Waterbedrijven naar rechter om BTW-tarief

De Nederlandse waterbedrijven vinden het nieuwe BTW-tarief op drinkwater veel te hoog. Duinwaterbedrijf Zuid-Holland daagt daarom samen met de VEWIN (de overkoepelende organisatie van drinkwaterbedrijven) de overheid voor de rechter.

Vanaf 1 januari 1999 moeten consumenten 17,5 procent BTW betalen als zij voor meer dan 60 gulden per jaar aan water verbruiken. Tot dat bedrag geldt het oude tarief van 6 procent. De eerste 60 gulden zijn nodig voor de eerste levensbehoeften (zoals drinken en voedselbereiding), aldus de overheid, wat daarboven komt is vanaf 1 januari een luxeartikel.

De waterbedrijven vinden dit onzin: ,,Douchen, baden en toiletgebruik zijn geen luxe. Zij zijn uiterst belangrijk voor een goede persoonlijke hygiëne en dus ook voor de volksgezondheid.''

Volgens de waterbedrijven heeft het hogere BTW-tarief geen enkele zin. ,,De hoogte van de prijs van drinkwater heeft nauwelijks invloed op het verbruik'', constateren zij. ,,Het milieu-argument is niet meer dan een fraai pakpapiertje om een ordinaire belastingverhoging gemakkelijk te kunnen verkopen.''

In Zuid-Holland is het water overigens het duurst van heel Nederland. In Den Haag is de 60 gulden bijvoorbeeld al bij 15 kuub bereikt, terwijl daar in het oosten van het land twee keer zoveel tegenover staat, zegt een woordvoerster van het Duinwaterbedrijf. De belastingheffing op water is volgens haar in Nederland extreem hoog: de totale belastingdruk (BTW, ecotax en gemeentebelasting) ligt tussen de 20 en 40 procent. ,,Dat percentage wordt normaal geheven op producten die een gevaar voor de gezondheid opleveren. Alcohol en tabak bijvoorbeeld.''

De waterbedrijven willen met het proces een principiële uitspraak uitlokken van de Belastingkamer van het Gerechtshof in Den Haag. Daarnaast overwegen zij een klacht in te dienen bij de Europese Commissie. (ANP)