, in een zaaltje in Bakoe.

,,Wat te doen als hij het af zou keuren? Ik had geen idee,' bekent De Putter, na de wereldpremière in Toronto net terug in zijn woonplaats Amsterdam. ,,Maar alles ging van een leien dakje. Noechajev leek ingenomen met de film en zei dat hij hem `erg serieus' vond.'

Staatsmaffia

Serieus is de film zeker, en vrij van vooroordelen. Noechajev (44) vertelt voor de camera – begripvol gehanteerd door de Pool Andrzej Adamczak, want geen Nederlandse cameraman was bereid tot de reis naar Grozny – schijnbaar spontaan over zijn leven en denkbeelden. Hoe hem als student in Moskou de ogen opengingen: de Russische staatsmaffia in de Sovjet-Unie kon alleen door mafiose methoden bestreden worden. Hoe hij, Noechajev, in Moskou de leiders van andere onderwereldgroeperingen één voor één `afhandelde', zoals hij zegt, totdat zijn hegemonie een feit was.

En hoe dit streven, in zijn gedachtengang, nauw verbonden is met de strijd voor het herstel van de onafhankelijkheid en waardigheid van het Tsjetsjeense volk, dat in de Stalin-tijd massaal naar Siberië was gedeporteerd en onderdrukt. Nationale strijd en ondernemerschap zijn in zijn geest ten nauwste met elkaar verbonden.

,,Drie oorlogen zegt Noechajev te hebben gevoerd', vertelt De Putter: ,,die in het Moskouse maffia-milieu; die van 1994 tot 1996, toen Moskou met troepen vergeefs probeerde de Tsjetsjeense onafhankelijkheid de kop in te drukken; en een derde nu, om de olie.'

Want Noechajev moge dan, zegt men, de strijd tegen de Russen hebben gefinancierd – vrachtwagens vol geld kwamen in Tsjetsjenië aan in die tijd – hij heeft ook een visionaire blik op de toekomst van de republiek, die in een economische unie met de omringende delen van de Kaukasus zou moeten worden verenigd. Zonder Russische inmenging, dat spreekt. Daartoe heeft de ondernemer een firma in het leven geroepen, Caucasus Common Market Ltd. geheten, gevestigd in Bakoe en met een bijkantoor in de Londense City.

Op welhaast vaderlijke toon wendt Noechajev zich voor de camera tot degenen die de oliepijplijnen, die nu van de rijke olievelden van Azerbaidzjan naar West-Europa lopen, willen omleiden zodat ze niet langer door het roerige en instabiele Tsjetsjenië gaan. ,,Het is heel goed mogelijk ze om Tsjetsjenië heen te leiden, maar niet om de Tsjetsjenen,' waarschuwt hij.

Maar Noechajev is ook een mysticus, die op het Tsjetsjeense platteland een stad wil laten bouwen ter vervanging van het twee jaar na de oorlog met de Russen nog steeds in puin liggende Grozny. We zien de visionair instructies geven voor het eerste, centrale gebouw van de nieuwe stad: een negenhoekige constructie van drie, elkaar deels overlappende piramide-achtige elementen. ,,Zo stelt hij zich Tsjetsjenië voor,' constateert de Putter. ,,Sommigen zijn meer dan anderen. Zo zit een maffia ook in elkaar, als een pyramide.'

Noechajev is volgens zijn filmbiograaf steeds meer een denker geworden. ,,Ik heb het in de twee jaar dat ik contact met hem had zien gebeuren: hij werd steeds mystieker. Personen in zijn entourage hebben wel verteld over woeste feesten van vroeger, maar de Noechajev van nu drinkt niet, rookt niet en bidt drie keer per dag. Hij is ook naar Mekka geweest en ziet nu overal de hand van God.'

Moeder

Kon De Putter alles filmen wat hij wilde? ,,Ik had wel uitvoeriger willen spreken met de moeder van Noechajev,' zegt de filmer na enig nadenken. ,,Maar het filmen van vrouwen was moeilijk, ik mocht al blij zijn dat we met de camera de keuken in mochten, en Noechajevs zuster vertelde hoe alle kinderen van het gezin tijdens de Siberische ballingschap waren geboren.' Verder heeft De Putter ervaren dat Noechajev weliswaar onbetwist boven de bewapende partijen en groeperingen in Grozny lijkt te staan – daardoor is de door hem aan de filmploeg geboden bescherming ook geloofwaardig en effectief gebleken – maar dat dit niet betekende dat hij zich met de camera overal kon vertonen.

,,Dat bleek toen ik een jongen op het spoor was gekomen, die een soort computerproject leidde. De twintig lijfwachten die voortdurend om ons heen waren, gingen wel mee. Uit hun reacties bleek, dat ze het een slecht idee vonden. Dat computerproject bevond zich in de invloedssfeer van krijgsheer Sjamil Basajev, die nu zo'n prominente rol speelt bij de strijd in Dagestan. We hebben dat toen laten vallen.'

In het licht van de strijd om Dagestan, die zich in snel tempo lijkt te ontwikkelen tot een reprise van de Tsjetsjeense oorlog '94-'96, is het misschien wel jammer dat The making of a new empire geen breder overzicht geeft van het militair-politiek ondernemerschap in Tsjetsjenië, denkt De Putter. ,,Maar aan de andere kant: dat zou een heel andere film geworden zijn en geen film voor mij. Veel journalistieker.'

Dat De Putter de Nederlandse reacties op The making of a new empire, zijn vierde film, niettemin met zorg afwacht heeft een heel andere reden. ,,Er is hier een naar mijn mening zorgwekkende tendens om van een documentaire te verwachten dat er niet alleen een probleem wordt opgeworpen, maar dat er ook een antwoord wordt aangedragen. Dat leidt nogal eens tot politiek correcte films, waarin wereldproblemen met een lach en een traan worden behandeld, en mogelijkheden tot identificatie van de kijker met het onderwerp bijna een gebod zijn.'

Wat dat betreft heeft zijn nieuwe film weinig te bieden, denkt De Putter. Identificatie met de zonderlinge en ook huiveringwekkende wereld van de Tsjetsjenen in de film is bijna onmogelijk. ,,En ook het antwoord op de voor de hand liggende vraag of Noechajev nu een boef of een vrijheidsheld is, moet ik schuldig blijven. Een beetje allebei, denk ik.'

The making of a new empire op het Nederlands Film Festival in Utrecht: vr 24-9 19.30 RE1; zo 26-9 16.15 STU ; di 28-9 22.00 RE1. Vanaf 30-9 draait de film in de bioscoop. Volgend jaar te zien bij de NPS-televisie.

Noechajev is volgens zijn filmbiograaf steeds meer een denker geworden