Aardbeving

,,Ik ben niet de goede man om vragen te stellen over de jaren vijftig'', zei de Poolse `rode soldaat' Wladyslaw Matwin (84). ,,Ik stond in die tijd aan de foute kant. Ik was een man van de macht. Ik zou tegen mezelf praten.''

Stalin had hij één keer ontmoet, vertelde hij me in Warschau. ,,Hij was klein, behoorlijk lelijk ook. Maar nooit zal ik zijn ogen vergeten, niet bruin, niet blauw, niet donker, niet licht: de ogen van een tijger.''

Na de oorlog was Matwin verder opgeklommen, uiteindelijk tot secretaris van het Centraal Comité. En toen kwam 1956. ,,Dat was een aardbeving. Stalin was een persoonlijkheid die we diep vereerden. En dan komt zijn opvolger, Chroesjtsjov, in een congresrede vertellen wat er werkelijk aan de hand was. Onze hele vooroorlogse partijleiding bleek door de Sovjets te zijn vermoord. Stalin stortte op aarde, en daarmee ons wereldbeeld. Onze partijbaas, Boleslaw Bierut, stierf ter plekke. Direct begon binnen de partij een beweging die meer zeggenschap en soevereiniteit eiste. Ik stond daar vierkant achter, dat verstatelijkte socialisme was volgens mij de dood in de pot. Maar het was ongelofelijk spannend wat de Russen zouden doen.''

Uiteindelijk accepteerden ze de `eigen lijn' van de Polen. ,,Ik denk omdat Polen een stuk groter is dan Hongarije. Een openlijk conflict met ons was voor hen een te groot risico.''

Matwin hield het in 1963 voor gezien. Hij ging wiskunde studeren, en geschiedenis, en nu kijkt hij met lichte bitterheid terug. ,,Het was geweld, geweld tegen de oppositie – maar wij zagen het als strijd, wij zagen alles als strijd.''