De macht van nazi's en Azteken

Op 7 maart jl. overleed de antropoloog Eric Wolf op de leeftijd van 76 jaar. Door zijn originele vermenging van inzichten uit de geschiedschrijving en de antropologie was hij een van de invloedrijkste antropologen van de naoorlogse wereld. In zijn werk liet hij vooral het dynamische karakter van menselijke cultuur zien. In die zin was zijn werk representatief voor de ontwikkeling die de antropologie na de Tweede Wereldoorlog doormaakte. Hierin stond de veranderlijkheid van culturen centraal. Aan de andere kant bleef hij altijd een buitenstaander die zijn eigen wetenschappelijke agenda bepaalde.

Wolf groeide op in een bemiddeld joods ondernemersgezin in Wenen, maar vluchtte net voor de Tweede Wereldoorlog naar de Verenigde Staten. Hij diende nog in het Amerikaanse leger dat in Europa tegen de Duitse legers vocht. Na de oorlog studeerde hij antropologie aan de Columbia University en werd hij actief in de linkse beweging. In de jaren zestig was hij een prominent lid van de anti-Vietnam beweging.

Wolf deed antropologisch onderzoek in Azië, Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied. In een aantal invloedrijke artikelen zwengelde hij het debat aan over de logica van de boerenlandbouw en haar belang in de ontwikkeling van agrarische samenlevingen. In zijn Peasant Wars of the Twentieth Century (1969) benadrukte hij ook de politieke en zelfs revolutionaire rol die kleine boeren konden spelen. Hele generaties historici en antropologen zijn grootgebracht met zijn Europe and the People without History uit 1982 waarvan 80.000 exemplaren zijn verkocht. Vlak voor zijn dood verscheen Envisioning Power. Ideologies of Dominance and Crisis, waarin hij probeert de relatie tussen ideologieën en machtsstructuren te analyseren. Vanaf zijn ziekbed dicteerde Wolf de laatste correcties.

In Envisioning Power gaat Wolf er vanuit dat structurele machtsverschillen in een maatschappij gebaseerd zijn op ideologische of culturele basisideeën. Om dat mechanisme te analyseren gebruikt hij drie voorbeelden: de inheemse bevolking in West-Canada die meestal Kwakiutl genoemd worden, de Azteken en het Nationaal-Socialistische regime in Duitsland. Deze samenlevingen, gebaseerd op volstrekt verschillende premissen, waren alledrie uiterst hiërarchisch georganiseerd. Juist door de extreme diversiteit van deze drie voorbeelden wil Wolf de onderliggende principes van machtsuitoefening laten zien.

Mensenoffers

De Kwakiutl die in het Noord-Westen van het Amerikaanse continent leven, vormen een van de best bestudeerde tribale samenlevingen ter wereld. De grondlegger van de hedendaagse antropologie, Franz Boas, baseerde aan het begin van onze eeuw zijn inzichten voornamelijk op zijn bestudering van deze groep. De Kwakiutl-cultuur is vaak gepresenteerd als een typisch voorbeeld van een onhistorisch, onveranderlijk en primitief wereldbeeld. Vooral de zogenaamde potlach heeft antropologen sterk gefascineerd. Dit waren gelegenheden waarin tribale leiders met excessief verkwistend gedrag grote openbare schenkingen van goederen deden aan hun volgelingen. Door deze rituele vorm van materiële herverdeling bevestigden de chiefs hun macht en autoriteit. Wolf laat zien hoe dit gebruik in de loop van de tijd langzamerhand van karakter veranderde. De doorwerking van de markteconomie, met name door de Europese invloed, ondermijnde de autoriteit van de tribale leiders. De onderdrukking van de potlach door de koloniale regering en de commercialisering van de lokale economie verschaften nieuwe groepen een machtsbasis waarmee zij de oudere leiders konden aanvallen. De ideeën die de traditionele machtsstructuren hadden ondersteund, verloren hun relevantie en zeggingskracht. De samenleving die Boas als inherent statisch en primitief had beschreven, was op het moment van zijn onderzoek al onderdeel van grootscheepse verandering geworden.

Eenzelfde dynamisch, `historisch' perspectief gebruikt Wolf in zijn analyse van de Azteekse staat. Hij richt zich vooral op de rol van de veelbesproken mensenoffers. De hierin tentoongespreide zeggenschap over leven en dood bevestigde op een extreme manier de macht van de Azteekse elite. De Azteekse maatschappij werd gekenmerkt door een sterk centralisme en scherpe sociale scheidslijnen. Deze structuur uitte zich onder meer in kledingvoorschriften. Alleen de elite was het toegestaan katoenen kleren te dragen. Het gewone volk kleedde zich in cactusfiber of konijnenbont. Mensenoffers waren de meest extreme uiting van deze machtsverschillen. Zij waren de rituele momenten waarin de Azteekse elite haar directe relatie met de kosmos en daarmee haar politieke macht bevestigde. Juist in crisisperiodes, zoals vlak voor de komst van de Spanjaarden, werden de mensenoffers een steeds belangrijker middel om een bedreigde orde in stand te houden.

Het laatste voorbeeld waarop Wolf zijn verhandeling baseert, is het Derde Rijk en meer in het bijzonder het Nationaal Socialisme als millennaristische ideologie. In een lang historisch essay probeert Wolf de overtuigingskracht van Hitlers Nationaal Socialisme te verklaren. In de vroege geschiedenis van het Duitse rijk vindt hij een maatschappij die gebaseerd was op een sterke scheiding tussen de standen. Die samenleving was gebaseerd op ongelijkheid, maar bezat tegelijkertijd een duidelijke culturele en politieke orde. De verstoring van deze orde door sociale en economische modernisering en politieke verschuivingen vormde de voedingsbodem voor Hitlers gedachtengoed. Wolf baseert zijn analyse vooral op Hitlers Mein Kampf. Hij ziet in dat boek de ultieme poging om een nieuwe Duitse orde te scheppen. Net zoals in het Azteekse rijk leidde een crisis in het sociale evenwicht tot een ideologie die een (nieuwe) kosmische orde centraal stelde. In zijn analyse van het Nationaal Socialisme keert Wolf terug naar het thema dat zijn leven vanaf zijn jeugd bepaald heeft. Zijn bespreking van de recente Duitse geschiedenis bezit een grote emotionele intensiteit.

Kerstman

Wolfs boek is een tour de force waarmee hij probeert een van de kernproblemen van de antropologie op te lossen. Kernvraag is in hoeverre cultuur en ideologie de machtsstructuren in samenlevingen bepalen. In feite keert hij daarmee terug naar thema's die hem vanaf het begin van zijn carrière als antropoloog hebben beziggehouden. Hij werd sterk beïnvloed door het marxistisch gedachtengoed, maar stuitte keer op keer op culturele uitingen die niet simpelweg op materiële oorzaken waren terug te voeren. Op zoek naar de oplossing van dat raadsel hield hij zich bezig met uiteenlopende culturele uitingsvormen zoals het Latijns-Amerikaanse peetouderschap, de oorsprong van de islam, de beroemde, door de inheemse bevolking in Mexico vereerde Maagd van Guadeloupe, en zelfs de kerstman.

Het probleem is dat Wolf er ook in deze erudiete studie eigenlijk niet in slaagt om een antwoord op die vraag te formuleren. Het toont zijn grote maatschappelijke engagement, maar maakt ook duidelijk dat het belang van zijn werk vooral is gelegen in zijn empirische en historische aanpak. Wolfs theoretische bespiegelingen zijn altijd minder overtuigend geweest. Dat geldt zelfs voor zijn meesterwerk Europe and the People without History. Dat boek ontleende zijn zeggingskracht aan de prachtige combinatie van breed geschetste lijnen op wereldhistorisch niveau en scherp neergezette concrete case-studies. De theoretische hoofdstukken maakten daarentegen een ietwat geforceerde en kunstmatige indruk.

Eric Wolf heeft een indrukwekkend empirisch oeuvre geproduceerd, dat van wezenlijk belang is geweest voor de ontwikkeling van de geschiedschrijving en de antropologie. Juist vanwege zijn aandacht voor de oneindige variëteit van menselijke culturen, is hij er echter niet in geslaagd sluitende theorieën ter verklaring van menselijk gedrag en de eruit voortkomende machtsrelaties te formuleren.

Eric R. Wolf: Envisioning Power. Ideologies of Dominance and Crisis. University of California Press, 339 blz. ƒ48,75