Beperkter toegang voor asielzoekers

Asielzoekers wordt het moeilijker gemaakt in Nederland een verblijfsvergunning te krijgen. Dat blijkt uit de nieuwe Vreemdelingenwet, die staatssecretaris Cohen (Justitie) vandaag naar de Kamer heeft gestuurd.

Uitgeprocedeerde asielzoekers, ongeveer zeventig procent van het totaal, zullen Nederland `binnen een zekere termijn' moeten verlaten. Na definitieve afwijzing kunnen vreemdelingen uit hun huis worden gezet, de opvang kan worden beëindigd en ze kunnen daadwerkelijk over de grens worden gezet. Tot dusver verdwijnen uitgeprocedeerde asielzoekers veelal in de `illegaliteit', waaraan de politie in de praktijk weinig blijkt te kunnen doen.

De belangrijkste wijzigingen in de wet betreffen de asielprocedure. Zo komt er één vergunning voor een bepaalde tijd als de aanvraag in behandeling wordt genomen. Die vergunning wordt zo nodig na drie jaar vervangen door een vergunning voor onbepaalde tijd. Iedere asielzoeker van wie de aanvraag in behandeling wordt genomen krijgt diezelfde tijdelijke vergunning, waaraan een `voorzieningenpakket' gekoppeld zit. Nu zijn er nog drie verschillende statussen, met elk een ander voorzieningenpakket. Dat leidt er toe dat veel asielzoekers jaren doorprocederen.

Houders van een tijdelijke vergunning mogen betaalde arbeid verrichten. Bovendien komen ze in aanmerking voor studiefinanciering en huisvesting. Gezinshereniging is in het nieuwe wetsvoorstel ook mogelijk, maar uitsluitend voor diegenen die een zelfstandig inkomen hebben, dat minimaal op het bijstandsniveau ligt. Bij de nu geldende eis wordt uitgegaan van zeventig procent van dat niveau. Bij twijfel zal de echtheid van de familieband via DNA-onderzoek moeten worden bevestigd.

In de huidige procedure kan de asielzoeker bezwaar aantekenen als zijn aanvraag is afgewezen en om een nieuwe beoordeling verzoeken. Deze zogeheten bezwaarfase komt te vervallen. De afgewezene moet meteen in beroep bij de rechter en mag diens oordeel in Nederland afwachten. Als dat beroep wordt verloren, leidt dat in de toekomst automatisch tot de plicht voor de asielzoeker Nederland te verlaten. Daartegen kunnen niet langer, zoals nu nog het geval is, aparte procedures voor de rechter worden aangespannen.

In het wetsvoorstel zijn ook bepalingen voor vrijheidsbeperkende maatregelen opgenomen. De politie kan op grond van de huidige Vreemdelingenwet een illegaal oppakken als zij `concrete aanwijzigingen over illegaal verblijf' heeft. Gevolg daarvan is dat de politie nu op straat nauwelijks een actief vreemdelingentoezicht kan uitoefenen, zo stelt Cohen vast. Om die reden wil hij die `concrete aanwijzing' veranderen in `een redelijk vermoeden'. Dat criterium gold ook al voor 1994.

Cohen is niet ingegaan op het advies van de Raad van State, die heeft aanbevolen de verblijfsvergunning voor asiel alleen te geven als er sprake is van internationale verplichtingen. Daarmee zou Nederland beter in de pas lopen met een toekomstige Europese richtlijn, maar dat wijkt volgens Cohen af van het regeerakkoord.